Toen in Twente een legendarische wereldkampioen ging voetballen

Update: 16 augustus 2025 om 11:28
1Reacties
Journalist VI

Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar de beginjaren zestig toen in Twente een heuse wereldkampioen ging voetballen. Helmut Rahn, die met de 3-2 in 1954 de Magische Magyaren op de knieën kreeg en zo het Wunder von Bern volbracht, is deze zaterdag precies 96 jaar geleden geboren. Peter Wekking maakte namens VI ooit een portret van de legende.

De beelden zijn in zwart-wit, het geluid is in kleur. Een Polygoon-journaal uit 1960. Philip Bloemendal spreekt zoals alleen Philip Bloemendal dat kan. Met dat wat blikkerige stemgeluid, mooi articulerend en doorspekt met droge humor. ‘We zijn bij de training van Sportclub Enschede, waar de nieuwste aanwinst, de Keulse Bombardeur Helmut Rahn, sprongen van vreugde maakte omdat hij weer aan de slag kon. Er waren er overigens meer die Helmut Rahn wilden zien voetballen en die daarom op deze eerste competitiezondag naar de wedstrijd Sportclub Enschede-DOS kwamen kijken. Eenentwintigduizend toeschouwers, waaronder vierduizend Duitsers, verdrongen zich voor de loketten om de fameuze rechtsbuiten en goalgetter aan het werk te zien.’

Bloemendal, die in zijn vrije tijd voor de Amsterdamse metro de stations aankondigde, vatte in een paar zinnen de kern van het verhaal Rahn samen. Fameus, goalgetter, vreugdesprongen; het klopte allemaal. Immers, na een paar moeizame jaren in het Duitse clubvoetbal voelde de overgang naar Nederland voor de aanvaller als een geestelijke bevrijding. En ook in Enschede was de mijnwerkerszoon uit Essen een publieksmagneet, want van heinde en verre stroomden mensen toe om te kijken of de legende klopte. Want dat was Helmut Rahn. Een legende. Een fameuze aanvaller die op de voorgaande twee WK’s van 1958 en 1954 tien doelpunten had gemaakt. Waaronder de winnende in de finale van 1954. Een wereldkampioen dus.

'En toen was daar Helmut Rahn met zijn wondersloffen, die een explosieve jubel over het verweesde Duitse volk liet neerdalen'

Ook die zondagmiddag in Enschede toonde Rahn zich nog immer een goalgetter. De razende rechterspits maakte het tweede doelpunt in een wedstrijd die Sportclub Enschede met 3-2 won. Sportclub en DOS behoorden in die jaren tot de topclubs in Nederland. In 1958 hadden de twee al eens een beslissingsduel gespeeld om het kampioenschap van Nederland, gewonnen door DOS. Ook in de jaren daarna bracht Sportclub Enschede topvoetbal naar Twente. Door wedstrijden tegen het Santos van Pelé en het Manchester City van de legendarische keeper Bernd Trautmann te organiseren. Door spelers te halen als de Oostenrijkse international Richard Brousek, de Hongaar Gyula Nemes, de Luxemburger Spitz Kohn, de Amsterdammer Arend van der Wel, de Haarlemmer Joop Odenthal en Rinus Schaap die uit het Franse profvoetbal werd opgeduikeld.

‘Sportclub Enschede realiseerde al snel dat de club het in de top van het betaalde voetbal niet kon bolwerken met eigen spelers en keek verder’, vertelt clubarchivaris Ab Gellekink. ‘Ik kan me nog een cartoon herinneren van Dick Bruijnesteijn, die de tijdgeest van toen perfect weergaf. Daarop stond Jaap van der Leck, onze eerste trainer in het profvoetbal, afgebeeld als een soort tambour-maitre. Om hem heen stonden de spelers. Sommigen zaten op een kameel, anderen droegen het uniform van het Franse vreemdelingenlegioen. Want zo werd Sportclub Enschede destijds gezien: een vreemdelingenlegioen.’

