
Toen Theo Reitsma afzwaaide bij de NOS: 'Veel gepraat irriteert alleen maar'
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar eind 2002, toen we Theo Reitsma interviewden.
In dat jaar zwaaide Reitsma af als NOS-verslaggever met het becommentariëren van de WK-finale tussen Brazilië en Duitsland. De toen zestigjarige journalist, die later nog bij FOX Sports Eredivisie ging werken, blikte in gesprek met Bert Nederlof terug op zijn prachtige carrière.
Het debuut
'Ik werkte in de jaren zestig bij het Haarlems Dagblad waar een kunstredacteur me heeft aanbevolen bij Bob Spaak, destijds hoofd van Sport in Beeld, de voorloper van Studio Sport. Ik mocht in 1967 een proefwedstrijd becommentariëren van Volendam, de tegenstander weet ik niet meer. Ik had het geluk dat ik vrijwel alles wist van de spelers van Volendam. Daar heb ik geducht gebruik van gemaakt. Dat was een heel andere manier van commentaar geven zoals Koen Verhoef en Herman Kuiphof dat indertijd deden. Ik bleek diepe indruk gemaakt te hebben en mocht vervolgens écht een wedstrijd verslaan. Dat was bij Elinkwijk, waar ik met een cameraman naar een platform werd gehesen. Hij legde de wedstrijd op film vast, na afloop werden we naar beneden gegooid en racete je naar de ontwikkel- en montageruimte in Hilversum. Vervolgens scheurde je weer naar de studio in Bussum, waar je live je commentaar moest inspreken. Na afloop ging je naar de kassier en kreeg je een zakje met geld. Ik weet niet meer hoeveel dat was. Daarna moest ik met een bloedgang naar het Haarlems Dagblad om de zondagavond-sportpagina's te vullen. Twee jaar later, in december 1969, kwam ik in vaste dienst bij de NOS. In 1970 deed ik mijn eerste WK, vanuit de studio, samen met ingenieur Ad van Emmenes. Dat vond ik een hele eer. Kuiphof en Verhoef deden in Mexico de finale, de één de eerste, de ander de tweede helft.'
'Eerst werden de spélers jonger dan jij, vervolgens de trainers, dan de scheidsrechters en zelfs de bestuursleden'
De wedstrijd
'De kwartfinale Engeland - Argentinië van het WK van 1986 in Mexico is mij het meest bijgebleven. In dat duel kon ik mijn eigen kracht volledig laten blijken, terwijl ik altijd gek ben geweest van Maradona, veruit de beste speler die ik ooit heb gezien. Beter dan Cruijff, ook al omdat Maradona wereldkampioen werd en een aantal WK's heeft gespeeld. Ook als het tegenzat had hij begenadigde acties, terwijl hij een matig elftal zó kon leiden dat het de wereldtitel won. In die wedstrijd zag ik als een van de weinigen direct dat Maradona bij de eerste goal hands maakte. Dat kwam doordat ik met straatvoetbal ook weleens een bal met de hand gecamoufleerd had meegenomen. Ik had dan ook begrip voor die handsbal. De slechtste wedstrijd zou ik niet kunnen aangeven. Ik kan me ook niet herinneren ooit een echte blunder te hebben gemaakt. Ik heb alleen eens meegemaakt dat ik op het dak van het oude Zuiderpark zat en een speler van FC Twente zag die ik niet kon thuisbrengen. Maar ik kon het dak niet meer af! Pas vijf minuten voor tijd realiseerde ik me dat het René Notten moest zijn, een talent van wie ik net had gehoord. Daar heb ik later echt nog van gedroomd. Zo ben ik later gestoord geworden van Blinker en Taument. Die waren niet uit elkaar houden, ook al doordat ze voortdurend van positie wisselden.'
Exclusieve content voor PRO abonnees
Dit artikel is exclusief voor PRO-leden. Profiteer van onbeperkte toegang tot alle PRO artikelen, achtergrondverhalen en analyses. Geen advertenties, geen beperkingen.
Al lid?Log in op je account