Toen VI vader en zoon Kruys interviewde: 'Ricky is Rick geworden'
VI Tijdmachine

Toen VI vader en zoon Kruys interviewde: 'Ricky is Rick geworden'

PRAAT MEE!

In de rubriek VI Tijdmachine herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar 2011, toen Gert en Rick Kruys werden geportretteerd in de serie Vaders & Zonen.

Rick Kruys was destijds actief voor FC Volendam, waar hij nu als trainer fungeert en waar vader Gert ten tijde van het interview de scepter zwaaide. VI's Yoeri van den Busken begon zijn verhaal destijds met dat zo beroemde moment uit 2004.

Gert Kruys kan niet uitleggen wat hij precies voelde op die donkere novemberdag in 2004. Hij was trainer van De Graafschap en zat op de bank in het stadion waar hij twee decennia eerder naam had gemaakt als speler. Galgenwaard was zijn huis. En nu liep daar, langs de lijn, een reserve van FC Utrecht warm. Die jongen met blonde krullen en een blos op de wangen was zijn tegenstander, maar ook zijn zoon. 'Het zal toch niet zo zijn dat die snotneus invalt en de winnende maakt?', had hij een paar dagen eerder nog geroepen. Door het sluimerende onbehagen ging Gert Kruys iets verzitten. Het was alsof er een stroomstoot door zijn lichaam schoot. Tintelingen. Door zijn hoofd maalde steeds dat ene zinnetje. Er gaat iets gebeuren… Rick Kruys, de negentienjarige middenvelder van de thuisclub, was nog maar net doorgebroken en had nog niet gescoord in het eerste elftal. Dus vanwaar die nervositeit? Maar Gert Kruys kon het onbestemde gevoel niet onderdrukken. Na 81 minuten kwam de wissel. Na 82 minuten besliste Rick Kruys de wedstrijd (1-0). In de dug-out van De Graafschap zat een man die niet meer wist waar hij moest kijken.

Eenvoud

Van den Bergh... Daar is Kruys... Kruys... Oh, wow, wow, wow! Dit is niet waar! Dit is niet waar! Dit is niet waar! Dit is niet te geloven! Dit is een jongensboek! Dit is alles!’

Voetbalcommentatoren verslaan honderden wedstrijden en soms is er dat ene moment waarop ze beseffen dat er iets uitzonderlijks is gebeurd. Dan vloeien er geen ingestudeerde volzinnen of ingewikkelde metaforen, maar beklijft de eenvoud. Het Volkspark-stadion was in 1988 'van Oranje' (Evert ten Napel), datzelfde Nederlands elftal 'een goed stel' (Theo Reitsma) en de goal van Wim Kieft tegen Ierland 'een lucky, maar wat geeft het?' (Eddy Poelmann). Zestien jaar later bleef Jan Roelfs in Utrecht maar roepen dat het niet waar was. Zijn ongeloof had te maken met een kort gesprek dat de NOS-verslaggever vóór het duel tussen FC Utrecht en De Graafschap voerde met Gert Kruys. Roelfs hield de coach een met Utrechtse branie doorspekt artikel over Rick Kruys in het programmablad voor.

Is-ie thuis ook altijd zo zelfverzekerd, jouw zoon?

'Nou, daar hoor ik hem niet. Dan durft-ie niks te zeggen.'

Hebben jullie vanochtend wel ontbeten?

'Nee, ik was al heel vroeg weg. Toen lag junior nog in zijn mandje, hoor.'

Maar stel, 0-0, hij valt in, want hij zit op de bank, hè. Prachtige wreeftrap in de kruising, jullie verliezen. Spring jij dan op van de bank of…? Hoe gedraag jij je dan?

'Nou, het is niet te hopen, maar dan komt hij er vanavond niet in. Dan gaat hij maar bij zijn meissie eten.'

Exclusieve content voor PRO abonnees

Dit artikel is exclusief voor PRO-leden. Profiteer van onbeperkte toegang tot alle PRO artikelen, achtergrondverhalen en analyses. Geen advertenties, geen beperkingen.