Helmut Rahn paste daar prima tussen, al was hij een wereldberoemde vreemdeling, dat wel. ‘Ineens stond het in de krant’, weet Gellekink. ‘Helmut Rahn naar Enschede! Sportclub had met Henk Olijve destijds een manager en hij had in het diepste geheim onderhandeld over de transfer van Rahn. Voor 75 duizend gulden kwam hij van FC Köln naar Enschede. Dat was wat hoor. Door de tv en social media komen spelers als Messi en Ronaldo tegenwoordig heel dichtbij. Van Helmut Rahn had ik echter nog nooit bewegende beelden gezien. Ik was toen zestien of zeventien jaar en ineens stond hij voor me, op slechts een paar meter. Een wereldster!’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Imago

Rahn gold in de jaren vijftig als één na de beste aanvallers van de wereld. Der Boss werd hij genoemd. Vooral bij Rot-Weiss Essen was zijn invloed enorm, want Rahn loodste de club uit zijn geboortestad naar de twee grootste prijzen uit de geschiedenis. In 1953 werd de DFB-beker veroverd en twee jaar later werd Rot-Weiss zelfs kampioen van Duitsland. Overal wilden ze het Kanon van Essen horen bulderen. Tijdens een trip door Zuid-Amerika kon Rahn een vorstelijk contract tekenen bij Penarol uit Uruguay en Racing Club Buenos Aires wilde hem niet eens meer uit Argentinië laten vertrekken. Maar Rahn sloeg in die jaren alle aanbiedingen af, de mijnwerkerszoon voelde zich te zeer verbonden met het Ruhrgebied.

Als voetballer maakte hij vooral naam als de schepper van het Wonder van Bern. Daar, in de hoofdstad van Zwitserland, schoot Helmut Rahn West-Duitsland in 1954 naar de wereldtitel. Hij maakte twee goals in de finale tegen het onverslaanbaar geachte Hongarije. Rond de sterren Ferenc Puskas en Sándor Kocsis was een ijzersterke ploeg geformeerd, die de Magische Magyaren werd genoemd, en tussen 14 mei 1950 en 4 juli 1954 geen wedstrijd verloor. Ook op het WK van 1954 was Hongarije de ploeg in vorm. Regerend wereldkampioen Uruguay werd uitgeschakeld, Zuid-Korea kreeg met 9-0 klop en in de eerste ronde werd ook West-Duitsland haast achteloos opzij geschoven. Het werd 8-3.

En toen was daar Helmut Rahn met zijn wondersloffen, die een explosieve jubel over het verweesde Duitse volk liet neerdalen. In die dagen kampte Duitsland nog steeds met na-oorlogse depressies. Het land was economisch verslagen en moreel geslagen en voelde zich binnen Europa nog immer met de nek aangekeken. En ineens was daar het onverwachte voetbalsucces, het gevoel er weer toe te doen. De goals van Helmut Rahn werden in Duitsland gevierd als schitterende geleider van optimisme en hervonden zelfvertrouwen. Wir sind wieder da! Dat soort herrijzenisretoriek. Sociologen beschouwden Rahns winnende doelpunt zelfs als het eigenlijke geboortetijdstip van de Bondsrepubliek Duitsland en zagen een direct oorzakelijk verband richting het Wirtschaftswunder waardoor Duitsland vanaf het einde van de jaren vijftig uitgroeide tot één van de sterkste economieën ter wereld.

En dan te bedenken dat het doelpunt voor de eeuwigheid bijna nooit gevallen was. Tijdens de aanvangsfase van het WK was Helmut Rahn door bondscoach Sepp Herberger nog buiten het elftal gelaten. Een nachtelijke fladderpartij in het Zwitserse uitgaansleven was in slechte aarde gevallen. Want dat was Helmut Rahn óók. Een bon-vivant. Nachtvlinder. Levensgenieter. Hij dronk en hij rookte en deed dat het liefst in lokale café’s waar hij de sfeer verhoogde met sterke verhalen. Zijn vriend Fritz Walter, de legendarische aanvoerder van de Duitse kampioensploeg van 1954, kenschetste hem eens als ‘een energieke en zelfbewuste baas met een onuitputtelijke voorraad aan onzin en overmoed.’

