
Toen 'Little Twente' zich tot grootste club van het land kroonde
In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. Deze keer gaan we vanwege de opleving van FC Twente terug naar mei 2010, toen de trots van Tukkerland zelfs doorstootte naar de landstitel.
Op het veld van eer van het Rat Verlegh Stadion in Breda staat Joop Munsterman te stamelen en stotteren, begint Peter Wekking zijn verhaal in de kampioensbijlage in VI. ‘FC Twente kampioen. Ik kan het nog niet geloven. FC Twente kampioen. Verdomme. Al dat gedoe.’
De voorzitter van FC Twente heeft wel eens vloeiender zinnen gesproken. Kenneth Perez huilt. Na mislukte aanlopen met AZ, Ajax, PSV en opnieuw Ajax heeft hij dan toch op 35-jarige leeftijd de finish gehaald. De beste van Nederland. De andere spelers van FC Twente doen kinderlijk gek zoals alle voetballers ter wereld doen als ze net kampioen van hun competitie zijn geworden.
Een winnend elftal ontstaat vrijwel altijd out of the blue
Steve McClaren staart na de 2-0 overwinning van zijn ploeg op NAC naar de punten van zijn schoenen in de hoop dat de modder wellicht verdwijnt. Dan kijkt hij een journalist aan. De trainer die normaal altijd vragen krijgt, stelt er nu zelf één. ‘How did we do this? Tell me, please! Kun jij me uitleggen hoe we dit voor elkaar hebben gekregen? Vorig seizoen werden we tweede en de regionale krant in Twente gaf een boek uit. De titel was It’s a Miracle. Dit is dus meer dan een mirakel. Veel meer. Maar hoe noem je zoiets?’
Met het hoofd vol van dit soort verwonderde vragen en de kampioensschaal op zak hijst het Twentse gezelschap zich daarna in de bus op weg naar de van vreugde ontplofte regio. Om er diep in de nacht na dichtbevolkte snelwegen en vele doorverende viaducten achter te komen dat een route via Antwerpen, Aken en Oberhausen een stuk sneller was geweest.
Geteisterd
Een paar uur later zien we hem weer. De succestrainer is deze maandag 49 jaar geworden. Er lichtjes geteisterd uitzien, dat lukt hem wel. ‘Wat een ongelooflijk feest heeft deze regio ons gegeven’, kreunt McClaren. ‘Toen ik vannacht thuiskwam, was mijn huis versierd. Toen ik vanochtend wakker werd, stond er een kraan in mijn tuin. Blijkbaar wordt er vandaag iets op mijn dak geplaatst. Ik laat alles maar over me heen komen. Letterlijk.’ Als hij de koffiekamer betreedt heeft de Raad van Elf een erehaag voor hem gevormd. Happy birthday, zingen de mannen op leeftijd die dag in dag uit de training van FC Twente bezoeken.
© VIDe vraag van Breda zoemt dan nog steeds rond. Hoe hebben we dit geflikt? McClaren: ‘Voor dit seizoen voorspelde ik: de ploeg die 81 punten haalt, wordt kampioen. En kijk nu eens: we hebben er 86 bij elkaar moeten knokken. In Europa hebben alleen Barcelona en Real Madrid meer punten. Dat wij dit met FC Twente hebben gerealiseerd is een over-prestatie. Toen ik hier twee jaar geleden binnenkwam heb ik de club weleens gekscherend Little Twente genoemd. In het perspectief van de geschiedenis van het Nederlandse voetbal zijn we dat natuurlijk nog steeds.’
Het antwoord ligt natuurlijk voor een deel in de voorbije jaren. Voorzitter Joop Munsterman legde in 2003 bij de failliete club uit Enschede een ambitieuze visie en een vooruitstrevende organisatie neer. De trainers Fred Rutten en Erik ten Hag zorgden tussen 2006 en 2008 voor een topsportklimaat in Enschede. Goede voetballers werden in de loop der jaren continu vervangen door iets betere, waardoor het gemiddelde voetbalniveau steeds hoger kwam te liggen. Van het basiselftal dat in 2007 aan de hand van Fred Rutten de vierde plaats haalde, stonden zondag in Breda alleen nog Sander Boschker en Blaise Nkufo op het veld. Met zijn kwaliteiten om individuele karakters in een gezamenlijke richting te duwen, zorgde Steve McClaren de afgelopen twee seizoen voor het laatste zetje.
