Het stripboek van Japie: uitzinnige ADO-fans bij historisch debuut
© Pro Shots/Willem Vernes
PRO

Het stripboek van Japie: uitzinnige ADO-fans bij historisch debuut

Een zomerdag in 2011 veranderde het leven van Jaap van Duijn (29). Een invalbeurt van vier minuten maakte van de aanvaller met de bos krullen dé cultheld van ADO Den Haag. Met de Katwijker gaan we terug naar de plek van zijn memorabele moment als eendagsvlieg.

VI vroeg de supportersverenigingen van alle Nederlandse profclubs een topdrie te maken van hun grootste culthelden. In deze derde week worden de laatste winnaars van de 34 clubs in een speciaal verhaal uitgelicht en uiteindelijk komt er op VI.nl een ultieme cultheld als winnaar uit de koker. Aanvullingen? Is er iemand over het hoofd gezien? Mail deze herinnering of anekdote naar mijncultheld@vi.nl.

‘Je houdt me niet voor de gek, hè!?’ Het is de derde keer in het telefoongesprek dat Jaap van Duijn controleert of hij geen onderdeel is van een klassieke voetbalgrap. Een speler laten opdraven voor een interview omdat hij een uitverkiezing heeft gewonnen en dan met een paar grapjassen klaarstaan om hem vol genoegen op te vangen en uit te lachen. Van Duijn heeft een sterk vermoeden dat hij deze keer het lijdend voorwerp van het staaltje voetbalhumor is. Hij kan maar niet geloven dat hij door de supportersvereniging van ADO Den Haag is verkozen tot dé cultheld uit de clubgeschiedenis. Daar komt bij dat hij onlangs een grap uithaalde met zijn trainer Sjaak Polak, door telefoonnummers stiekem te verwisselen, waardoor Polak iemand anders aan de telefoon kreeg dan hij verwachtte en in verlegenheid werd gebracht. Polak, zelf ook niet vies van een flinke dosis voetbalhumor, snauwde hem direct toe dat hij hem nog wel een keertje terug zou pakken. Voor Van Duijn was het duidelijk: de uitverkiezing tot cultheld in combinatie met een interview voor VI was dé aangekondigde grap van Sjaak Polak.

Als er aan het einde van het telefoongesprek met de huidige aanvaller van de topamateurs van FC Rijnvogels uit Katwijk toch een afspraak uitrolt voor een week later in het ADO-stadion, lijkt de twijfel bij de speler verdwenen. Het is echter van korte duur. Er volgt nog een app-bericht met nogmaals de vraag of het echt geen grap is en een paar uur later hangt zelfs Nathalie Nuiten aan de lijn. Ze is alweer vijf jaar weg als persvoorlichtster van ADO Den Haag, maar zag eerder op de avond wel plotseling de naam Jaap van Duijn op haar telefoon verschijnen. De Katwijker verzocht Nuiten om het toch echt nog een keer bij VI te checken. Hij voelde nattigheid.

Pepernoot

De totale verbazing en achterdocht bij Van Duijn is, nog los van de mogelijke fratsen van Polak, zeker niet zo vreemd. Michel Adam, Cor Lems, Lex Immers, Tom Beugelsdijk. Zomaar vier namen die voorbijschieten bij het beeld van een Haagse cultheld. En de lijst zou nog vele malen langer kunnen zijn, waarbij elke speler wel voldoet aan ingrediënten voor de uitverkiezing. Toch kozen de supporters van ADO Den Haag voor een speler die slechts negen minuten in de hoofdmacht acteerde. Jaap van Duijn. De naam zal bij het grote voetbalpubliek buiten de Hofstad dan ook niet direct tot de verbeelding spreken. Maar hoe anders is dat binnen de stadsmuren. Het Alle ballen op Japie roept bij elke Hagenees een glimlach op.