'Een zeer dominante rechterspits. Heel tweebenig. Samen met Abe Lenstra is hij de beste voetballer die ooit bij Sportclub Enschede heeft gespeeld'

Zo lag de de vrolijke vrijbuiter continu overhoop met de Duitse justitie omdat hij herhaaldelijk dronken achter het stuur van zijn auto vandaan werd gehaald. In 1957 zag Helmut Rahn een bouwput over het hoofd en reed pardoes de kuil in. De agenten die poolshoogte kwamen nemen trad hij met schoppen en slagen tegemoet. Zijn criticasters, die beweerden dat het succes hem naar het hoofd was gestegen, snoerde hij de mond door tijdens het WK van 1958 zes doelpunten te maken, net zoveel als de jonge Pelé. Volgens zijn latere ploeggenoot Heinz Höher was dat typerend voor Helmut Rahn. ‘Helmut was een oorspronkelijk mens, dat meer dronk en rookte dan goed voor hem was. Maar als hij eenmaal op het veld stond dan leek het wel of hij gewisseld was. Dan zette hij een honderd procent prestatie neer.’ Het was één van de redenen waarom Helmut Rahn bij het volk zo geliefd was. Hij was één van hen, met dezelfde zwaktes en voorkeuren, en daardoor herkenbaar én aanraakbaar. ’s Avonds kon je hem aan de bar op de schouder slaan en de volgende dag vergaapte je je aan zijn voetbalkunsten.

Die gespleten persoonlijkheid belandde in 1960 in Enschede. In 1959 had Helmut Rahn zijn oude liefde Rot-Weiss Essen ingeruild voor een lucratief avontuur bij FC Köln, maar ook in de uitgaansmetropool aan de Rijn konden ze hem niet in het gareel houden. In Enschede, op een steenworp afstand van de Duitse grens, paste hij echter wonderwel. ‘De sfeer is in Nederland sowieso wat losser dus dat kwam Helmut als bourgondiër wel goed uit’, weet Joop Janssen, destijds ploeggenoot van Rahn bij Sportclub Enschede, nog. ‘Van de andere kant houden de mensen hier ook van aanpakken. Helmut lustte een glaasje en volgens mij sloeg hij ook wel eens een training over. Maar als de wedstrijd begon, dan stond hij er voor je.’

Rahn bleef in Essen wonen en nam voor de trainingen en wedstrijden met Sportclub Enschede zijn intrek in Hotel De Post in Glanerbrug. In zijn vrije tijd trapte hij regelmatig een balletje met de plaatselijke jeugd. ‘Helmut was echt een grote voetballer in die tijd, een wereldkampioen, maar hij had absoluut geen nare of verwende trekjes’, vertelt Janssen verder. ‘Hij wilde echt onderdeel zijn van ons team, ik vond hem ronduit kameraadschappelijk. Ik kan me nog herinneren dat ik een keer terloops tegen hem vertelde dat ik wel eens een Volkswagentje zou willen hebben. Een paar dagen later reed Helmut bij ons de straat in met een Kever. Dat regelde hij dan voor je.’

De Duitse bondscoach Herberger typeerde Rahn eens als een meester in de positieve improvisatie. ‘Bij Helmut moet je altijd rekening houden met grote verrassingen.’ Zoals zoveel buitenspelers in die tijd was Rahn een solist. Een onberekenbare dribbelkoning. Technisch gemiddeld en vooral snel. Een aanvaller die altijd de kortste weg naar het doel zocht en weinig oog had voor medespelers. De Engelse voetbalschrijver Brian Glanville kenschetste Rahn eens als een alles verslindende bulldozer op rechts.

