Toen de fan Robert Eenhoorn vrijuit over Feyenoord sprak: 'Weg met dat vrijblijven
VI-Tijdmachine

Toen de fan Robert Eenhoorn vrijuit over Feyenoord sprak: 'Weg met dat vrijblijvende'

3Reacties

In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar begin 2007, als de dan 39-jarige honkbalbondscoach Robert Eenhoorn een seizoen ambassadeur is van Feyenoord en vrijuit over zijn geliefde club spreekt. Bijna twintig jaar later zou de oud-speler van de New York Yankees en voormalig directeur van AZ andermaal in beeld zijn in Rotterdam-Zuid.

Robert Eenhoorn had op de laatste zondag van februari een muts opgezet en zijn baard laten staan, zo begint Loet van Schellebeek zijn verhaal in VI, maar zijn knuppel thuisgelaten. De bondscoach van het Nederlands honkbalteam maakte zich vooraf, naar eigen zeggen, echt niet zo veel zorgen over zijn bezoek met de harde kern van Feyenoords supporterslegioen aan het Haagse Zuiderpark voor het duel met ADO. ‘Ik ben wel vaker mee geweest naar uitwedstrijden, ik weet hoe het eraan toe gaat’, sprak hij met een dun lachje. De vriend die hem zou vergezellen, prees zich echter gelukkig dat er voor hem geen kaartje meer was.

Half één was de aftrap, kwart over drie was Eenhoorn alweer terug in Rotterdam. ‘Ik ben nog nooit zo snel een stadion in- en uitgekomen’, verbaasde hij zich over de efficiënte manier waarop de aan- en afvoer in de Residentie was geregeld. Dat het niets van doen had met zijn status van ambassadeur, hoefde niemand hem te vertellen. Hoewel… ‘Het leek wel dat de president van de Verenigde Staten bij ons in de bus zat, zoveel politie reed er om ons heen.’

Ik ben niet de man die Feyenoord kan redden, zoals ik ergens heb gelezen. Sterker nog, ik zou nooit een functie ambiëren bij de club

— Robert Eenhoorn

Feyenoord-fan Eenhoorn was niet blij met het vertoonde spel en de bedroevende 3-3 tegen de hekkensluiter van de Eredivisie, maar hij behoorde niet tot de ontevredenen in het bezoekersvak die – eigenlijk voor het eerst dit seizoen – ‘Koeman, rot op!’ hadden geroepen. ‘Ik geloof daar niet zo in’, zei hij later. ‘Ik begrijp wel dat de mensen teleurgesteld zijn, dat ben ikzelf ook. Als je rekening moet gaan houden met een ploeg als NAC, weet je dat het geen verschrikkelijk goed jaar is. Maar misschien is het wel het hoogst haalbare, met dit materiaal.’

Eenhoorn zelf voetbalt in het vijfde elftal van Feyenoord, samen met spelers van naam als Mario Been, Henk Fraser, John Metgod, Ton Pattinama en Gaston Taument en iets minder bekende grootheden als Maup Martens, Cor Adriaanse, Wim van der Steene en Wessel Weezenberg. Over gebrek aan materiaal dus niets te klagen. Formeel maken ook André Stafleu en Igor Korneev zelfs nog deel uit van de selectie van leider Gerard Baks, maar Stafleu koos afgelopen winter voor een trainersavontuur in China en Korneev trad al eerder toe tot de technische staf van het Russische nationale elftal. Hij is assistent van bondscoach Guus Hiddink.

Tot ieders verrassing komt Korneev de zondag vóór ADO Den Haag-Feyenoord opdraven in een nieuwbouwwijk van Spijkenisse, waar de uitwedstrijd tegen het altijd lastige Hekelingen 8 wacht. Hij is na het oefenduel van het Russische elftal met Oranje (4-1 voor Nederland) nog wat langer in zijn tweede vaderland blijven hangen en heeft, zo liet hij leider Baks door de telefoon weten, wel zin in een partijtje voetbal. Het valt even tegen dat de aanvang is verplaatst van twaalf naar tien uur op de zondagmorgen, maar Korneev laat zich niet kennen en belooft er te zijn.

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

In mei 2014 gaat Robert Eenhoorn aan de slag als algemeen directeur van AZ, waar hij Toon Gerbrands opvolgt.

Klokslag tien uur wordt niettemin zonder hem afgetrapt. De routeplanner heeft hem wel in de buurt van, maar niet óp het Spijkenisser sportcomplex gebracht. Midden op een fietspad verspert een paaltje hem (en anderen) de weg. Als Korneev zich een kwartiertje later, omgekleed en wel, alsnog bij Baks meldt, aarzelt deze geen moment en voert onverwijld de eerste wissel door. Alles in dienst van het resultaat. Het is nog altijd 0-0 en de thuisploeg, die zonder veel fiducie is begonnen aan de ongelijke strijd met de koploper, begint zich stilaan te roeren. De tackles worden venijniger, de spelers krijgen meer praat.

