Toen Marcel van Roosmalen afscheid nam van zijn jeugdidool Theo Bos
VI-Tijdmachine

Toen Marcel van Roosmalen afscheid nam van zijn jeugdidool Theo Bos

1Reacties
Journalist VI

In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Precies dertien jaar na het overlijden van Theo Bos, brengen we de Vitesse-icoon weer eens voor het voetlicht. Als Michel van Egmond namens VI op bezoek gaat bij Marcel van Roosmalen, de auteur van Het is zoals het is, een intiem portret van zijn stervende jeugdidool.

Vitesse-watcher Marcel van Roosmalen zucht zoals alleen hij kan zuchten, neemt een trekje van zijn onafscheidelijke sigaret, veegt een sliert haar uit zijn gezicht, zet zijn door een ongelukje ietwat verbogen zonnebril recht, wenkt de ober voor de zoveelste dubbele espresso van de dag, haalt zijn telkens hinderlijk afzakkende broekrand even op, hoest, hoest nog een keer – het is tenslotte pas middag, de ietwat chaotisch levende schrijver is nog maar net op – negeert de rinkelende telefoon in zijn binnenzak, want het is vast een ongeduldige eindredacteur van een van de vele kranten en tijdschriften waar de droogkomische maar niet al te stipte columnist voor werkt, tuurt dan een tijdje voor zich uit en begint uiteindelijk te vertellen.

Een boek schrijven over je stervende jeugdidool, het liefst met een beetje humor ook... Het leek me een onmogelijk project

— Marcel van Roosmalen

‘Theo Bos was mijn jeugdidool. Vroeger, in Arnhem, ging ik als kind op de training vaak naar hem kijken. Ik was een van die jongens die achter het doel stonden. Ballen die naast werden geschoten, schoten wij terug het veld op. We hadden het best druk. Vitesse was niet zo goed eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Theo was aanvoerder en de enige voetballer van Vitesse die lopend naar de training kwam. Soms liepen we met hem mee terug naar zijn huis. We vroegen dan handtekeningen aan hem en gingen mee naar binnen als hij bij de benzinepomp drop ging kopen. We liepen door tot aan het tuinhek van zijn huis in de dr A. Kuyperstraat. Daar kregen we een hand. Soms vroegen we of Theo dacht dat Vitesse ging winnen zondag. Hij zei dan altijd: “Ja”.’

‘Later werd ik journalist en begon ik te schrijven over Vitesse, toen leerde ik Theo kennen. Nadat hij ziek was geworden, heb ik hem een exemplaar van mijn columnbundel Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt gegeven. Theo, pak ’m terug, schreef ik erin. Dat schreeuwden we vroeger op de tribune als een speler van Vitesse werd getackeld. Daaronder zette ik: Je bent mijn jeugdheld. Zo kregen we weer contact. We waren geen vrienden of zo, maar maakten wel altijd een praatje als we elkaar ergens tegenkwamen.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

Theo Bos in een muurtje met Roy Makaay, Erwin van de Looi en Carlos van Wanrooy.

‘Vorig jaar werd het allemaal anders. Mijn vader overleed. Hij was ongeneeslijk ziek. Vroeger ging ik elke thuiswedstrijd met hem naar het stadion. Totdat hij een keer van de tribune afviel. Daarna ging ik voortaan met mijn broer en luisterde mijn vader thuis naar de radio. Dat was veiliger. Toen Theo het nieuws over mijn vader hoorde, belde hij me op. Hij nodigde me uit bij hem en zijn vrouw Marieke te komen eten. Dat vond ik superaardig. Hij was zelf al bijna een jaar ziek, het was zestien weken voor zijn dood. Het werd een heel gezellige avond.’

‘We hebben gelachen. Soms was het ook wel serieus. Bij de koffie zei Theo dat hij graag een boek over zijn leven wilde. Zijn kinderen moesten later kunnen teruglezen wat voor man hij was geweest, dat was een van de redenen. Hij zei ook dat hij had besloten dat ik het maar moest gaan schrijven. Hij wilde een eerlijk boek, niet te zwaar, met humor en waarin zowel zijn spelersloopbaan als de tijd daarna zou worden behandeld. Ik vond het nogal wat, maar heb er toch vrij snel mee ingestemd. Ja, wat moest ik anders? Het is een verzoek dat je niet kunt weigeren. Ik voelde me moreel verplicht. Maar een dag later sloeg de paniek al bij mij toe. Een boek schrijven over je stervende jeugdidool, het liefst met een beetje humor ook... Het leek me een onmogelijk project. Dit boek was er ook nooit gekomen als Theo het me niet had gevraagd.’

Ik heb me nog nooit ergens zo misplaatst gevoeld als daar, aan het sterfbed van mijn jeugdidool

— Marcel van Roosmalen
Toen Marcel van Roosmalen afscheid nam van zijn jeugdidool Theo Bos