
De Engelse lessen van Oranje
Na een enerverende voetbalavond ontwaakt Oranje in Portugal met een grote glimlach. Na Frankrijk en Duitsland was het Nederlands elftal in de Nations League ook te sterk voor Engeland. De finale tegen het gastland wacht, met zes lessen van het duel met de Engelsen in het achterhoofd.
I - Details
'Ik was al bezig met de voortzetting, dat was niet goed.' Nuchter analyseerde Matthijs de Ligt na afloop zijn fout tegen Engeland. De negentienjarige verdediger verspeelde na een half uur de bal en greep onfortuinlijk in. De toegekende strafschop betekende de voorsprong voor Engeland. De Ligt maakte opnieuw de wetten van het topvoetbal van dichtbij mee. Het deed heel even terugdenken aan zijn debuut voor Oranje, eind maart 2017, toen de verdediger in Bulgarije een ongelukkige wedstrijd speelde. Gisteren verliep alles anders. De Ligt rechtte zijn rug en ging onverstoorbaar weer op weg naar zijn persoonlijke niveau. Met een rake kopbal na rust wees hij Oranje de weg richting de finale. Wat de tegentreffer gisteren in de eerste helft wel symboliseerde, was het lot van de details. Eén verkeerde aanname, één verkeerde pass. Eén inschattingsfout. Het wordt veelal genadeloos afgestraft. In een wedstrijd waarin het Nederlands elftal grotendeel controleerde en domineerde, kan daarmee het verschil tussen winst of verlies worden bepaald. Bondscoach Ronald Koeman weet dat maar al te goed, en heeft in De Ligt een speler die dit als geen ander begrijpt. Met donderdag het perfecte antwoord.
II - Stootkracht
'Over de gehele wedstrijd waren we de betere ploeg en speelden we beter voetbal, maar in de laatste fase waren we slordig en niet goed. Soms zochten we te snel naar de zijkanten waardoor hun backs het goed konden belopen. Soms kwamen we in een twee-tegen-één-situatie. Dat moet dan een vrije schietkans worden. Of je die dan maakt, is weer een ander verhaal. Het was gewoon slordig.' Bondscoach Ronald Koeman gaf na afloop een kraakheldere analyse. Het Nederlands elftal was sterker dan Engeland, alleen ruim een uur lang resulteerde dit in te weinig dreigende momenten voor het vijandelijke doel. Te vaak namen slordigheden in het laatste deel van het balbezit de overhand, waardoor het Oranje ontbrak aan stootkracht. Met een aanval met Ryan Babel, Memphis Depay en Steven Bergwijn werd er opnieuw ingezet op een mix aan creativiteit, individuele klasse en snelheid. Bergwijn speelde een prima wedstrijd, maar Babel en Memphis konden hun gewenste niveau niet halen. Uiteindelijk was Memphis nog wel bij alle doelpunten betrokken, maar toch was zijn inbreng te gering als beoogde aanvalsleider. Op dat vlak zit er duidelijk nog rek in de ploeg. Het aanvalsspel in de laatste fase moet beter en effectiever om de volgende stap te maken.