Theo Janssen heeft zich gerehabiliteerd en gemanifesteerd als topvoetballer
In de kleedkamer van Manchester United leerde hij hoe vedetten als David Beckham en Ryan Giggs zich toch konden schikken naar het teambelang. Bij de achttienvoudig kampioen van Engeland ervoer hij als assistent-trainer ook hoe een topteam functioneert en zich slechts focust op de eerstvolgende wedstrijd en afstand neemt van hinderlijke randzaken. Dat heeft hij vooral op de spelers van FC Twente overgebracht: een sterke geest. Relatief gewone voetballers werden spelers met de onwrikbare wil om te winnen en het vermogen om zich niet gek te laten maken door de omstandigheden en zeker niet door een achterstand.
Britse humor
Dat deed McClaren de ene keer door de selectie over zijn met die typisch Britse humor doorspekte ervaringen te vertellen. Dan weer liet hij Bill Beswick invliegen, een Engelse sportpsycholoog die door zijn werk met Tiger Woods en Roger Federer weet heeft van de kunst van het winnen. Zondag, vlak voor de aftrap tegen NAC, liet McClaren in de kleedkamer een compilatie zien van beelden uit de spektakelfilm Any Given Sunday. Daarin speelt Al Pacino de coach van een door tegenslag en tegenwerking geteisterd American football-team dat tegen alle winden in toch de titel pakt. De emotie en de energie spatten de Twente-spelers tegemoet, die staken een mes tussen de tanden en speelden vervolgens tegen NAC een wedstrijd waarin ze ruim negentig minuten lang controlerend en dominerend waren.
Zo heeft de motivatiekunstenaar Steve McClaren het dus ongeveer geflikt. Zelfs Oscar-winnaar Al Pacino dribbelde een potje mee in de opzienbarende kampioensstrijd van FC Twente. Al heeft het wel even geduurd voor hij echt grip kreeg op de Twente-spelers, zo bekent McClaren op zijn verjaardag. Voor zijn gevoel beleefde hij pas op 3 december 2008 met de 2-1 overwinning op Schalke 04 pas de echte doorbraak.
© VI‘Als je bij een club binnenkomt, heb je altijd te maken met een erfenis’, aldus McClaren. ‘Die van FC Twente was de periode Fred Rutten, die de club uit een moeilijke periode naar twee vierde plaatsen had geleid. Spelers waren gewend aan zijn werkwijze die hen succes had gebracht. Het was moeilijk om dat commando over te nemen. Ik was dan wel de nieuwe trainer, maar voor de fans en de spelers was het nog steeds het FC Twente van Fred Rutten. En toen kwam Schalke 04 langs.’
‘Een club die in Enschede bewonderd wordt als een soort van FC Twente in het kwadraat. Veel groter stadion, veel groter budget. De club ook van Fred Rutten. Het was alsof alles die avond zo moest samenvallen. Wij wonnen die wedstrijd, waardoor FC Twente voor het eerst sinds dertig jaar weer Europees overwinterde. Dat was echt een keerpunt, ook mentaal. De supporters en de spelers zagen dat het elftal een nieuwe identiteit kreeg. Voor mijzelf en Kenneth Perez die een van de twee goals maakte, was het dé doorbraak. Want wij waren gehaald om FC Twente te veranderen en bij de hand te nemen.’
Gekweld
Dat leidde vorig seizoen tot de tweede plaats en een nieuwe vraag. Wat kan FC Twente in het tweede jaar onder Steve McClaren? Die werd gesteld op 25 juli 2009. De Enschedeërs hadden zojuist tijdens de voorbereiding in Gronau met 3-1 verloren van Jupiler League-club FC Emmen en de Engelsman was een gekwelde trainer. Hij kon eerst de weg naar het wedstrijdveld in Duitsland niet vinden en was eerder ook al zijn sterspelers Edson Braafheid, Eljero Elia en Marko Arnautovic kwijtgeraakt. En McClaren had nog zo tegen Joop Munsterman gezegd: Houd deze selectie bij elkaar en ik bezorg je het kampioenschap.
Maar in Gronau liep de coach ijsberend rond, gromde een keer, gelastte een lange stilte in om het volgende antwoord te verzinnen: ‘Eerlijk, ik heb geen flauw idee. Ik maak me grote zorgen.’ Nu zegt hij: ‘Dat Bryan Ruiz en Miroslav Stoch in de kampioenswedstrijd tegen NAC beide goals maakten, is geen toeval. Zij vormden de ontbrekende puzzelstukjes. Maar in juli waren er grote twijfels. We wisten dat de nieuwe spelers kwaliteit hadden, maar niet of ze die snel in een nieuwe omgeving zouden etaleren. Ook de spelers die gebleven waren, hadden geen enkel houvast. Ze wisten alleen hoe goed de voetballers waren die waren vertrokken.’
