
Vleugje Sovjet op het WK: debuut Oezbekistan komt niet uit de lucht vallen
Van alle voormalige Sovjet-republieken staat alleen Oezbekistan op het WK. Verrassend? Misschien op het eerste gezicht. De mondiale doorbraak van de oefentegenstander van het Nederlands elftal was al langer in de maak, ver buiten het zicht van het Westen. 'Oezbekistan gaat geen push-over zijn. Voor geen enkele tegenstander.'
Begin je een verhaal over Oezbekistan met de erfenis van de Zijderoute of met de sporen van de Sovjet-Unie? Loop een rondje door Tashkent, de hoofdstad van het Centraal-Aziatische land, en je begrijpt het dilemma. Stop even op het Amir Temur Plein en aanschouw Hotel Uzbekistan, dat in de verte verrijst. Brutalisme op zijn best. Spuuglelijk, maar voor liefhebbers van een blok beton een lust voor het oog. In de schaduw van die kolos ontvouwt zich een wereld uit een ander tijdperk. Met name in historische steden als Buchara en Samarkand stuit je op binnenplaatsen met blauwe koepels, eeuwenoude madrassa's en smalle straatjes die herinneren aan de tijd dat karavanen hier passeerden, onderweg van oost naar west.
Lang geleden vormde Oezbekistan het historische hart van de Zijderoute, een kruispunt van handel en culturen. Een hub, noemen we dat tegenwoordig. Dat beeld veranderde drastisch. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd het land opgeslokt door een socialistische supermacht. De Sovjets drukten hun stempel: alles strak gepland, van bovenaf bestuurd en volgens het oude principe van verdeel en heers. Als academisch centrum groeide Tashkent uit tot de vierde stad van de Sovjet-Unie, na Moskou, Leningrad – het huidige Sint-Petersburg – en Kiev. Die status weerspiegelde zich op het veld. Pakhtakor groeide uit tot een gevestigde naam in de Sovjet Top Liga en vocht op het hoogste niveau verbeten duels uit met grootmachten uit andere republieken, zoals Dinamo Kiev, Spartak Moskou en Dinamo Tbilisi.