Met de komst van Korneev wordt alles anders. De Rus legt onmiskenbaar meer gewicht in de schaal, en dan hebben we het niet alleen over de extra kilo’s die hij met zich meetorst sinds hij een punt achter zijn actieve loopbaan heeft gezet. Hij eist de bal op, strooit kwistig met slimme passjes en demonstreert aan de lopende band zijn nog altijd heerlijke trap. Het duurt dan ook niet lang of de doelpuntenmachine komt op gang. Eenhoorn breekt de ban met een kopbal à la Beb Bakhuys en nog voor de rust (0-3) voegt hij daar een tweede treffer aan toe. Wat opvalt is dat hij zich daarbij vooral bedient van zijn linkerbeen, terwijl de honkballer Eenhoorn niet alleen rechts gooit, maar ook rechts slaat. ‘Vangen doe ik wél met links’, werpt hij tegen, maar dat is grappig bedoeld, want wie rechts gooit kan moeilijk ook met die hand vangen.

Ik heb een kleine tien jaar rondgelopen in een wereld die minstens zo professioneel is als die van Feyenoord

— Robert Eenhoorn

Na de thee keert John Metgod niet terug. Big Johnny haast zich naar De Kuip om met Erwin Koeman en Henk Duut de voorbereiding op het competitieduel met FC Utrecht ter hand te nemen. Zijn betrokkenheid is niettemin boven alle lof verheven, want nog voordat hij met de warming-up begint, informeert hij per sms bij Cor Adriaanse hoe de wedstrijd tegen Hekelingen is afgelopen. De aanvoerder kan hem geruststellen: het vijfde heeft ook deze hindernis op weg naar de zoveelste titel moeiteloos genomen. Ook zonder Mario Been, die de voorkeur geeft aan een duel van zoon Luca, en van Henk Fraser die een blessure als alibi gebruikt, is het 8-1 geworden.

Eenhoorn draagt drie treffers bij aan de productie; het slotakkoord is van uitblinker Korneev, die ondanks de royaal gevulde dug-out geen moment aanstalten maakt een pauze in te lassen. De beste man van het veld maakt de negentig minuten moeiteloos vol.

De derde helft duurt lang en voor het eerst deze zondag heeft Hekelingen duidelijk de overhand. De thuisploeg ligt al snel een kratje of twee vóór op de Feyenoorders, die in het vooruitzicht van een lange middag in De Kuip hun voeten wijselijk op de rem houden. Opvallend is de uitstekende verstandhouding tussen de twee teams, die elkaar al jarenlang in competitieverband tegenkomen. Eenhoorns directe tegenstander bijvoorbeeld krijgt de vraag voorgelegd waarom hij niet als rechtsbuiten speelde, zoals bij voorgaande gelegenheden. De honkballer: ‘Ze hebben zeker tegen jou gezegd: Ga jij vandaag maar lekker rechtsachter staan. Nou, dan heb je je mooi in de maling laten nemen. Niemand anders wilde natuurlijk tegen de beste man van de tegenpartij spelen.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© New York Yankees

Robert Eenhoorn speelt vier seizoenen in de Major League Baseball, van 1994 tot 1997.

Het loopt al tegen half drie als Eenhoorn businessunit 32 in De Kuip betreedt. Gastheer is zijn Neptunus-maatje Hennie Huigen, directeur van het Rotterdamse scheepvaartbedrijf Nirint. Eenhoorns vrouw Maureen is er al. Het is druk in de box en ook op het terras zijn weinig lege plekken te ontdekken. Anders ligt het op de tribunes. ‘Het wordt met de week stiller’, is Eenhoorns indruk. Speaker Peter Houtman houdt het toch nog op 38 duizend bezoekers, maar dat lijkt rijkelijk hoog ingeschat.

Feyenoord begint hoopgevend aan het duel met de Utrechters. Binnen twintig minuten is het 2-0, de rentree van Romeo Castelen werkt kennelijk inspirerend. Bij beide treffers (van Jonathan de Guzmán en Angelos Charisteas) springt Eenhoorn juichend op. Voor het overige houdt de Feyenoord-ambassadeur zich vrij rustig. ‘Ik zou me niet graag laten filmen tijdens een wedstrijd’, heeft hij weleens toegegeven. ‘Ik gedraag me als de eerste de beste supporter.’

Voorbeelden daarvan blijven deze middag uit. De wedstrijd die zo veelbelovend begon, is al vroeg beslist en kabbelt zó kalmpjes naar het einde dat Eenhoorn zich geen moment hoeft op te winden. Het blijft 2-0, een welkom verjaardagsgeschenk voor Coen Moulijn (70) die vóór de aftrap in de bloemetjes is gezet en voor wie de supporters een immens spandoek hebben opgehangen. Coen voor altijd onze kampioen, staat erop. Eenhoorn vergeet niet de levende legende later nog even op te zoeken in de belendende box van ’t Ouwe Noorden en hem nog vele jaren in goede gezondheid toe te wensen. De dag eindigt in de brasserie, waar het goed is te merken dat het carnaval in het land is en de overwinning in the pocket zit. ‘Zo zien nou mijn zondagen eruit’, lacht Eenhoorn met glinsterende oogjes.

