
Toen VI op pad ging met Johnny Rep: 'Paar beuken voor mijn kanis gehad'
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer een reportage met Johnny Rep uit de eerste VI van 2011.
We gingen toen met Rep mee naar de bekerwedstrijd tussen Ajax en AZ. De 59-jarige oud-aanvaller leefde het klassieke jongensboek met een reeks successen in de jaren zeventig, maar wachtte rond de jaarwisseling 2010/2011 nog steeds op een passende epiloog.
‘De vertedering die ik, net als veel andere mensen voor hem voel, kwam ook door zijn stijl van voetballen. Die schitterende galop. Dat paardje, die kop met haren. Hij was een jongetje, uniek. Hij had die sidestep. Mooi rechtop sprinten.’
Jan Mulder in Rep, een roerig (voetbal)leven
John Rep zit in een wegrestaurant dat De Krokodil heet en bestelt lamskoteletjes. 'Altijd goed. Rij jij? Doe mij dan maar een rood wijntje. Eentje.' Alsof hij zich nu al verdedigt tegen een spottende opmerking die nog niet is gekomen. Maar hij kent zijn reputatie. Te vaak werd de oud-speler van Ajax, Bastia, Saint-Étienne, PEC Zwolle, Feyenoord en Haarlem geassocieerd met overmatig alcoholgebruik. Vorig jaar verbleef hij een maand in een kliniek op de Veluwe, om af te kicken. 'De gevangenis', in zijn woorden. 'Een tijd lang zat ik gewoon niet goed in mijn vel. Maar ik was geen alcoholist, of een clochard. Ik dronk alleen wat te veel.' Rep bezweert dat hij het sindsdien anders is gaan doen. 'Ik heb geen zin meer om laveloos thuis te komen en de volgende morgen brak wakker te worden.'
Tegenwoordig fietst hij veel, soms helemaal naar Texel. En hij heeft zijn schaatsen vast laten slijpen. Met zijn goede vriend Henk-Jan Klok trok hij zes weken door Europa. In een camper. Op Corsica wordt hij nog steeds als een vorst onthaald. Rep is twee keer gescheiden, heeft drie kinderen en woont inmiddels weer samen met een vriendin. In zijn biografie blijft zijn persoonlijke leven ietwat onderbelicht. Aan zijn openheid zitten grenzen, stelt hij. Het geeft gelijk aan waar de grootste krater is geslagen. Figuurlijk gesproken: 'Ik heb een paar beuken voor mijn kanis gehad.' Dat het hem een deel van zijn vermogen kostte, staat evenzeer vast. 'En op de aandelenmarkt zat het wat tegen. Poeh zeg, hou op alsjeblieft.'
Ook goudhaantjes hebben een houdbaarheidsdatum. Kortom, Rep moet op zijn 59ste gewoon blijven werken. 'Dat heb ik hoofdzakelijk aan mezelf te wijten. Ik was jong en kende niemand die verstand had van beleggen.' Maar verder hoor je hem niet klagen. 'Ik heb het prima naar mijn zin. Een huismus? Nou, ik niet, hoor.' Hij bezoekt wedstrijden in de Eredivisie als rapporteur voor De Telegraaf, maar is niet zo'n vakidioot die tien competities tegelijk volgt. 'Af en toe word ik er moe van, als er niks aan is. Voetbal kan zo leuk zijn. In Engeland willen ze meteen naar die goal toe. Wij zijn meer van het positiespel en daar krijg ik het niet altijd warm van. Dan zap ik weg en blijf ik hangen bij een Engelse detective. Heerlijk.'
'Ik heb geen zin meer om laveloos thuis te komen en de volgende morgen brak wakker te worden'
Leesbrilletje
Sinds twee maanden toert hij door het land om boeken te signeren, van Texel tot Zeeland. Rep behoort plotseling tot het gilde der scribenten en maakt zittend aan een schrijftafeltje mensen blij met een handtekening en een glimlach. Vrouwen van middelbare leeftijd komen kijken of onder dat leesbrilletje zijn sexappeal nog schuilt; mannen hopen de held van dertig jaar geleden te herkennen. En soms zit het tegen. Uitgerekend op de dag dat het Voetbalmuseum in Middelburg groots uitpakte met een tentoonstelling over Faas Wilkes en een signeersessie van Rep, kondigde Rijkswaterstaat weer eens de noodtoestand af. ‘Normaal gesprokken trekt zo'n dag honderden mensen; nu een man of dertig. Ik vond het vooral sneu voor de directeur. Op de terugweg kwam ik nog in een enorme sneeuwstorm terecht.’