Ruud Knol: ‘Waarom ben ik niet geschikt voor de Top Drie?’

Ruud Knol (25) is tevreden. De Vitesse-telg die het langst onafgebroken bij de club zit, uitte vorig seizoen geregeld zijn zorgen over de topsportcultuur in Arnhem. En zag vooral met de aanstelling van trainer Aad de Mos zijn wensen volledig ingewilligd. Toch is het nog maar de vraag of de verdediger de terugkeer aan de top meemaakt. Knol, mits fit, is geliefd en komende zomer ook nog eens transfervrij.

Ruud Knol: ‘Waarom ben ik niet geschikt voor de Top Drie?’

Wat een nieuwe hoofdtrainer al niet kan doen. Het lijkt wel dat heel Vitesse een onderhoudsbeurt heeft ondergaan.

‘Haha, op het eerste oog is er inderdaad veel veranderd. Klopt. Binnen een club valt of staat alles toch met de cultuur rond het eerste elftal. Met Aad de Mos en Dick de Boer is er nieuw bloed gekomen, en door hen is er een heel andere visie op het voetbal ontwikkeld. Bovendien lijkt de clubleiding er dit seizoen ook wat meer energie in te steken. Natuurlijk, met het benoemen van een trainer als De Mos, maar ook met het aantrekken van voor Vitesse-begrippen absolute topspelers. Danko Lazovic en Sébastien Sansoni zijn voor de Eredivisie enorme aanwinsten. Alles rondom het eerste elftal ziet er een stuk beter uit. Frisser ook. En eerlijk gezegd waren we daar ook wel een beetje aan toe.’

De uitstraling is een stuk positiever. Opeens wordt Vitesse hoog ingeschat.

‘Dat kan ik wel begrijpen. Als je onze selectie ziet, is het niet zo vreemd dat sommige mensen ons zien als de mogelijke verrassing van het komende seizoen. De nieuwe spelers hebben daarin een groot aandeel, maar natuurlijk ook de visie van De Mos op voetbal. Wat die visie is? Ik vind dat deze trainer tactisch ontzettend ver is. Hij denkt heel veel na over wat tegen welke tegenstander het beste strijdplan kan zijn. Elke week weer, het is allemaal zeer doordacht. Vanaf de eerste dag van de voorbereiding had hij een idee in zijn hoofd, wat alleen nog met poppetjes hoefde te worden ingevuld. En als de ene niet kan spelen, dan speelt de ander. Het is schuiven met spelers in plaats van schuiven met je systeem. Ik vind dat slim.’

Wat zegt het dat zijn eerste gedachte nu nog steeds het basisteam is?

‘Qua systeem zit hij op de juiste lijn, dat kun je nu wel zeggen. En qua spelers… Vergeet niet dat de jongens die nu net buiten de basis vallen ontzettend goed bezig zijn. Ook dát niveau is de afgelopen maanden drastisch omhoog gegaan en dat vind ik misschien nog wel het meest opmerkelijke. Fred Benson, Onur Kaya, Anduele Pryor, Tim De Meersman, Civard Sprockel; zulke spelers maken enorme stappen. Op het moment dat je als team beter wil worden, is de rol van de reserves essentieel. Puur in het belang van de concurrentie.’

Dus de breedte is nu sterker dan vorig seizoen.

‘Ja, dat denk ik wel. Weet ik eigenlijk wel zeker. En dat heeft puur te maken met het krijgen van het juiste gevoel. Pas op het moment dat spelers het idee hebben altijd een eerlijke kans te zullen krijgen, zullen ze hun eigen top gaan benaderen. Maar dat geldt zowel voor de basisspelers als voor jongens die er nu nog net naast vallen. Die opgaande lijn zie je bij ons terug op de trainingen. Er worden hogere doelen gesteld, genoegen nemen met minder is er niet meer bij. Het moet altijd goed zijn, de lat wordt telkens een stukje hoger gelegd. En laten we eerlijk zijn, voor het algemene niveau werkt het heel bevorderend als er voldoende druk op de basiself staat. Het besef dat er iemand achter je staat om je eruit te trappen als je zelf niet goed speelt. Natuurlijk mag je wel eens een of twee mindere wedstrijden spelen, maar wanneer een speler niet lekker in zijn vel zit, moet de trainer de mogelijkheid hebben iemand te vervangen. Dat kan nu. In het verleden hadden we nog wel eens vulling op de bank, maar nu zijn alle selectiespelers gewoon Vitesse 1-waardig.’