‘Zeker weten, Japie is uitgegroeid tot een absolute cultheld van onze club.’ Aan het woord is Jacco van Leeuwen, voorzitter van de supportersvereniging van ADO Den Haag. Hij kan zich de bewuste 21 juli 2011 nog kraakhelder voor de geest halen. Op een broeierige zomeravond trad de Residentieclub aan tegen het Litouwse FK Tauras, in de tweede voorronde van de Europa League. Nadat de eerste wedstrijd al met 2-3 was gewonnen, leverde de return in Den Haag een eenvoudige 2-0 zege op. Na afloop ging het echter niet over de plaatsing voor de volgende ronde. Alle aandacht was gevestigd op een kleine aanvaller, die vier minuten voor tijd in de ploeg kwam voor Tjaronn Chery. ‘Geloof me, werkelijk niemand had tot dat moment ooit van Jaap van Duijn gehoord. Maar Japie, een gozer uit Katwijk met een enorme bos krullen vergelijkbaar met die van de zanger Gordon in zijn hoogtijdagen, zette het hele stadion op zijn kop. Zodra hij zijn eerste stap binnen de lijnen zette, ging iedereen helemaal los. Het spreekkoor Alle ballen op Japie werd door de harde kern ingezet en dit sloeg gelijk over op de rest van het stadion.’

Daar bleef het zeker niet bij. De bal hoefde tegen de nietige Litouwers niet eens in de buurt van de destijds twintigjarige aanvaller te komen. Alleen al de verschijning van Japie op het veld was voldoende voor massale jolijt op de tribune. ‘We toverden met zijn allen echt alle liedjes tevoorschijn’, vervolgt Van Leeuwen. ‘Zing ik ajai Japie, Japie jee en Japie, Japie, we worden kampioen! Japie in Oranje!, We willen haar zoals Japie! en vooral vaak Alle ballen op Japie.’

Voor wie alles nog eens wil herbeleven is er gelukkig het internet. Nog altijd zijn er filmpjes te vinden met de reacties op de tribune, zelfs eentje waarbij elke seconde van de invalbeurt is vastgelegd. Het plezier spat ervan af, je ziet zelfs supporters massaal richting Van Duijn wijzen als een andere ADO-speler de bal heeft, om die speler aan te sporen de bal naar hem te spelen. ‘Japie deed geen schokkende dingen die wedstrijd, maar is vanaf het begin van zijn invalbeurt tot aan het slotsignaal luidkeels door het hele stadion toegezongen. Supporters hadden buikpijn van het lachen, dit was nog nooit vertoond, volgens mij nergens in de geschiedenis van het betaalde voetbal.’

Japie-pruiken

De hoogste tijd om met Japie van Duijn negen jaar naar dato terug te keren naar de plek waar het allemaal plaatsvond. Het kostte wat moeite om hem te overtuigen, maar op deze vrijdagmiddag, wederom half juli, keert Van Duijn samen met zijn vader, ook genaamd Jaap, terug in het ADO-stadion. De krullen hebben plaatsgemaakt voor kort haar, vandaag bedekt onder een pet, en de jonge grillen voor een volwassenere blik. Maar de herinnering aan die dag is nog springlevend als we aan de rand van het veld staan.

‘Daar gebeurde het allemaal’, wijst Van Duijn richting de rechterkant van het veld. ‘Eigenlijk veranderde alles in mijn leven door die invalbeurt. Ik reed eerder op de dag als onbekende speler naar het stadion, ik was al blij dat ik bij de wedstrijdselectie zat. Drie weken eerder was ik aan de voorbereiding begonnen, nadat ik was overgekomen van de amateurs van Quick Boys. En toen stond ik opeens op het veld, zelfs in een Europees duel. Waarbij de supporters helemaal uit hun dak gingen. Hier droomt elk jongetje van twaalf van, en mij overkwam het gewoon. Al die aandacht. Echt volledig uit het niets. Het was een avontuur voor een stripboek.’

© Pro Shots/Willem Vernes

De Japie-hype duurde nog wel even voort in Den Haag. In de week na zijn debuut waren er in de stad al Japie-pruiken te koop. En ook de shirts met het hoofd van de jongeling erop en de tekst Alle ballen op Japie! kenden gretig aftrek. ‘Zag ik opeens supporters met mijn kapsel lopen’, vervolgt Van Duijn met een lach op zijn gezicht. ‘Ik weet nog dat ik een week na die wedstrijd in Den Haag even in het centrum ging winkelen. Het was gewoon niet te doen. Allemaal mensen kwamen op me af, iedereen wilde iets van me. Dat verschil maakte het zo absurd. Ik weet nog dat ik na die wedstrijd opeens allerlei media voor de camera te woord moest staan. Het was iets compleet nieuws voor me.’

