
Toen de god van het voetbal neerdaalde in Groningen en Enschede
Het moet zoiets zijn geweest als de nieuwe paus die aan zijn gelovigen verschijnt. Witte rook met een gouden gloed. In 1959 speelde de toen achttienjarige Pelé twee wedstrijden in Nederland. Vijftig jaar na dato maakte VI een reconstructie van een megafestatie. Vanwege zijn overlijden is het verhaal gratis te lezen.
‘Ik zal de namen van mijn ploeggenoten bij het nationale elftal en bij mijn club Santos nooit vergeten. Onze tijd was puur, onschuldig, bijna ruw en doeltreffend, de eenvoud was nog niet verdrongen door de invasie der techniek. Niets was modern in die tijd. Ons shirt was van slecht katoen, de broek was te kort en de schoenen zwaar. Die broeken: ik hou ervan om naar oude wedstrijden te kijken waar je veel van de benen en dijen van de spelers ziet. Het is nu allemaal wat eleganter. Het voetbal zelf is ook veranderd, en de regels zijn verbeterd. Maar die regels zouden niets betekenen zonder al die idolen, die die regels op het veld interpreteren, zonder diegenen die het spektakel in het voetbal brengen.’
Pelé, in zijn biografie Mijn leven
De man met de zware schoenen die desondanks gewichtsloos over het veld leek te zweven, landde in 1959 voor het eerst in Nederland. Van Groningen wist-ie niet waar het lag en de naam Enschede heeft hij zonder gesputter nooit kunnen uitspreken, maar toch heeft Edson Arantes do Nascimento er legendarische voetstappen achtergelaten. In Het Oosterpark en het Diekman-stadion voetbalde Pelé twee indrukwekkende wedstrijden met zijn club Santos.
'Pelé deed ooit de blasfemische uitspraak: 'Ik heb weleens gehoord dat ik beroemder ben dan Jezus Christus.' Helemaal uit te sluiten valt dat niet'
De regerend kampioen van 1958 in Brazilië vormde op dat moment The Harlem Globetrotters van het internationale voetbal. Op een haast genadeloze wijze ventte Santos de wereldtitel uit, die Brazilië in 1958 had veroverd in Zweden. Voor minimaal vijfduizend dollar kwamen de mannen een wedstrijd spelen, ze zorgden voor een vleugje samba en luisterden de avondvullende voorstelling ook nog op met wat kunstig hak- en volleywerk. Botafogo, ook zo’n huurlingenleger, deed dat eveneens. Dat speelde in 1959 wedstrijden tegen Willem II, Fortuna ’54 en Feyenoord. Botafogo had Garrincha, Het Kleine Vogeltje, dat op het WK van Zweden prachtig had gefladderd. Maar Santos was anders, specialer, alles overstijgend. Santos bracht de WK-gangers Pepe en Zito mee. En Santos had Pelé.
Pelé was op dat moment de Shirley Temple van het voetbal. Een kindsterretje nog. Kersvers topscorer van de Braziliaanse competitie met 61 goals. Een jaar eerder had hij op zeventienjarige leeftijd het WK naar zijn hand gezet. In de eerste twee duels met Oostenrijk en Engeland werd Pelé nog door bondscoach Vicente Feola aan de kant gehouden. Daarna was er één en al betovering. Een goal in de kwartfinale tegen Wales, een hattrick in de halve finale tegen Frankrijk, twee doelpunten in de met 5-2 gewonnen eindstrijd tegen gastland Zweden. Zijn openingsgoal in de finale beklijft nog steeds als een poster in zwart en wit. Pelé lobde de bal over een plaatselijke verdediger, liet de man in bevroren toestand achter, om vervolgens met een volley het net achter doelman Sven Karlsson te laten dansen.