De Mos zegt hier zelfs kenmerken te zien die hij in het verleden bij KV Mechelen aantrof.

‘Wat hij daarmee precies bedoelt weet ik niet, maar het zal toch niet over de staat van de trainingsaccommodatie gaan? Nee, zo’n opmerking getuigt van enorm veel ambitie en bovendien van het feit dat er in zijn visie in Arnhem heel mooie dingen mogelijk zijn. En als hij dat gevoel niet had gehad, had hij nooit bij Vitesse getekend. Vorig jaar heb ik – en niet alleen ik – al aangegeven dat er maar heel weinig hoefde te veranderen om bij de eerste vijf te kunnen komen. Klinkt makkelijk, maar het moest nog wél even gebeuren. In oktober 2005 stonden we ook even zesde, maar toen liepen we tegen de klappen van schorsingen en blessures aan. Dit jaar lijken we dat beter te kunnen opvangen. Maar het belangrijkst vind ik misschien nog wel dat de randvoorwaarden eindelijk op orde zijn gebracht. De accommodatie, de kleding; allemaal kleine dingetjes maar oh zo belangrijk. Vorig seizoen moesten we in een spijkerbroek naar een uitwedstrijd… Klinkt misschien zeikerig, maar bij een voetbalclub moet het over voetbal gaan. Nu dit allemaal geregeld is, kunnen en mogen we geen excuses meer hebben. Als spelers hadden we dat al veel vaker aangegeven, gelukkig eiste de trainer het nu ook.’

Jij bent de speler die het langste onafgebroken bij Vitesse zit.

‘Klopt dat? Ik kwam tegelijk met Theo Janssen en ja, hij is nog een halfjaar verhuurd geweest aan RC Genk. Al heb ik door mijn blessureleed natuurlijk lang niet alles gespeeld, ik ben wel altijd ontzettend betrokken geweest bij de situatie. Zowel in de glorietijd als op het moment dat we op de rand van de afgrond stonden. Toen ik bij de selectie kwam was Ronald Koeman nog trainer, het was het staartje van de goede periode. We hadden 28 spelers, een idiote situatie als je het nu bekijkt. Op dit moment is het misschien al moeilijk in de basis te komen, toen was het helemaal een heel karwei.’

Zie je gelijkenissen tussen nu en die periode?

‘Dat is moeilijk. De situatie van toen en die van nu verschillen enorm. We hadden echt een gigantische selectie met ook nog eens aardig wat potentiële internationals. Op doel stonden Edwin Zoetebier en Dragoslav Jevric, achterin Tim Cornelisse, Patrick Pothuizen, Marián Zeman, Dejan Stefanovic, Michel Kreek, Marc van Hintum, Stefan Nanu en ikzelf. En op het middenveld en voorin jongens als Remco van der Schaaf, Theo Janssen, Mahammadou Diarra, Victor Sikora, Bob Peeters en Matthew Amoah. Pierre van Hooijdonk was net weg. Ongelooflijk toch, zo’n selectie voor Vitesse?’

Nu zijn er toch ook al aardig wat internationals?

‘Theo Janssen, Danko Lazovic, Mads Junker, Anders Due en Gill Swerts... Ja, als je het zo bekijkt, is het nu eigenlijk ook helemaal niet zo verkeerd. Voor een club is het hebben van internationals heel belangrijk, goed voor de uitstraling. Maar het grootste pluspunt van nu in vergelijking met de afgelopen jaren is de sfeer. Omdat we veel jongens in dezelfde leeftijdsgroep hebben, worden we steeds meer een vriendenteam. Heel belangrijk voor de teamspirit en dus ook voor het niveau van presteren. Wat dat betreft is er wel degelijk een gelijkenis tussen toen en nu. Het gevoel wat ik had toen ik er onder Ronald Koeman bijkwam, dat begint langzaamaan weer terug te komen. Een goed teken. Al zou ik graag nog iets meer concurrentie op mijn eigen plek zien. Toen hadden we vijf spelers voor twee posities, nu twee. Dat is te weinig.’

