
De Mourinho-tapes: het recept van de Special One
Hoe denken ze, wat drijft ze, waarom zijn ze succesvol? Een blik in de ziel van een toptrainer aan de hand van verzamelde interviews, observaties en videofragmenten. Deze keer José Mourinho, die woensdagavond in Stockholm zijn derde prijs van het seizoen kan pakken.
'Als ik voor en na een wedstrijd de media te woord sta, beschouw ik dat als een onderdeel van de wedstrijd. Als ik naar een persconferentie ga voor een wedstrijd, is de wedstrijd al bezig. En als ik naar een persconferentie ga na een wedstrijd, is de wedstrijd nog niet afgelopen. Of, als de wedstrijd toch afgelopen is, dan is de volgende al bezig. Dus ben ik op een persconferentie niet wie jullie willen dat ik ben, en ik zeg niet wat jullie willen dat ik zeg. Sorry, ik speel in een andere film. Maar ik vind niet dat ik arrogant bent. Misschien zie ik er soms zo uit, maar het behoort niet tot mijn persoonlijkheid.'
'Een paar maanden geleden kwam mijn zoon aanzetten met wat analyses. Hij maakte zich, denk ik, zorgen om zijn vader. Ik geloof dat we verloren hadden van Watford en Manchester City. Hij had wat statistieken over het team naast elkaar gelegd. Ik liet ze zien aan mijn assistenten en vertelde ze dat ze moesten oppassen want op een dag zal die jongen een van jullie plaatsen innemen. Ik zie in hem mezelf terug op die leeftijd. Ik probeerde mijn vader op dezelfde manier te helpen, uiteraard met andere technologische middelen. Maar het idee is hetzelfde: een jongen van zestien met wat analyses.'
'Mijn vader was een topspeler en ik droomde ervan net zo beroemd te worden als hij. Ik wilde een grote zijn in het voetbal, daar putte ik mijn motivatie uit. Ik voelde dat ik het als speler niet zou redden, maar beschikte over de kwaliteiten om het als trainer wél te maken. Ik wilde alles doen om een goede trainer te worden.'
'Stap voor stap heb ik mijn carrière opgebouwd. Na de universiteit ben ik kinderen gaan trainen, daarna werd ik assistent, vervolgens assistent in het buitenland, daarna hoofdtrainer. Ik werd stap voor stap een ervaringsdeskundige.'
'Bobby Robson was bijvoorbeeld niet geïnteresseerd in studeren en het systematisch plannen van trainingen. Dat werk liet hij aan mij over. Robson was de man van het veld, van het directe contact met zijn spelers. Ik kreeg daardoor veel vrijheid om mijn ideeën over trainingen en het prepareren van spelers uit te testen in de praktijk. Robson was een aanvallende trainer. Tijdens de trainingen hield hij zich vooral bezig met het afwerken op doel. Ik probeerde op zulke momenten met andere spelers aandacht te besteden aan de organisatie op het veld.'
'Onder Van Gaal kon ik een half uur voor de training arriveren in het stadion, zonder na te hoeven denken over wat ik moest doen. Alles was al bepaald. Ik wist tot in detail wat het doel was van bepaalde oefeningen en hoe we die oefeningen moesten uitvoeren. Ik zag daar al snel de grote voordelen van in. Mijn taak was bepaalde trainingen te geven en die namen snel in kwaliteit toe. Onder Robson was ik nooit aan dergelijk veldwerk toegekomen. Wat ik vooral leerde, en dat was zeer waardevol, was het omgaan met sterren. Je moet ze het nut van bepaalde zaken of maatregelen laten aanvoelen, en ze stap voor stap overtuigen van jouw gelijk. Ik begeleidde ze in het accepteren van mijn gelijk. Simpelweg door ze te laten meedenken en de spelers soms opzettelijk fouten te laten maken.'
'Ik had in 1998 drie keuzes: doorgaan als assistent bij Barcelona, met Bobby Robson naar PSV of voor het eerst hoofdtrainer worden in Portugal. Het advies van Robson gaf de doorslag. 'Het is beter als je blijft', zei hij me.' Louis van Gaal vertegenwoordigt een heel andere voetbalschool, eentje waarvan je nog heel veel kunt leren.' Ook nadat onze wegen gescheiden waren, bleef hij me in de gaten houden. Nadat ik met FC Porto in 2003 de UEFA Cup gewonnen had, belde hij me op: 'Blijf nog een jaar in Porto', was zijn raad. Hij dacht dat mijn elftal goed genoeg was om de Champions League te winnen.'
'Je moet een beetje van alles hebben om een trainer van wereldniveau te worden. Wanneer je een goede motivator bent, maar je begrijpt het voetbalspel op zich niet, ben je geen goede coach. Als je wordt bestempeld als een groot tacticus, maar er niet in slaagt om het inlevingsvermogen van je spelers te vergroten, kom je nergens. En als je niet weet hoe je moet trainen of niet over een duidelijke methode beschikt om je voetballers beter te maken, gaat het ook niet. Je mag worden omringd door heel ervaren assistent-trainers, als hoofdcoach moet je ze allemaal en op elk terrein domineren. Anders komt je positie in gevaar. Een toptrainer moet een beetje van alles wat hebben. Hetzelfde geldt voor een speler. Wie niet goed is met het hoofd of niet tweebenig, kan nooit de beste worden. Zoals een speler een bepaald talent heeft, moet ook een toptrainer over een gave beschikken. Maar ik ga niet uitzoeken wat de mijne is.'