Ik heb een paar keer gedacht: Nu zullen we wel struikelen. Maar iedere keer als de groep een resultaat neer móést zetten, deed ze dat ook
‘In het topvoetbal kan één wedstrijd een elftal maken of breken. Voor ons was dat de wedstrijd bij Sporting Portugal, slechts vier dagen na de nederlaag tegen Emmen. We begonnen goed, creëerden kansen. Dat was een eerste signaal dat we ook met dit elftal goed konden voetballen. Daarna werd Sander Boschker eruit gestuurd. We bleven met tien man over, de penalty die Nikolay Mihaylov stopte was een inspirerende save. De overgebleven spelers werkten hun ballen eraf voor een goed resultaat. Met het 0-0 gelijkspel kregen ze dat. Dat was het bewijs. We have something. Kwaliteit. Goede houding bij de spelers.’
Met welk doel begon u vervolgens aan de nieuwe competitie?
‘Ik had geen concrete doelen. De vraag was ook hoe hongerig en scherp de spelers nog waren na de tweede plaats van vorig seizoen. Dat was voor FC Twente al een fantastische prestatie. De spelers hebben me prettig verrast, want ze bleken al snel een goede teamattitude te hebben. Dat is voor mij altijd het vertrekpunt. Willen werken, offers kunnen brengen, een team willen zijn; gedisciplineerd en professioneel gedrag. Daarna was het zaak om er snel een goed voetballend geheel van te maken. Dat lukte door de wedstrijd tegen FK Qarabag, waarin we besloten Ruiz naar rechts en Stoch naar links te verhuizen. Dat geluk moet je soms hebben. Een winnend elftal ontstaat vrijwel altijd out of the blue.’
Met 24 goals en 8 assists is Ruiz dit seizoen van doorslaggevende betekenis geweest.
‘Je weet nooit hoe het temperament van een speler is totdat hij voor de eerste keer door de deur binnenkomt. Eerlijk: ik had niet verwacht dat Ruiz zo goed en al zo snel beslissend voor het elftal zou zijn. In België had hij maar elf en twaalf goals per seizoen gemaakt. Elk topteam heeft speciale spelers nodig die op cruciale momenten de wedstrijden voor je beslissen. Met andere spelers heeft Bryan dat dit seizoen gedaan. Maar het succes van dit elftal is gebouwd op meer componenten.’
© VIBryan Ruiz maakt ook in de kampioenswedstrijd tegen NAC Breda het verschil.
Welke?
‘Uiteindelijk hebben we slechts één goal meer gemaakt dan vorig seizoen. Minstens zo belangrijk is dat we acht doelpunten minder tegen hebben gekregen. Het elftal is gegroeid in het vermogen om rustig te blijven en in de wedstrijd altijd uitzicht te houden op een resultaat. In voetbal draait het om het eindproduct, ook in verdedigend opzicht. De spelers zijn daar bewuster mee omgegaan. De centrale verdedigers Wisgerhof en Douglas zijn beter geworden en aan elkaar gewend geraakt. Vorig seizoen hadden ze maar een half jaar samengespeeld. Ronnie Stam werd evenwichtiger in het verdedigende werk. Je kon hem met een gerust hart tegenover specialisten als Balázs Dzsudzsák of Luis Suárez zetten. De komst van Dwight Tiendalli was ook belangrijk. Hij kwam erin en hij stond er. Goede verdediger. Multifunctioneel.’
‘Wout Brama is sterker geworden. En wat te denken van Theo Janssen! Wat hij tegen Feyenoord deed, spelen met een hamstringblessure, had hij vorig jaar niet gekund. Hij is veel stabieler in zijn hoofd en dus in zijn prestaties geworden, je kunt nu op hem bouwen. Theo heeft zich gerehabiliteerd en gemanifesteerd als topvoetballer.’
‘Voor de wedstrijd tegen NAC zei ik tot de spelers: De meeste van jullie willen door naar de top. Zondag zullen we veel gaan leren over jullie persoonlijkheid en jullie toekomst. Als de groep iets heeft laten zien is dat er een ongelooflijk karakter in zit. De spelers hebben me elke dag weer verrast. Ajax hijgde ons de laatste maanden steeds meer in de nek, de druk werd elke week groter. Ik heb een paar keer gedacht: Nu zullen we wel struikelen. Maar iedere keer als de groep een resultaat neer móést zetten, deed ze dat ook. Dat is iets waar ik veel mee bezig ben geweest. Mentale stabiliteit. De geest brengt je uiteindelijk in de positie om beslissende dingen te doen.’
Wanneer drong bij u het besef door dat FC Twente kampioen kon worden?
