
Zo begon de onweerstaanbare opmars van Curaçao: 'Er is hoop'
Curaçao kan het WK in Amerika, Canada en Mexico al bijna aanraken. Het is niet de eerste keer dat het tropische eiland, de piepkleine stip op de wereldkaart hardop droomt over een mondiale eindronde. Maar waar de nationale voetbaltrots onder bondscoach Dick Advocaat een paar dagen terug nog hoog over de voorlaatste horde heen zweefde – het werd liefst 0-7 op Bermuda – sneuvelde ze ruim tien jaar geleden onder Patrick Kluivert al vrij vroeg in de kwalificatie tegen El Salvador.
In aanloop van de wedstrijd der wedstrijden op Jamaica, waar Curaçao al genoeg heeft aan een gelijkspel, gaan we terug naar de dagen dat het zaadje werd geplant. En volop enthousiasme ontstond over het elftal dat danig was versterkt met spelers met Curaçaose wortels uit Nederland. Eloy Room was er destijds bijvoorbeeld al bij, net als VI’s Freek Jansen die in juli 2015 een prachtige reportage optekende.
MOEDER KLUIVERT
Het Ergilio Hato Stadion op een tropische woensdagavond. Een pastoor neemt enkele minuten voor de aftrap het woord. ‘Ik kan zorgen dat wij vanavond winnen’, galmt het in het Papiaments door de speakers van het stadion. Hij eindigt zijn preek met een allesomvattende conclusie: ‘Geloof in God, geloof in elkaar, geloof in Curaçao. Amen.’ De toeschouwers herhalen massaal het laatste woord.
De zon is net ondergegaan, maar het is nog erg broeierig. Vanavond is het feest, vanavond moet de ultieme WK-droom een nieuw euforisch hoofdstuk beleven. In het nationale voetbalbouwwerk in Willemstad, met sintelbaan, zijn vijftienduizend eilandbewoners samengekomen. Tien procent van de inwoners van Curaçao kocht een kaartje om erbij te kunnen zijn, waardoor het stadion in de wijk Brievengat voor het eerst in acht jaar is uitverkocht.
De grillplaten in de hoek van het stadion verspreiden een permanente barbecuelucht over het veld. Fans schreeuwen en gillen naar de spelers, elke bal richting het doel van tegenstander Cuba krijgt bijval, klinken er hoopvolle kreten. Tevergeefs. Curaçao is veel beter dan Cuba, maar het communistische eiland heeft een ijzeren gordijn opgetrokken. Een doelpuntloos gelijkspel is het teleurstellende resultaat. De pastoor op de tribune kijkt wat beteuterd.
Hier kan geen trainerscursus tegenop. Improviseren, ja, dat leer je hier wel
Toch valt er geen onvertogen woord. Vanaf het ereterras geeft premier Ivar Asjes de spelers een staande ovatie, schuin voor hem interviewt de lokale radio moeder Kluivert. ‘Dit is een goed begin, er is hoop, mensen, er is hoop’, zijn haar opbeurende woorden. Zoonlief wil daar tientallen meters verderop even niets van weten. De winnaar in hem komt omhoog, hij baalt stevig van het povere spel.
Het laatste fluitsignaal klonk amper, of allerlei journalisten renden het veld op om microfoons onder de mond van Patrick Kluivert te duwen. Een gezellige chaos, maar even lijkt alles op een verbaal misverstand uit te lopen. Terwijl Kluivert in alle rust de fouten van zijn ploeg analyseert, onderbreekt een tv-commentator hem. ‘Meneer Kluivert, er is toch hoop, we moeten toch positief zijn, meneer Kluivert? We hebben toch een goed team? Toch meneer Kluivert? We hebben toch de kwaliteiten om Cuba alsnog uit te schakelen?’ Kluivert geeft een bevestigend antwoord en schat de kansen nog op zestig procent in. Het journaille slaakt een zucht van verlichting. Normaal maakt Curaçao zich nergens druk om zolang de zon maar opkomt, maar nu heerst er een ongekende voetbalkoorts.

