
Toen John de Wolf een lesje verdedigen gaf: 'Hóé maakt niet uit'
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar januari 2016, als VI’s Marco Timmer een oude en nieuwe Feyenoord-held aan één tafel zet en John de Wolf en Sven van Beek de diepte ingaan over het vak van verdedigen. En de verschillen tussen toen en nu aanstippen: ‘Er waren vroeger maar twee camera’s bij een wedstrijd. Ik wist de dode hoek wel te vinden, hoor.’
De foto is van 10 december 1994, de 32ste verjaardag van John de Wolf en zijn debuutwedstrijd voor Wolverhampton Wanderers. Op het beeld hangen de Nederlander en Notts County-spits Gary Lund samen in de lucht. Met zijn linkerarm drukt de verdediger de aanvaller naar beneden, zijn linkerbeen gaat gestrekt door de benen van Lund. Door de koppende beweging van De Wolf vormen zijn lange manen een grote blonde hanenkam. De ogen zijn dichtgeknepen. De bal zweeft dertig centimeter boven hen. Het is een luchtgevecht van God-zegene-de-greep. Wie er wint, is niet te zeggen.
Sven van Beek kijkt lang naar de foto en zegt dan: ‘Als wij zoiets nu doen, horen we direct een fluitje.’
De Wolf laat de foto zien als het thema koppen voorbijkomt. Het is slechts een van de vele interessante onderwerpen in het gesprek tussen beide generaties. De oud-prof kan zich er behoorlijk over opwinden. ‘Het moet hier niet Opa Vertelt worden’, zegt De Wolf. ‘Ik ben niet zo’n zeur die zegt dat vroeger alles beter was. Want dat is niet zo. Maar ik vind het koppen van veel verdedigers in de Eredivisie echt heel matig. Tegenwoordig zijn spelers al blij als ze een bal tegen hun hoofd krijgen bij een luchtduel. Maar goed verdedigend koppen, is gewoon te trainen, hoor.’
Net voordat Totti werd aangespeeld, gaf hij me een elleboog in mijn maag. Ik heb nog geprobeerd hem na te trappen
Van Beek: ‘Ik denk wel dat John daar gelijk in heeft. Er mag wel meer op getraind worden. Als ik eerlijk ben, gebeurt dat op dit moment bij Feyenoord niet specifiek. Onder Ronald Koeman haalden Terence Kongolo en ik de kopgalg erbij. Daar hadden we ook echt wat aan. Ik kop ook wel graag. Alleen moet ik in de duels nog wat slimmer worden, zodat ik in de lucht niet te snel uit balans ben.’
De Wolf: ‘Na iedere training deed ik vijftig kopballen. Springen, koppen, springen, koppen. Steeds maar timen. Zonder man, daarna met een vent ervoor en proberen de bal in de handen van iemand te koppen. Op een gegeven moment voel je je zó sterk in de lucht dat het niet uitmaakt welke spits er komt. Verdedigende slidings, hetzelfde verhaal. Daar wordt helemaal niet meer op getraind.’
Van Beek: ‘Dat klopt, dat hebben we nog nooit gedaan, ook niet in de jeugd.’
De Wolf: ‘Dat is toch gek?’
Van Beek: ‘Ik weet niet of dat gek is. Ik denk dat ik zelf wel weet hoe ik een sliding moet maken. Het is wel een belangrijk aspect, want het is vaak een laatste redmiddel.’
De Wolf: ‘Nou, dat bedoel ik, dan moet je er toch op trainen.’
© VI