Heb jij concurrentie nodig om beter te worden?

‘Iedereen heeft dat nodig, anders beland je automatisch in staat van verslapping. Hij die weet dat hij altijd speelt, wordt vanzelf minder scherp en daardoor minder goed. Aan de andere kant weet ik van mezelf dat ik me aardig kan prikkelen. Ik eis van mezelf dat ik elk seizoen een paar stapjes maak, daardoor ben ik ook regelmatig in het krachthonk te vinden. Individueel trainen, beter worden. Vanuit mijn blessuretijd weet ik niet anders, ik ben inmiddels aardig wat gewend.’

Inmiddels ben je een jaar terug van een slepende knieblessure. Zit je alweer op je oude niveau?

‘Ja, dat gaat bij mij heel snel. Mensen verbazen zich daar wel eens over, voor mij ging het volgens verwachting. Ik ben een speler die erg veel moet trainen om beter te worden. En tijdens een revalidatie nog veel harder dan tijdens het seizoen. Daardoor heb ik nu tijdens wedstrijden voldoende energie. Mij verbaast het absoluut niet. Ik weet wat voor niveau ik aankan, een fitte Ruud Knol heeft weinig moeite in de Eredivisie. Al hangt het wel samen met de kwaliteit van het team. Op het moment dat de ploeg lekker bezig is, trekt een afzonderlijke speler zich daaraan op.’

Hoe word jij nog beter?

‘Ik moet spelen, veel spelen. En het liefst op een hoog niveau. Daarom vond ik het ook lekker dat we in de voorbereiding tegen ploegen als Wigan Athletic, 1. FC Köln en VfL Bochum speelden. Daar leer ik toch echt meer van dan van Spero-uit. Je moet weerstand ondervinden, dan gaat je niveau omhoog. En mijn knie, die lang mijn eigen weerstand was, daar heb ik gelukkig geen last meer van. Ik werk nog wel aan bepaalde versteviging, maar dat is puur uit voorzorg. Of ik ooit nog bang ben? Nee, dat kan niet.’

Dat kán wel, maar dat mág niet.

‘Klopt. Natuurlijk kan het wel, dat ligt aan jezelf, maar het mág niet. Want mocht dat wél zo zijn, dan kun je nooit volledig functioneren. Dan wacht je af, hou je in. In het begin had ik dat natuurlijk wel een beetje, onzeker dat het weer mis zou gaan, maar uiteindelijk merk je dat het goed gaat, dat je nergens last van hebt en dat ik ook voetballend terug ben waar ik was.’

Klopt het dat een zwaar geblesseerde speler niet gelukkig kan zijn?

‘Ja, dat was bij mij wel zo. Niet ultiem gelukkig in elk geval. Voetbal staat bij mij op nummer één, sinds mijn vijfde leef ik daarvoor. Overigens zeg ik daarmee niet dat sport het allerbelangrijkste in mijn leven is, maar dát realiseer je je pas op het moment dat je niet kunt spelen. Dan merk je dat er meer in de wereld is dan alleen maar de bal. Dat er belangrijkere dingen bestaan dan winnen of verliezen. Maar voor een sporter is een blessure het ergste wat er is. Simpelweg omdat ik me het lekkerst voel als ik op dat gras sta. Een hele week trainen, toewerken naar een wedstrijd. Dan is het succesverhaal toch compleet? Op het moment dat je dat kwijt bent, merk je pas hoe gelukkig je moet zijn als je níét geblesseerd bent. Vóór mijn knieproblemen zat ik in een roes, was alles vanzelfsprekend. Die houding ben ik nu wel kwijt. Ik probeer van elk moment te genieten. Het ultieme geluk kan namelijk zo voorbij zijn.’

Dat zie je bij Michael Jansen.

‘Precies, het beste voorbeeld natuurlijk. Hij is nog zo’n jonge jongen, had echt een fantastische toekomst voor zich. De wereld stond voor hem open. Er werd over Ajax gesproken, hij stond op de rand van het Nederlands elftal. En opeens knalt de ballon uiteen. Hoewel mijn blessure relatief gezien veel minder erg was, heb ik die curve ook gehad. Ik wist: als ik fit blijf, gaat het allemaal lukken, zit ik snel bij een grotere club. Niet voor niets heb ik gezegd dat het afgelopen WK in Duitsland mijn doel was. Ik blijf erbij, dat was een realistisch doel. Het moeilijkste moment is het besef dat je er had kunnen staan áls iets niet gebeurd was. Maar één ding heb ik er zeker aan overgehouden: ik kan nu beter genieten.’

