Toen Johan Derksen op tienduizend schoorsteenmantels kwam te staan
VI-Tijdmachine

Toen Johan Derksen op tienduizend schoorsteenmantels kwam te staan

1Reacties
Journalist VI

In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Vanwege de 77ste verjaardag van Johan Derksen gaan we terug naar 2010, als de hoofdredacteur van VI tijdens het WK in Zuid-Afrika samen met René van der Gijp en Wilfred Genee miljoenen kijkers trekt met VI Oranje. Michel van Egmond tekent in aanloop naar de finale de gebeurtenissen achter de schermen op voor het blad.

WOENSDAG 7 JULI

Vier dagen voor de finale in Johannesburg

De momenten waarop de middenvelders van Spanje alle kanten beginnen op te rennen, alsof ze onder stroom staan of plotseling worden achtervolgd door een zwerm bijen, en ze intussen de bal op raketsnelheid verplaatsen naar plekken die je zelf al de hele tijd over het hoofd hebt gezien, dát zijn de momenten waarop je René van der Gijp in zijn suite kunt horen kreunen van genot. ‘Spanje is een bijzonder elftal, man’, zegt hij. ‘Ik zie soms dingen die ik nog nooit eerder op een voetbalveld heb gezien. Echt bijzonder.’

Het is warm in Scheveningen. Vandaag draagt René van der Gijp een blauw-witte bermuda, bruine Birkenstock-sandalen en een wit Hans Ubbink-T-shirt. Hij had de afgelopen dagen wat last van zijn rug, maar om dat te verhelpen heeft Esther, de vrouw van zaakwaarnemer Rob Jansen, inmiddels haar Haagse connecties aangewend. Binnenkort zal de masseur van Hotel Des Indes zich in Scheveningen melden om de oud-voetballer in de beslotenheid van zijn eigen suite van deze pijntjes af te helpen. De kapster is trouwens ook al besteld.

Het is allemaal wel leuk, zo’n hype. Ik ben blij dat ik morgen weer gewoon anoniem naar de supermarkt kan gaan

— Johan Derksen

In tegenstelling tot zijn collega’s Derksen en Genee, die gaandeweg het WK steeds bleker beginnen te zien, wordt René van der Gijp steeds bruiner. Hij is net terug van het strand. De zandkorrels zitten nog tussen zijn tenen. ‘Lekker man. Voetjes in de branding. Heerlijk. Ik zou hier wel kunnen wonen, in dit hotel. Geen enkel probleem.’

Het leven dat de oud-rechtsbuiten deze dagen leidt, is ook best overzichtelijk. Het is aan het einde van de ochtend opstaan, ontbijten, wat kletsen op het terras, de buitenlandse kranten doornemen met Wilfred Genee, een strandwandelingetje hier en een dutje daar, met tienduizend mensen op de foto en voordat je het weet begint dan de uitzending alweer. De routine wordt bij hoge uitzondering weleens onderbroken voor een ritje naar Dordrecht om thuis de post op te halen, maar aan meer avontuur heeft René van der Gijp verder geen behoefte. Liever houdt hij het leven aangenaam.

En zo komt het dat zijn tafelgenoten inmiddels snakken naar het allerlaatste fluitsignaal van dit toernooi, maar dat voor René van der Gijp het WK niet lang genoeg kan duren. En al helemaal niet wanneer Spanje speelt. ‘Weet je wat zo mooi is bij die Spanjaarden?’, vraagt hij. ‘Ze zien dingen die jij en ik niet zien. Daardoor spelen ze een soort voetbal dat constant verrast. Kijk, bij negen van de tien spelers weet je zo ongeveer wel wat ze gaan doen wanneer ze de bal hebben. Maar bij Iniesta weet je het nooit. Die weet soms zelf niet eens waar hij aan begint. Dat vind ik ook de mooiste momenten; dat hij iets gaat doen waar hij helemaal niet meer uitkomt. En dat je dat dan niet aan zijn gezicht kunt zien. Héérlijk man! Ja! Spanjaardjes zijn goed.’

Wilfred Genee komt naar buiten. Hij draagt blauwe sportschoenen. Daarmee probeert hij een bal hoog te houden. Het lukt niet erg. ‘Heb je het nu wéér over Spanje?’

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI / Tobias Kleuver

Van der Gijp: ‘Echt een bijzonder elftal, Wilfred. Ze doen dingen die je niet verwacht.’ René van der Gijp weet het zelf niet, maar de redactie heeft hem inmiddels bij de Spaanse ambassade in Den Haag voorgedragen voor een onderscheiding. Het verzoek werd enthousiast ontvangen en doorverwezen naar het Spaans Verkeersbureau, maar daarna volgde een lange reis tussen het kastje en de muur en liep het hele plan alsnog vast in een bureaucratische wirwar.

René van der Gijp geeft nog een voorbeeld van de klasse van Spanje: ‘Niet alleen de sterren, ook de minder grote spelers doen bijzondere dingen. Xabi Alonso. Die wordt dan bijvoorbeeld ingespeeld door die back, Sergio Ramos. Alle spelers nemen zo’n bal aan, draaien open en verleggen het spel. Xabi Alonso niet. Die speelt dan opeens in één keer, keihard en loepzuiver, weer terug naar Ramos. Haha!’ Hij klapt in zijn handen. ‘Boem!’, zegt René van der Gijp, ‘gewoon keihard terugspelen die bal. Briljant, want in de tussentijd is de tegenstander al een paar meter bij Sergio Ramos weggelopen. Die verwacht namelijk alles, behalve dit. En dat vind ik zó mooi, jongen!’

Dan gaat zijn mobiele telefoon. Er volgt een kort gesprek, René eindigt met ‘doei-doei, doei-doei, doei-doei, doei-doei’, en hangt op. Hij wordt verwacht in het Italiaanse restaurant aan de overkant. Daar staat al een pizza voor hem klaar. ‘Pizzaatje Classico’, zegt hij. ‘Lekker man. Goed!’ Dan veegt hij de laatste zandkorrels van zijn voeten en gaat op weg.

DONDERDAG 8 JULI

Drie dagen voor de finale in Johannesburg

Toen Johan Derksen op tienduizend schoorsteenmantels kwam te staan