Toen 'Rambo' Vitesse moest redden: 'Donkerste uur wel gehad'
VI 60 jaar

Toen 'Rambo' Vitesse moest redden: 'Donkerste uur wel gehad'

1Reacties
Journalist VI

Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar begin 2004, toen Vitesse voor de zoveelste keer crisistijden doormaakte.

De Arnhemmers bivakkeerden destijds in de degradatiezone van de Eredivisie, nadat ze kort daarvoor nog deel hadden uitgemaakt van de subtop. Na het vertrek van Karel Aalbers in 2000 trad het verval in en moest de club op de rem trappen. De kwaliteit van de spelersgroep nam af en een afzink naar het tweede niveau dreigde. Toch was er halverwege het seizoen 2003/04 ook reden voor optimisme, zo beschreef VI's Iwan van Duren.

Nog geen twee maanden geleden droomde directeur Theo Mommers van Vitesse op 4. Inmiddels is iedereen in Het Gelredome al blij als de club zich dit seizoen kan handhaven in de Holland Casino Eredivisie. Een voormalige hoofdcommissaris, een Arnhems straatschoffie en een Braziliaanse Rambo moeten de club nu redden. Gaat het nog gekker worden?

Het donkerste uur is het uur voordat de zon opgaat. Het is een eeuwenoude Spaanse wijsheid, van toepassing op Vitesse. Vier jaar geleden werd Karel Aalbers afgezet als Keizer van Vitesse. Een lange en inktzwarte periode volgde. Sinds januari 2000 vertrokken er drie elftallen, twee trainers, het hoofd opleidingen, de helft van het personeel en het complete bestuur. Wat rest zijn de laatste getrouwen en de onrijpe vruchten uit de boomgaard van de jeugdopleiding. Het is het jaar vier na Aalbers, Vitesse is leeggelopen, staat op de vijftiende plaats en wil nu de langste nacht achter zich laten. De dagen gaan weer lengen. De komende weken wil de club zich zowel sportief als bestuurlijk versterken. Het ochtendgloren naakt.

Methadonbus

'Er vertrekt hier niemand zonder dat daar versterking voor in de plaats komt', stelde een strijdbare trainer Edward Sturing voor aanvang van de competitie. Inmiddels zijn de routiniers Bob Peeters en Gert Claessens alweer vertrokken. Versterking? Nul komma nul. Hij moet zich voelen als een roeier die alleen maar achteruit kijkend op weg is naar een virtuele finish. Extra handicap is dat iemand de bordjes met de nog af te leggen afstand steeds verplaatst. Sturing roeit en roeit en ziet de afstand steeds groter worden. Hoe cruciaal handhaving in de Holland Casino Eredivisie ook is, extra geld voor versterkingen was er niet, is er niet en zal er niet komen. Vitesse is als een junk bij de methadonbus: iedereen voelt mee, maar niemand gelooft nog in het nut van geld geven.

Doorgewinterde krachten zoals Jan van Halst en Bert Konterman kregen de ploeg ook niet vlot. Afkicken is het devies. De methadon is het geld dat vrijkomt uit de exorbitant hoge salarissen van de vertrokken Peeters en Claessens. De enige hoop op meer is het vertrek van de laatste grootverdieners, doelman Dragoslav Jevric en aanvaller Didier Martel. De één is geblesseerd, de ander heeft al moeite in zijn broekje te komen. Toch staat het vrijwel vast dat Martel deze week afscheid neemt. Vitesse kan alleen maar denken aan transfervrije spelers, die betaald worden met het salaris van de opgestapte Belgen en van Martel. Bovendien kampen de internationals Matthew Amoah en Jevric met langdurige blessures. Het is om wanhopig van te worden. Sturing voelt zich persoonlijk verantwoordelijk: 'Ik werkte hier al te lang om de club zomaar kapot te laten gaan. Daarom heb ik vorig seizoen, misschien wel tegen beter weten in, de ploeg overgenomen. Als we toen gedegradeerd waren, dan had de club nu niet meer bestaan. Maar ik wil nu ook weleens gaan bouwen. Er is al een nieuw stichtingsbestuur, er komt een nieuwe directeur. Dat is wel een prettig gevoel. We beginnen weer op een club te lijken. Het afgelopen jaar was er gewoon geen club. We hadden alleen Theo Mommers als interim-directeur rondlopen en verder moest ik het maar uitzoeken. Dat was niet gemakkelijk.'