‘Na de 1-1 bij PSV, eind maart. Die wedstrijd had álles wat topvoetbal mooi maakt. Druk vooraf en druk in de wedstrijd. We kwamen op achterstand en daardoor kwam er nog meer druk op onze schouders. Toch kwamen we terug in de wedstrijd. En ook nog op een voetballende manier, want wij werden de dominante partij. Uiteindelijk leverde dat een resultaat op, tegen een concurrent en een topteam. Dat zijn de momenten waarop spelers geloof krijgen. Je groeit vooral door resultaten.’
Voetbal is een sport van je weet het maar nooit. Wij zijn gekomen waar we zijn omdat mensen hun werk deden op het moment dat dat van ze werd gevraagd
‘Er is me vaak gevraagd wat zelfvertrouwen nu eigenlijk is. Voor mij is zelfvertrouwen vooral demonstrated ability. In moeilijke situaties laten zien dat je het kunt. Ik kan tegen een speler honderd keer zeggen dat ik hem een goede voetballer vind of dat hij goede voorzetten geeft. Maar hij moet dat zelf ervaren. Voelen. Ruiken. Zichzelf bevestigen. Dat hebben we twee jaar lang opgebouwd, steen voor steen. The big nights in Europe hebben ons daarbij geholpen. Stade Rennes, Manchester City, Schalke 04, Olympique Marseille, Sporting Portugal, Fenerbahçe, Werder Bremen. Soms wonnen we, soms verloren we. Maar altijd hebben we geleerd.’
Ruiz was een topaankoop, Stoch en Tiendalli hebben het goed gedaan, de inbreng van jonge spelers als Luuk de Jong en Nicky Kuiper was volgens verwachting. Uw aankopen Nashat Akram, Bernard Parker en Wellington hebben echter teleurgesteld.
‘Die jongens hebben een moeilijk jaar gehad. Het elftal kwam al snel in een ritme, we bleven winnen. Er was geen reden om te wisselen, want er hebben zich weinig blessures voorgedaan. Het geluk van anderen was de pech van Akram, Parker, Wellington en ook David Carney. Ze hebben bijna niet de kans gekregen om bij FC Twente te laten zien dat ze goede voetballers zijn. Toch zijn ze tot het einde scherp gebleven. Klaar om hun ding te doen.’
Hoe hebt u ze daarvan overtuigd?
‘Ik heb altijd gezegd: een seizoen wordt pas beslist in de laatste vijf wedstrijden. Dat is de fase waarin een seizoen van goed in slecht kan veranderen. Of van goed in heel goed. Dat is ook de fase waarin helden geboren worden. Als bewijs haal je voorgaande seizoenen aan. Ook toen is het elftal bij elkaar gebleven hoewel individuele spelers als Youssouf Hersi, Romano Denneboom en Jeroen Heubach soms mopperden en unhappy waren met hun rol. Maar Hersi maakte in een seizoen als invaller wel zeven belangrijke goals.’
© VI‘Voetbal is een sport van je weet het maar nooit. Wij zijn gekomen waar we zijn omdat mensen hun werk deden op het moment dat dat van ze werd gevraagd. Nicky Kuiper en Dario Vujicevic kwamen in de ploeg en speelden goed. Luuk de Jong en Cheik Tioté kwamen als invaller tegen SC Heerenveen in het veld en hielpen ons aan twee goals en de overwinning. En wat te denken van Slobodan Rajkovic? Die heeft dit seizoen nauwelijks gespeeld, maar voetbalde tegen NAC een berenpartij. Dergelijke kerels heb je nodig als je kampioen wilt worden.’
De man die als verbannen bondscoach met zo veel ellende uit Engeland werd gejaagd en na het kampioenschap met FC Twente in eigen land plots wordt bejubeld als Comeback King, sluit de ogen. Als hij ze weer opent, is er nog steeds die vragende blik. How did we do this?
Wat hij er misschien ook mee bedoelt te zeggen, is: hoe kun je kampioen worden met een elftal waarin de nummer 9 en de nummer 10, twee cruciale posities toch, bepaald niet optimaal functioneerden? Aangever Kenneth Perez (35) en afmaker Blaise Nkufo worstelden afgelopen seizoen overduidelijk met hun leeftijd en bleven qua rendement allebei achter bij voorgaande seizoenen. De twee sterke karakters konden bovendien niet met elkaar overweg en voetbalden bepaald niet in harmonie met elkaar. En toch hield McClaren die weerbarstige persoonlijkheden bij elkaar in een winnend elftal. Dan ben je dus een goede mensenmanager, zo zou het antwoord op McClarens vraag kunnen luiden.
Ach, komt de jarige trainer dan tot inkeer. Steve McClaren maakt een wuifgebaar. ‘We gaan nu feestvieren. De manier waarop alles gegaan is, behoort tot de geschiedenis. Als feit blijft overeind staan dat FC Twente kampioen is. Hoe is niet belangrijk. We did it.’