Toen Frank Rijkaard Barcelona wakker moest schudden
VI Tijdmachine

Toen Frank Rijkaard Barcelona wakker moest schudden

1Reacties
Journalist VI

In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar de herfst van 2003, toen we Frank Rijkaard spraken over zijn eerste maanden als hoofdtrainer van Barcelona.

Het was nogal een verrassing dat de Catalanen medio 2003 in de zoektocht naar een nieuwe oefenmeester uitkwamen bij de voormalige bondscoach van Oranje, die een jaar eerder was gedegradeerd met Sparta Rotterdam. De pas gekozen preses Joan Laporta liet zich adviseren door Johan Cruijff en die zag in de toen 41-jarige Rijkaard een geschikte trainer om Barcelona te reanimeren. De oud-topvoetballer, die Henk ten Cate als zijn rechterhand had, slaagde uiteindelijk met vlag en wimpel, maar in de eerste maanden draaiden De Blaugranas nog stroef. Toen Peter Wekking Rijkaard in september 2003 opzocht, stonden de Catalanen in de middenmoot van La Liga met negen punten uit zes wedstrijden.

Duizenden mensen bij trainingen, en journalisten die oefensessies weer van de eerste tot en met de laatste minuut kunnen bekijken. Is dat het charmeoffensief van Frank Rijkaard?

'Barcelona neemt in het leven van de Catalanen een belangrijke plaats in, maar toen ik hier kwam viel me direct op dat er rond de club een sfeer van geslotenheid en negativisme hing. Henk ten Cate en ik hebben toen direct gezegd: We gaan naar die mensen toe en soms buiten de beslotenheid van het stadion trainen. Iedereen kan komen, aanraken, handtekeningen vragen. Ten aanzien van de journalisten hebben we gezegd: Je moet iedereen goed behandelen, openstaan voor ze. Kom maar. Dit is voetbal, waarom zou je geheimzinnig doen? Ik moet zeggen dat die aanpak gewerkt heeft. Het publiek komt in groten getale, er is sympathie, je proeft weer geloof. Al besef ik terdege dat het hier slechts om een randzaak gaat.'

U proefde dat negativisme ook in de spelersgroep van Barcelona.

'Normaal hoort het bij het begin van een seizoen in de kleedkamer te bruisen. Nieuwe spelers, nieuwe ronde, nieuwe verwachtingen. Ik vond het hier heel stil en timide, er was weinig leven. Dat heeft een aantal oorzaken. We hebben een heel grote selectie. Daar zitten spelers van naam bij die in het verleden weinig gebruikt zijn en zich opnieuw zorgen maken: Welk perspectief is er nog voor mij? En boven alles hebben ze het hier alleen maar over prijzen winnen. Als dat dan drie of vier jaar niet is gebeurd, krijg je een negatieve geest in de groep. Wij kunnen tóch niets winnen. Dan moet je oppassen dat niet iedereen mee naar beneden wordt gezogen, dat er niet te veel gaan denken dat het dit seizoen wel weer niets zal worden.'

Hoe doorbreek je dat doemdenken?

'Puur op je gevoel probeer je daarin kleine stapjes naar boven te maken. Door er wat vrolijkheid of eens een heel andere trainingsvariant in te gooien. Voetbal is een spel. Wel een heel serieus spel, want er wordt geld mee verdiend, er komen veel mensen kijken, je wordt als individu beoordeeld en mogelijk ook afgerekend. Maar het begint bij het spel en het woord spel staat er óók voor dat iedereen plezier heeft. Dáárvoor zijn die mannen ooit als jochies van zes of zeven jaar met een bal de straat op gegaan. Als ik heel eerlijk ben is het ons nog niet gelukt die negatieve spiraal te doorbreken, maar we maken wel winst. Misschien heeft het ermee te maken dat we de eerste competitiewedstrijd met wat geluk in Bilbao wonnen. Dat we met negen spelers een punt weghaalden bij Atlético Madrid. In die zin dat er positieve energie is, dat de spelers het net even wél konden opbrengen.'

Als je trainingen van Barcelona ziet, valt het op dat assistent-trainer Henk ten Cate dominant is tegen de spelers. U maakt hier en daar een praatje met ze en observeert vooral.

'Dat is de rolverdeling zoals we die hebben afgesproken. Het heeft ook met je karakter te maken. Henk heeft het in zich erbovenop te vliegen als het moet. Als eindverantwoordelijke kun je niet meer midden in die groep staan, je bent geen voetballer meer. Tussen de regels door geef je bij een speler wat aan. Dan kijk je of je er wat voor terugkrijgt, of hij zijn verantwoordelijkheid neemt, wat voor uitwerking zijn gedrag op de groep heeft. Maar op een gegeven moment houdt praten op. Je bent trainer en moet beslissingen nemen over die speler. Dan moet er afstand zijn.'

Toen Frank Rijkaard Barcelona wakker moest schudden