'Die dag was mijn hoogtepunt en daardoor misschien ook wel mijn ondergang'

De blik op het veld haalt de herinneringen omhoog. ‘Waar ik ook bewoog op het veld, de bal kwam steeds naar me toe. En de spelers gunden het me ook. Ik weet nog dat we vlak voor het laatste fluitsignaal een vrije trap kregen. Wesley Verhoek, een topgozer, voelde de sfeer goed aan en gaf mij de bal. Ik kwam als rechtsbuiten in het veld, maar schoot die vrije trap met links rakelings naast. Jammer, anders was de avond ook in de statistieken vereeuwigd.’ Van Duijn weet nog goed dat zijn ploeggenoten destijds tijdens en na de wedstrijd de grootste schik hadden om hem. ‘Ik kwam van de amateurs, was twintig jaar, maar paste wel bij de club. Ik was een bluffertje, had een grote bek en vond het allemaal geweldig. Na afloop maakte Wesley Verhoek me nog gek, toen we voor de fanatieke supporters van Midden-Noord stonden. “Japie, je moet je shirt uitdoen”, zei hij. En ja, hoor, ik deed het direct. Stond ik daar met ontbloot bovenlichaam te springen voor de uitzinnige fans.’

Van Duijn kijkt vol genoegen om zich heen in het stadion. Sinds zijn eerste en enige seizoen in het ADO-stadion, kwam hij hier niet meer. ‘Ik weet niet waarom, en nu ik hier weer ben wil ik echt weer snel een keertje gaan, maar het is er eigenlijk nooit meer van gekomen. Maar ik vind ADO een mooie club, man, lekker rauw ook.’ Ook Jaap senior kijkt zijn ogen uit. ‘Kijk, daar zat ik op die avond, samen met mijn vrouw.’ Zijn vinger wijst naar de eretribune. ‘Als vader ben je wel een beetje gespannen als je zoon in het veld komt. Helemaal omdat het zijn debuut was. Maar die orkaan van sfeer en gekkigheid was voor ons ook een complete verrassing. Het was prachtig om te zien, prachtig!’

McDonald’s

In het voorbijgaan wordt Van Duijn plotseling opgemerkt. ADO-materiaalman Rob Ravestein moet twee keer kijken, maar herkent de blikken van de Haagse Puyol van destijds en heft spontaan de Alle ballen op Japie-song aan. Een innige omhelzing volgt, waarna tien minuten volgen vol gemeenschappelijke herinneringen aan een bijzondere tijd. ‘Tsja, die dag was mijn hoogtepunt en daardoor misschien ook wel mijn ondergang’, klinkt het tussendoor als harde, maar eerlijke conclusie uit de mond van de voetballer. ‘Ach, je hebt in ieder geval veel plezier gehad, weet je het trainingskamp in Spanje nog, Japie?’ Rob geeft een voorzet, die door Japie direct wordt binnen gekopt met een mooie anekdote. Maar eerst volgt nog wat meer achtergrondinformatie.

'Stond ik daar voor de neus van trainer Maurice Steijn met drie zakken McDonald’s eten, terwijl ik veel te laat was, en aardig wat drankjes op had'

‘Ik was snel populair in de selectie, omdat ik aansluiting had bij de gasten die net zoals ik wel een grote bek hadden. Met Wesley Verhoek, Lex Immers, Ahmed Ammi kon ik direct lezen en schrijven. Zij zeggen wat ze denken, houden van een geintje, en dat heb ik ook. Alleen het verschil was dat zij allemaal al minimaal honderd wedstrijden als prof achter hun naam hadden staan en ik net kwam kijken. Daardoor had trainer Maurice Steijn ook al snel zoiets van: Rustig aan jij, Japie. Alleen ik bleef gewoon mezelf en tsja, dan gaan dingen weleens mis.’

Van Duijn komt aan bij het moment van materiaalman Rob. ‘Trainingskamp, Spanje. We gingen met een groepje op stap en moesten voor een bepaalde tijd weer in het hotel terug zijn. Maar het werd veel later en na het avondje stappen gingen we nog even langs de McDonald’s. Zakken vol bestelden we, en die zouden we in het hotel dan opeten. Ik stapte voorin bij de taxi, met Wesley Verhoek, Lex Immers en Ahmed Ammi op de achterbank. Maar ik had geen geld meer op zak en dat wisten zij ook. Toen we bij het hotel aankwamen, gooiden zij hun deur van de taxi open en renden hard naar hun kamer. Weg waren ze. Zat ik daar, nog met de gordel om, zonder geld naast die Spaanse taxichauffeur, terwijl ik drie grote zakken met McDonald’s-voer op mijn schoot had. Ik proberen uit te leggen, maar ja, dat liep niet goed af.'

