Toen de Oranje-spelers uitkeken naar de toekomst na een lege zomer

Toen de Oranje-spelers uitkeken naar de toekomst na een lege zomer

2Reacties

In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. Deze keer reizen we terug naar de zomer van 1986, toen Nederland nog steeds de wonden likte van het mislopen van het WK.

Argentinië had net de wereldtitel veroverd, toen VI's Emile Schelvis vijf Oranje-internationals interviewde over de toekomst van het Nederlands elftal. Adri van Tiggelen, Ben Wijnstekers, Ruud Gullit, Hans van Breukelen en Marco van Basten waren allemaal uit op revanche. Gezien het aanwezige talent zou Oranje misschien wel hoge ogen kunnen gooien op het EK in West-Duitsland.

Met de finale nog vers opgeborgen in het geheugen, maar ook met die ándere wedstrijden waar dekselse Diego voetbalstof tot nadenken en discussies gaf, kan het welhaast niet anders of Adri van Tiggelen moet even stil hebben gestaan bij de gedachte: zou ík - in goeden doen - in staat zijn geweest om Maradona te bedwingen? Van Tiggelen: 'De finale heeft bewezen dat het mogelijk is om via de tactiek van een waakhond het rendement van Maradona omlaag te halen. Ik praat dan puur over de persoonlijke inbreng, in feite kan Maradona door de bewaking van Matthäus niet excelleren zoals in de daaraan voorafgaande wedstrijden. Daar staat echter tegenover dat hij zoveel slimmer en beter is geworden - ik denk dan even terug aan het WK in 1982 in Spanje toen Gentile hem in alle opzichten van de mat veegde - dat hij nu wel in staat is anderen te laten functioneren. Hij blijft niet tot in den treure de spits opzoeken, hij gaat aan de zijkant lopen, of laat zich soms nog verder terugvallen. Dat is klasse. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ook de tactiek van de Duitsers eigenlijk tot mislukken gedoemd was, maar hun fout was, mijns inziens, dat alles werd opgehangen aan Maradona. Na Matthäus zat er direct een vent voor én achter hem. Wanneer je dat gaat doen, heb je geen eigen gezicht meer in zo'n wedstrijd - en die Argentijnen hadden natuurlijk nog een paar méér goede voetballers.'

'Met die drie voorstoppers achterin, had Duitsland in principe niet meer te bieden dan het tegenhouden van de tegenstander. Zo is het eigenlijk het hele toernooi geweest. Desalniettemin heb ik wat m'n eigen discipline aangaat best wel genoten van types als Förster en Eder. Het zijn perfecte mandekkers, maar aan de andere kant: je moet als mandekker, of centrale verdediger tegenwoordig meer in huis hebben. Aangezien de meeste teams nog maar met één spits spelen, moet een van de mandekkers doorschuiven naar het middenveld waar het spelen toch een heel ander verhaal is. Je hebt dan atletisch vermogen nodig om te kunnen corrigeren, en niet te vergeten veel tactisch inzicht. België deed het met Demol en Grün erg goed en indien Scifo niet zoveel aan zichzelf had gedacht maar aan de ploeg, hadden ze zelfs nog verder kunnen komen. Het geluk hadden ze al mee, die Belgen, en vergeet niet dat Oranje destijds in 1978 met nieuwe mensen als Wildschut, Poortvliet en Brandts onverwacht zelfs in de finale kwam.'