
Woorden én daden: het wonderseizoen van Guidetti bij Feyenoord
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar 2012, toen John Guidetti een droomseizoen beleefde bij Feyenoord.
Mede dankzij twintig goals van de Zweed, die tijdens die jaargang zijn twintigste verjaardag vierde, legde Feyenoord beslag op de tweede plaats. Na het dramatische seizoen 2010/11 (toen de Rotterdammers tiende werden) was dat een knappe prestatie. Guidetti presteerde in Rotterdam-Zuid zó goed dat zelfs speeltijd bij zijn broodheer Manchester City niet onrealistisch leek. Mede door een virus in zijn zenuwstelsel bleek dat een brug te ver. Guidetti haalde eigenlijk nooit meer het niveau van 2011/12. VI's Martijn Krabbendam reconstrueerde na dat seizoen dat wonderlijke Guidetti-jaar.
Het duel tussen NAC Breda en Feyenoord is een uur bezig als Karim El Ahmadi de Rotterdammers op voorsprong schiet: 1-2. Trainer Ronald Koeman anticipeert meteen. Hij wisselt spits Guyon Fernandez voor een Zweedse aanvaller die al een tijdje fanatiek staat mee te leven langs de kant. Dan is het zover: op zondag 11 september 2011 om kwart voor vier maakt John Guidetti zijn debuut voor Feyenoord. Ruim twintig minuten later heeft hij zijn eerste competitietreffer gemaakt, als hij NAC-doelman Jelle ten Rouwelaar verslaat uit een strafschop. Guidetti vouwt zijn rechterhand achter zijn rechteroor om het thuispubliek nog wat meer uit te dagen. Het blijft 1-3 en Koeman weet niet wat hij ziet. 'We wisten wel dat John nogal overtuigd van zichzelf was', zegt de coach, 'maar om tijdens je debuut meteen de bal te pakken bij een penalty en 'm zo binnen te schieten, dat zegt wel wat. Toen wist ik dat we te maken hadden met een speciale speler, maar óók iemand die we af en toe kort moesten houden.'
© Pro ShotsVier dagen eerder, op woensdag 7 september, zwaait de kleedkamerdeur van Feyenoord open en stapt John Guidetti voor het eerst binnen. Het is een entree die de spelers nooit meer zullen vergeten. 'Hij had nog geen seconde gespeeld, of hij liep naar de installatie om even wat andere muziek op te zetten', herinnert Ruben Schaken zich. 'Vervolgens begon hij te praten en hield hij niet meer op. Dat Zlatan Ibrahimovic zijn grote voorbeeld was, maar dat híj in de toekomst óók op dat niveau zou belanden. Dat hij garant stond voor goals en dat-ie kampioen wilde worden met Feyenoord. Ik keek naar Karim El Ahmadi, die tegenover me zat, en we schoten in de lach. Ik zei tegen Karim: Wat is dat voor een rare vogel? Die jongen van het tweede van Manchester City komt hier even de baas uithangen. En toch waren we allebei op de een of andere manier geïmponeerd. Uiteindelijk wás hij de baas.' El Ahmadi herinnert het zich eveneens. 'Wát een mafkees, dacht ik, maar ik had er ook wel respect voor. Als je negentien bent en je komt binnen bij een club waar je niemand kent en je durft je zó uit te spreken, vertelt dat iets over je karakter. Ik wist meteen: Dit is een goeie.'