'Vervolgens spoedde ik me ook maar naar binnen, maar wie verscheen er in de lobby van mijn neus? Trainer Maurice Steijn, samen met looptrainer Jurgen Seegers, die dagelijks heel fanatiek bezig was met wat je wel en niet moest eten om fit te blijven. Stond ik daar met drie zakken McDonald’s eten, terwijl ik veel te laat was, en natuurlijk aardig wat drankjes op had. En ondertussen kwam een scheldende taxichauffeur achter me aan. Tsja, lul je daar maar eens uit… Toen ik na al het gedoe even later op de hotelkamers van die gasten kwam, gierden ze het uit van het lachen. Wat hádden ze een lol. En ik ook wel, alleen ik wist ook direct dat dit niet echt mee hielp in de jacht op speelminuten.’

In januari 2012 met Wesley Verhoek op zijn rug tijdens het trainingskamp in Spanje.
© Pro Shots/Willem Vernes
In januari 2012 met Wesley Verhoek op zijn rug tijdens het trainingskamp in Spanje.

Die jacht mislukte dan ook hopeloos. Een paar weken na zijn debuut mocht hij nog een paar minuutjes opdraven in een kansloos uitduel met FC Groningen. Daar bleef het bij. Hoe prachtig en imponerend zijn entree ook was, het was al snel weer over met Van Duijn. Het contrast was groot. Voor zowel de club als de supporters stond één ding namelijk vast in juli 2011: aan cultheld Japie ging ADO nog veel plezier beleven. Maar dat liep toch anders.

'De minuten die ik speelde, waren allesbehalve kleurloos. Zelfs mijn oma kijkt de filmpjes op internet nog weleens terug'

‘Dat bedoel ik met dat mijn hoogtepunt ook indirect mijn valkuil werd. Na drie weken beleefde ik mijn debuut, was alles geweldig en voelde ik me opeens echt speler van ADO 1. Iedereen enthousiast, iedereen lovend. Maar onbewust werd de lat daarmee ook heel hoog gelegd. Ik kwam niet meer van de bank af, belandde op de tribune, kwam zelfs wissel te staan bij Jong ADO en moest een paar maanden later ook nog eens meespelen met de amateurafdeling van ADO. Ik had altijd nog maar een amateurcontractje, een reisvergoeding van zevenhonderd euro per maand. Ik beleefde voor mijn gevoel teleurstelling op teleurstelling. Dat was zo apart. Terwijl ik zonder die krankzinnige avond en misschien een rustigere, geleidelijke weg veel meer had kunnen spelen. Maar dat is als, en daar doe ik niet aan. Joh, ik kijk ook niet negatief terug. Integendeel. Het bleef bij één seizoen ADO, maar het was wel een bijzonder jaar en ik heb ontzettend veel lol gehad. En de minuten die ik speelde, waren allesbehalve kleurloos. Zelfs mijn oma kijkt de filmpjes op internet nog weleens terug. En ik kan het zelf later weer aan mijn kinderen vertellen en laten zien. En nu dus gekozen tot cultheld van ADO, door de supporters. Dat is wel echt kicken.’

Dagelijks ziet Van Duijn het ADO-stadion liggen, maar rijdt hij er vervolgens voorbij. Richting het Westland, waar hij in het bollenbedrijf van zijn vader in Honselersdijk werkt. Samen met zijn broer moet hij op termijn het bedrijf gaan overnemen. De kwekerij en de bloemenveiling in plaats van het voetbalstadion. Van Duijn speelde in de jeugd van PSV en Feyenoord, kende een historische doorbraak bij ADO, maar werd vervolgens bij Spakenburg, Quick Boys, Noordwijk en Rijnvogels vooral een zeer verdienstelijke amateurspeler. ‘Maar wij zullen Japie nooit meer vergeten’, zegt Van Leeuwen tot slot namens de supportersvereniging van ADO. ‘Door zijn bijzondere voorkomen en door het meest bijzondere debuut in de geschiedenis van onze club. Hij is voor ons uitgegroeid tot een absolute cultheld!’

VI vroeg de supportersverenigingen van alle Nederlandse profclubs een topdrie te maken van hun grootste culthelden. Gedurende drie weken worden alle 34 winnaars in een speciaal verhaal uitgelicht en uiteindelijk komt er op VI.nl een ultieme cultheld als winnaar uit de koker. Aanvullingen? Is er iemand over het hoofd gezien? Mail deze herinnering of anekdote naar mijncultheld@vi.nl.
Gerelateerde artikelen