Ondersteunend beeld bij het artikel© Imago

‘Helmut was inderdaad een krachtkerel’, herinnert Joop Janssen, zelf tussen 1951 en 1967 linksbuiten in het eerste elftal van Sportclub Enschede. ‘Vanaf de rechtervleugel trok hij overwegend naar binnen. Arjen Robben doet dat ook, maar bij hem zie je veel mooie acties. Helmut denderde vol naar binnen en haalde dan keihard uit met links. Die bal moest op dat doel en over de lijn, hoe maakte niet uit.’ Ab Gellekink, de clubarchivaris: ‘Misschien was Helmut bij ons al wel wat op zijn retour, dat kan. Maar ik vond hem nog steeds een geweldige voetballer. Een zeer dominante rechterspits. Heel tweebenig. Samen met Abe Lenstra is hij de beste voetballer die ooit bij Sportclub Enschede heeft gespeeld.’

En ook één van de meest kleurrijke. Want ook tijdens zijn verblijf in Nederland ontsnapte Rahn niet aan de klauwen van de Duitse justitie. Toen hij in januari 1963 de grens overstak om zijn zoon naar school in Gronau te brengen, werd de voetballer opgepakt. Rahn had in Duitsland nog een veroordeling achter zijn naam staan en verdween voor vier weken achter de tralies. Nog steeds gaat in Enschede het verhaal dat Friedrich Donenfeld, de toenmalige trainer van Sportclub, geregeld met de bal onder de arm naar de gevangenis ging om Rahn in conditie en in vorm te houden. ‘Dat kan ik niet bevestigen’, aldus Janssen. ‘Wel zijn we met wat ploeggenoten eens naar het Amtsgericht in Gronau geweest om hem een hart onder de riem te steken. Dan moest Helmut weer eventjes uitrusten, zoals dat werd genoemd.’

Ook in zijn Nederlandse jaren was Rahn razend populair bij Duitse voetbalfans. Speciaal voor hem verkocht een Duitse sigarenboer in Gronau kaartjes van wedstrijden van Sportclub Enschede. Bij bondscoach Herberger raakte de aanvaller echter steeds meer uit de gratie. Zo werd Rahn voor het WK van 1962 uit de Duitse selectie gelaten, omdat hij volgens Herberger drie kilo te zwaar was, in slechte conditie verkeerde en te individualistische speelde.

Henk Olijve, de markante manager van Sportclub Enschede en het latere FC Twente, startte nog wel een media-offensief om zijn ster alsnog naar het WK in Chili te krijgen. Hij telefoneerde ijverig met Duitse journalisten om ze te overtuigen van de goede vorm waarin Rahn over de Nederlandse velden wervelde en nodigde ze zelfs bij hem thuis. Daar stond op de schoorsteenmantel een foto van Helmut Rahn. In een zilveren lijstje, met een deemoedige blik. Kijk toch eens, zei Olijve dan, ziet zo een slechte kerel eruit? Volgens de Duitse media trachtte de Twentse zakenman – een handelaar in tenten en kampeerartikelen – echter vooral de beeldvorming over Rahn te beïnvloeden ten einde hem nog één keer voor goed geld te kunnen verkopen. Als hij daarmee werd geconfronteerd plantte Olijve theatraal de handen op het hoofd en begon te zuchten. ‘Helmut Rahn is voor mij als een zoon. Wilt u mij ervan beschuldigen dat ik mijn zoon verkoop?’

'Als hij al over zijn winnende WK-doelpunt wilde praten, dan was het met vrienden van vroeger. In een café, met een pils erbij'

Hoe het ook zij: na drie seizoenen en 39 vaak donderende doelpunten, keerde Helmut Rahn Sportclub Enschede in 1963 de rug toe. In Duitsland ging de Bundesliga van start en Meidericher SV – bepaald niet de meest prominente club van de nieuwe competitie – wilde zich onderscheiden door een vedette als Helmut Rahn aan te trekken. In een zaal van het Duisburger Hof werd de contract-ondertekening met de wereldkampioen van Bern een megafestijn. Er waren camera’s, flitsende lampen en tal van opgewonden journalisten. En er werd vruchtensap geserveerd. Alleen maar vruchtensap, als symbool van een nieuwe, frisse start. Ondertussen zaten in het Meidericher Stadion vierduizend mensen klaar om de verloren zoon van het Duitse voetbal welkom te heten. Rahn liet zich een paar ballen toewerpen en begon vanaf twintig meter op een leeg doel te schieten. De eerste bal verdween in de rechter kruising, de tweede zeilde in de linker bovenhoek en de derde bal schampte de lat. Op de tribune klonk instemmend gemompel. Hij kan het nog.