Je bent dus een rijker mens geworden. Maar ook een betere voetballer?

‘Dat zou best kunnen. Sowieso een realistischer voetballer, en waarschijnlijk zijn die zelfbewuster en dus beter. Maar dat eerste aspect vind ik belangrijker, het aspect van de mens. Natuurlijk word je beoordeeld op je prestaties op het veld, maar uiteindelijk gaat het erom hoe je als mens bent. Als je een goed mens bent, kom je ook verder in het voetbal, daar ben ik van overtuigd. Natuurlijk zijn er in dit wereldje ook veel egoïstische klootzakken, maar die vallen vanzelf door de mand.’

Ga jij altijd uit van het goede in de mens?

‘Dat is wel mijn intentie. Hoe hard de voetballerij ook is, dat uitgangspunt probeer ik altijd vast te houden. Natuurlijk stuit je dan soms op teleurstellingen, maar daar word je ook hard van. Ik ben geen rasoptimist die nooit iets te zeiken heeft, maar ik ga er wel altijd van uit dat mensen het beste nastreven. Zo ook in het voetbal. Bij Vitesse werken heel veel mensen, maar we moeten allemaal hetzelfde doel hebben: de club zo hoog mogelijk te laten eindigen. De schoonmakers moeten zo goed mogelijk schoonmaken, de fysiotherapeuten spelers weer zo snel mogelijk op het veld zetten. Rotte appels zijn nooit bruikbaar, een individualist verstoort een heel groepsproces.’

Jouw contract loopt aan het einde van dit seizoen af. Ga je bijtekenen?

‘Dat valt te bezien. Een paar maanden geleden hebben we een gesprek gehad met de clubleiding, wat niet over financiële voorwaarden maar puur over randzaken ging. Ik vond namelijk écht dat bepaalde zaken moesten veranderen. Ik was kritisch, omdat de club in mijn ogen op een hellend vlak stond. Vorig seizoen zijn dingen gebeurd die niet hadden mogen gebeuren.’

De club heeft naar je geluisterd.

‘Klopt, het is allemaal een stuk professioneler geworden. Maar in feite is dat toch niet meer dan normaal? Dit is de basis, nu moeten we het verder gaan uitbouwen. Over een paar maanden zal ik zien of ik tevreden ben en of mijn toekomst in Arnhem ligt. Ik ben er absoluut niet de speler naar om zomaar te zeggen: Ik ben weg en jullie zoeken het allemaal maar lekker uit. Daarvoor is deze club me te heilig, daarvoor heb ik hier veel te mooie dingen meegemaakt. Maar als er níéts was veranderd, was de keuze veel en veel makkelijker geweest. Ik ben mooie tijden gewend en ik wil dat die terugkeren. Dat kan nu. De eerste stap is gezet om Vitesse terug te brengen naar waar de club hoort, daar ben ik blij mee. Vitesse moet zich weer met SC Heerenveen gaan meten, strijden om een plek in de top vijf. Niet met RKC, het linkerrijtje moet voor ons een structurele situatie zijn. Vorig jaar werden we elfde, speelden we in de play-offs om Intertoto-voetbal. Schande toch?’

Dat vond je helemaal niks hè…?

‘Spelen voor drieduizend mensen was een afgang, maar ik begrijp die play-offs sowieso helemaal niet. De storm van kritiek lijkt een beetje te zijn gaan liggen, maar intussen hebben ze het er gewoon doorheen gedrukt dat we ook de komende twee jaar eraan vast zitten. Het zou zo goed bevallen zijn… Waar halen ze die onzin vandaan? Hebben ze de spelers gehoord of zo? Commercieel zal het vast uitstekend zijn bevallen, maar het speelschema leek helemaal nergens op. Het voetbal gaat kapot aan zulke commerciële plannetjes en dat vind ik doodzonde. Natuurlijk kun je niet overal omheen, het is betaald voetbal. Maar het probleem is dat steeds meer mensen een stem krijgen die helemaal niets van deze sport lijken te snappen. Op de huidige manier veranderen voetballers in marionetten. Het lijkt me niet meer dan logisch dat er eens wat meer naar spelers en trainers wordt geluisterd. Dat is toch de werkvloer? Ik heb een brief gekregen om mijn stem te geven over kunstgras, in totaal was negentig procent tegen. Duidelijk toch? Maar intussen worden er wel overal nieuwe kunstgrasvelden aangelegd…’

Vroeger als pupil bij OBW in Zevenaar hoefde je je over zulke zaken geen zorgen te maken.

