
Waarom niets mooier is dan een Armoedzaaier te zijn
In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. Vanwege de opvallende titelrace die het haast onaantastbare Paris Saint-Germain momenteel uitvecht met RC Lens, gaan we terug naar 1998, als De Armoedzaaiers kampioen van Frankrijk worden.
Philippe Abrams uit Salon-de-Provence wilde zó graag dat baantje op de posterijen aan de glamoureuze Côte d’Azur, maar kreeg er een in Nord-Pas de Calais. Voor straf. Hij had zich voorgedaan als invalide, om voorrang te krijgen bij de sollicitatieprocedure, maar werd gesnapt. En vervolgens naar de regio in het uiterste noorden van Frankrijk verbannen. Waar het volgens de verhalen altijd regent en waait, en het immer ijs- en ijskoud is. Waar de mensen ruw, oliedom en onverstaanbaar zijn. En zich dagelijks tegoed doen aan friet, frikadellen en vele liters bier. Op weg naar deze hel op aarde wordt Abrams tot stilstand gebracht door de politie. Hij reed veel en veel te langzaam. ‘Ik ben op weg naar het noorden, agent’, legt hij uit. ‘Ik probeer wat later aan te komen.’ Het gezicht van de agent dat op onweer stond, verandert meteen in een blik vol meelij. ‘Wat vreselijk voor u, rijdt u dan maar rustig door.’
'We hebben verloren, maar we zijn gelukkig'
Het is een van de beginscènes van de meest succesvolle Franse film aller tijden. Voor Bienvenue chez les Ch’tis gingen in 2008 ruim twintig miljoen Fransen naar de bioscoop. In het eerste deel van de komedie krijgt de kijker en het hoofdpersonage Philippe Abrams alle vooroordelen over de bewoners van Nord-Pas de Calais heerlijk aangedikt voorgeschoteld, maar in het tweede bedrijf legt regisseur (en acteur) Dany Boon de werkelijke ziel van de streek bloot. En ga je zelfs van Les Ch’tis houden.
Het is niet gemakkelijk een Armoedzaaier – want zo luidt ongeveer de vertaling van Ch’ti, een geuzennaam – te zijn. Het landschap rond Duinkerken, Lille en Arras is bezaaid met kolenmijnen. Decennialang daalden alle mannen vanaf hun twaalfde zes dagen in de week stilzwijgend het aardedonker in, waar ze (vaak letterlijk) blind op elkaar waren aangewezen. Want honderden meters onder de oppervlakte lag overal het gevaar op de loer, ongelukken waren aan de orde van de dag. Bij het plaatsje Courrières voltrok zich 120 jaar geleden zelfs de grootste mijnramp ooit. Liefst 1.212 kompels verloren door één explosie het leven. De enorme eensgezindheid die toen tussen de mensen onder- en bovengronds – ze woonden naast elkaar in speciaal gebouwde, eindeloos lange rijen dezelfde huisjes – ontstond, bestaat nog steeds. Hoewel de mijnen inmiddels alweer jaren gesloten zijn, lachen en huilen de Ch’tis met elkaar. Waar ze vroeger zij aan zij in het zwarte goud hakten, strijden ze nu samen tegen de enorme werkeloosheid die in Nord-Pas de Calais heerst. Maar één ding is altijd hetzelfde gebleven. En dat is dé vreugde in het verder bikkelharde bestaan: Racing Club de Lens.

