
Toen Jaap Stam een elftal veteranen blinde angst aanjoeg
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we naar december 2009, als een verzameling veteranenvoetballers ineens tegen Jaap Stam moet aantreden. Net als eerder in voetbaltempels als Old Trafford, San Siro en de Johan Cruijff Arena heerst de 37-jarige verdediger nu in de modder van de Sallandse dreven. Peter Wekking was er namens VI bij.
Eigenlijk hadden we op de fiets moeten komen, zo begint het verhaal. Rond Hoonhorst, het katholieke dorpje dat tien kilometer ten oosten van Zwolle vredig ligt te slapen, zijn de prachtigste fietsroutes uitgelegd. De speciaal geschilderde rode banen slingeren zich door de Dalfse Dreven en gaan langs dikke vleeskoeien, de vistrap in de Vecht, landgoed Den Aalshorst met zijn historische tuinen en natuurlijk de Zwevende Steen. En als je geluk hebt, vertelt de gids spannende verhalen over een vrouw van lichte zeden die in een vorige eeuw de boeren uit de omgeving genadeloos de verleidingen van de nacht in lokte.
Gemiste kans. We hebben de auto gepakt.
‘Zondag moeten we naar Lemelerveld, maar stel je er niet te veel van voor. Dit niveau is het laagste van het laagste’
En er hebben deze novemberavond wel meer mensen de fiets laten staan, want bij het binnenrijden van Hoonhorst worden we terstond naar het weiland naast de Molen van Fakkert gedirigeerd. De auto laten staan en verder lopen, luidt het devies. ‘Tis knoepersvol in het doarp’, zegt de parkeerwachter, goed herkenbaar aan een oranje hesje. Dat zal best, want vijf maanden na het spetterende Sproeifeest waarbij schlagerzanger Bernhard Althoff (also known as Dennie Christan) met Rosamunde het dak van de witte partytent galmde, maakt Hoonhorst zich andermaal op voor een megafestatie. De voetbalvereniging Hoonhorst krijgt vanavond namelijk een liefdevolle kus van de beschaving. Er wordt een lichtinstallatie ingewijd. En wie wil daar nu niet bij zijn? De profvoetballers van FC Zwolle in ieder geval wel, want zij luisteren het evenement op met een wedstrijd tegen een streekelftal waarvoor ASC ’62, Heino, Nieuwleusen, Lemelerveld, Dalfsen USV, Wijthmen en natuurlijk Hoonhorst hun beste dorpskickers hebben geselecteerd. Jaap Stam is er ook om het wonder van het licht mee te beleven. Logisch, hij wilde als klein kind al elektricien worden.
De gewezen wereldvoetballer laat vanavond verscheidene gedaanten in zijn schaduw meedansen. Jaap Stam is een van de 641 inwoners van Hoonhorst, geldt als een nuttige middenvelder in het veteranenelftal van de plaatselijke voetbalvereniging en neemt vanavond op sportpark De Potskamp ook nog eens plaats op de bank van FC Zwolle. Daar begon hij dit seizoen als teamcoach, maar na het veelbesproken ontslag van Jan Everse doet Stam dienst als assistent-trainer. Zijn carrière neemt een beste vlucht.
© Pro ShotsStrijders van Hoonhorst.
Als de lampen in Hoonhorst branden, het Bengaals vuur is gedoofd en Stam zijn mannen naar voren schreeuwt, ontwaren we een markante gestalte. Onder het reclamebord van Schildersbedrijf Schunselaar staat René Eijkelkamp, ook al zo’n prominente inwoner die het gehucht zijn glorie geeft. De Sallandse vlek heeft meer vooraanstaande ingezetenen, zo blijkt. Voormalig minister-president Ruud Lubbers bewoont er zo’n beetje het grootste huis en ook acteur en schilder Jeroen Krabbé heeft er een stulpje. Ze inhaleren de gezonde boerenlucht niet vanwege de slager, bakker of supermarkt – want die zijn er niet in Hoonhorst – waar de primaire levensbehoeften nog worden aangeleverd per SRV-kar. Ze wonen er wel vanwege het haast middeleeuwse karakter van Hoonhorst, het privilege om anoniem door het bevroren leven te kunnen gaan en om – eventueel – de befaamde knobbelavond bij Café Kappers, de enige kroeg van het dorp, mee te maken.
Eijkelkamps familie is vanavond omni-present op sportcomplex De Potskamp. Zoonlief verkoopt toegangsbewijzen, zijn dochter heeft bardienst en hijzelf drinkt koffie en schouwt toe. Op dinsdagavond thuiszitten kan over twintig jaar nog wel, verklaart Eijkelkamp. De voormalige aanvaller van Go Ahead Eagles, FC Groningen, KV Mechelen, Club Brugge, PSV en Schalke 04 maakt tegenwoordig furore in het achtste elftal van Dalfsen. Tenminste, als de broze achillespezen het toelaten. ‘Ik probeer nog zoveel mogelijk te voetballen’, zegt de tegenwoordige spitsentrainer van PSV. ‘Als je niet speelt hoor je er domweg niet bij, zelfs niet op dit niveau. Als ik op zondagochtend de kleedkamer binnenkom krijg ik al pijn in mijn pens. Het is lachen, gieren en brullen. En daarna een biertje, natuurlijk.’
Ik voetbal nog steeds bij Dalfsen, mijn zwagers spelen bij Hoonhorst. Weet je wat ook grappig is? Dalfsen 8 zit in dezelfde competitie als het elftal van Jaap
Eijkelkamp heeft in Hoonhorst een status aparte, want hij is geboren in de vier kilometer verderop gelegen vijandstaat Dalfsen. Nadat hij een meisje uit het dorp had geschaakt, emigreerde hij naar Hoonhorst, waar hij sindsdien geldt als een soort van minister voor buitenlandse betrekkingen. ‘Vroeger bestond er tussen Dalfsen en Hoonhorst haat en nijd’, weet Eijkelkamp. ‘Wedstrijden tussen sportteams uit beide dorpen waren steevast goed voor bloed aan de paal. Sinds ik ben verhuisd naar Hoonhorst zijn de verhoudingen wat genormaliseerd. Al blijven de verjaardagen roerig. Ik voetbal nog steeds bij Dalfsen, mijn zwagers spelen bij Hoonhorst. Weet je wat ook grappig is? Dalfsen 8 zit in dezelfde competitie als het elftal van Jaap.’