Dat liet hij ook in zijn eerste seizoen in de Bundesliga zien. Toegegeven: het shirt met de brede blauwe strepen knelde wat. De bijna 34-jarige Rahn was niet meer zo dun als een den. Slank als een eik, zeiden ze daarom voor het gemak in Duisburg. Rahn leidde Meidericher SV - het huidige MSV Duisburg - dat seizoen naar de verrassende tweede plaats in de Bundesliga. Ook viel hem de twijfelachtige eer te beurt de eerste rode kaart uit de geschiedenis van de Bundesliga te krijgen. Het was überhaupt de eerste keer in zijn leven dat hij uit het veld werd gestuurd. Rahn stond er om bekend dat hij zijn tegenstanders altijd met respect en fairness tegemoet trad. Een waardige voetballer werd hij genoemd. Bovendien was hij een aanvaller, een haas, die door vele honden werd gejaagd. En hazen moet je beschermen, vonden de media.

De kranten kraaiden toch van schande in die dagen. Na zijn eerste wedstrijden voor Meidericher SV waren de journalisten er immers van overtuigd: Duitslands beste rechtsbuiten was, en is opnieuw: Helmut Rahn. Vrijwel dagelijks werden smeekbedes richting bondscoach Herberger gestuurd om de teruggekeerde vedette weer op te nemen in de nationale selectie. En dat proces werd verstoord door Rahns rode kaart. Hem wachtte immers een schorsing en wie geschorst is kan zich niet in de nationale ploeg voetballen. De penningmeester van Werder Bremen sloeg ook al aan het mopperen. Werder was namelijk de eerstvolgende tegenstander van Meidericher SV en het ontbreken van Rahn zou zeker vijftienduizend DMark schelen. Het uit het veld sturen van Rahn was derhalve niet alleen een schending van het nationale voetbalbelang, maar ook een economisch delict.

Het Duitse elftal heeft Rahn nooit meer gehaald. In zijn tweede en derde seizoen bij Meidericher SV speelde hij steeds minder als gevolg van een slepende achillespeesblessure. In 1965 zette hij een punt achter zijn carrière waarin hij in 318 competitiewedstrijden 145 doelpunten had gemaakt. Met zijn broer startte hij een handel in tweedehands auto’s op, later werkte hij in de eenzaamheid van zijn volkstuintje. Waar anderen zoals Fritz Walter het succes van Bern uitpersten en held van beroep werden, trok Helmut Rahn zich terug. Bijeenkomsten met de ploeg van 1954 meed hij als de pest, interviews gaf hij amper. Als hij al over zijn winnende WK-doelpunt wilde praten, dan was het met vrienden van vroeger. In een café, met een pils erbij.

Ook van het moderne voetbal keerde Rahn zich steeds meer af. In 1994 reisde bondskanselier Helmut Kohl met een groep Duitse voetbalprominenten naar de eerste wedstrijd van Duitsland op het WK in Amerika. Slechts één genodigde zegde af: Helmut Rahn. Ook bedankte hij voor het adviseurschap bij de totstandkoming van de film Das Wunder von Bern. Regisseur Sonke Wortmann had juist Rahn tot de centrale figuur van zijn befaamde bioscoophit uitgekozen. Rahn was immers de schepper van het wonder, de createur van het nieuwe optimisme in het na-oorlogse Duitsland. De man die het zelfbeeld van de Duitsers ingrijpend veranderde stierf in 2003, kort voor zijn 74ste verjaardag. Zijn legende leeft voort, nog steeds. Het is vooral die bijnaam, die ruist als een klank van liefde. De eeuwige wereldkampioen, wordt hij genoemd.

Ondersteunend beeld bij het artikel© Nationaal Archief