‘Toen was je heel onbevangen. Lekker de hele dag op straat spelen, met maar één doel: ooit profvoetballer worden. Als jochie van tien dacht je toch niet na over de commerciële gevolgen? Gelukkig niet zou ik zeggen. En gelukkig kan ik zulke zaken nu nog steeds van me afzetten. Op trainingen en in wedstrijden denk ik alleen maar aan het willen winnen van een wedstrijd, echt niet aan de winstpremies. Maar het klopt, de charme van het pure voetbal verdwijnt, en dat proces lijkt onomkeerbaar.’

Nog even over dat contract. Sommigen vragen zich af waarom je niet bij zou tekenen.

‘Nou, ik ben ook ambitieus, gretig. Ik sta open voor meer. Mijn maatstaf is topvoetbal, ik vind dat ik daar thuishoor. En ik maak er ook absoluut geen geheim van dat ik me uiteindelijk met de absolute top wil meten. Ik rust namelijk niet voordat ik mijn eigen grens heb gevonden. En als het mogelijk is, ga ik met Vitesse naar de top. Dat heb ik namelijk het liefst. Mijn hart is helemaal geelzwart, in mijn gedachten kan ik niet zonder deze club. Maar dan moet het hier wél mogelijk zijn. Want of je nu een driejarig contract hebt of niet, als clubs je écht willen, halen ze je toch wel. Kijk maar naar AZ en FC Groningen, clubs die vorig seizoen een piek hebben beleefd. Ook mét contract zijn Joris Mathijsen, Danny Buijs en Gijs Luirink vertrokken. Er moet een cultuur van winnen bestaan, daar laat ik mijn gevoel van afhangen.’

Transfervrije spelers worden sneller gehaald voor de bank.

‘Heb je gelijk in, absoluut. Maar ook dan geldt dat de beste uiteindelijk bovendrijft. Op het moment dat je bij een grotere club gaat spelen, word je automatisch beter, daar ben ik van overtuigd. Bovendien, de andere kant van de medaille is dat je als vrije speler meer tekengeld kunt vragen. Dat is niet het dóél, maar daar ben ik natuurlijk ook niet blind voor. Mijn beslissing valt over een paar maanden, nu richt ik me eerst op presteren.’

Ben jij al goed genoeg voor de Top Drie?

‘Waarom niet?’

Ja of nee?

‘Daar geef ik geen antwoord op. Waarom niet? Ik vind de spelers centraal achterin bij Ajax, Feyenoord en PSV echt prima, maar als ik daar zou spelen, zou ik het niveau ook goed aankunnen. Daar ben ik van doordrongen. Natuurlijk is de kwaliteit een stukje hoger, dat heeft Remco van der Schaaf me ook wel verteld over de situatie bij PSV, maar uiteindelijk word je daar vanzelf in meegenomen. Ik twijfel niet aan mijn eigen kunnen, tot nog toe heb ik volgens mij nog nooit teleurgesteld.’

En dan verandert het doel van het WK 2006 in het WK 2010?

‘Dat is te ver weg om uitspraken over te doen. Eerst zijn er andere stappen te zetten. Vitesse moet terug naar de beste vijf clubs van Nederland, Arnhem hoort in de top, daarna komt alles vanzelf. Spelers zullen dan verkassen naar grotere clubs en ik twijfel er niet aan dat we er een paar internationals bij zullen krijgen. Of ík dat dan ook ben? Die kans is dik aanwezig, aan mij zal ’t niet liggen. Oranje blijft mijn ultieme doel. Ik ben een speler met ambities en wat er ook gebeurt, dát zal altijd zo blijven.’

Bekijk hier al onze video's