EIGENWIJS VENTJE

Twee dagen later. Eenhoorn is net terug van een bezoek aan de eerste van drie open dagen op Varkenoord. Zijn zoontje Ralph van bijna drie is mee geweest, zij het nog niet als aspirant-lid. De kleine heeft al wel een Feyenoord-tenue in de kast hangen, maar weigert het vooralsnog aan te trekken, tot verdriet van zijn vader.

Die was vroeger zelf minder eenkennig. ‘Ik honkbalde en voetbalde bij Neptunus en werd gevraagd naar de voetbalschool van Sparta te komen. Daar heb ik drie jaar op gezeten. Op een gegeven moment zouden we naar Milaan gaan om deel te nemen aan een toernooi van Inter. Maar ik honkbalde ook in het Nederlands jeugdteam en dat had in diezelfde periode ook een toernooi. Ik moest dus kiezen. Nou, het woord alleen al… Daar begrepen ze bij Sparta dus he-le-maal niets van. Hoezo, kiezen? Maar ik was ook toen al een eigenwijs ventje, dus ik ging lekker honkballen. Het was meteen over voor me bij Sparta en zo gauw ik dat in de gaten kreeg, ben ik teruggegaan naar Neptunus. Maar al gauw kreeg honkbal de overhand bij mij en ben ik gestopt met voetballen. Pas een jaar of vijf geleden heb ik het weer opgepakt. Stafleu en Fraser vroegen me toen in het vijfde van Feyenoord te komen spelen. Ik voetbalde weleens met die gasten in de zaal en zij vonden kennelijk dat ik wel iets aan het elftal kon toevoegen.’

Als je te vaak roept dat er geen geld is, maak je mensen lui

— Robert Eenhoorn

Van de club van Zuid had hij het al eerder te pakken gekregen. ‘Bij Neptunus liep Wim Boere rond die weleens scoutingwerk deed voor Feyenoord. Op een dag nam hij ons mee naar een wedstrijd in De Kuip, ik meen tegen FC Groningen of Volendam. Dat stadion… Als klein jongetje doet je dat wat, het pakt je. Later werd Ben Wijnstekers, toen nog aanvoerder van Feyenoord, ook nog eens onze trainer bij de B1. Geweldig vonden we dat, we keken enorm tegen hem op. Ja, en dan gaat het eigenlijk vanzelf. Je gaat alles volgen en voordat je het weet ben je besmet met het Feyenoord-virus.’

Nadat Eenhoorn in 1990 een profcontract bij de New York Yankees had getekend, faxte zijn vader wekelijks de maandagkrant door. Zo bleef hij op de hoogte van wat er zich rond Feyenoord afspeelde. ‘Ik zal je vertellen dat ik het voetbal beter volgde dan het honkbal in Nederland, heel gek.’ Nog steeds is zijn honger naar Feyenoord-nieuws groot. Zelfs met het Nederlands honkbalteam op reis in verre, vreemde oorden verzuimt hij niet op gezette tijden de website van zijn favoriete club te checken. Zijn interesse reikt verder dan de verrichtingen van Feyenoord 1 en 2, ook de junioren op Varkenoord hebben zijn aandacht. De bondscoach van de honkballers kan precies vertellen hoe het Feyenoord B1 en C1 vergaat en hoezeer het hoogste juniorenteam heeft te lijden onder de misère bij het eerste en – vooral – het tweede elftal, dat in degradatiegevaar verkeert.

‘Ik ben in de eerste plaats sportliefhebber en daarnaast Feyenoord-supporter. Ik wil graag weten hoe alles reilt en zeilt binnen de club. Daar komt bij dat ik voetbal met jongens die allemaal trainer zijn op Varkenoord: Adriaanse, Fraser, Taument... Ik ben benieuwd hoe zij het doen met hun elftalletjes en op internet kun je dat tegenwoordig haarfijn volgen. Soms ga ik ook kijken op Varkenoord. Ik vind het leuk om te zien, jeugdvoetbal. En ik wil weten waar de talenten van Feyenoord staan ten opzichte van die bij andere verenigingen. Op dit moment staan veel jeugdteams van Feyenoord niet bovenaan omdat het tweede elftal er slecht voor staat en dat werkt door in de hele organisatie. De beste spelers van de A1 schuiven door naar het tweede en de gaten die vallen bij de A1 worden weer opgevuld door de besten uit de B1. Enzovoort.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Pro Shots

Als bondscoach wordt Robert Eenhoorn in de periode 2001-08 vier keer Europees kampioen met Nederland, dat hij ook twee keer naar de Olympische Spelen leidt en de halve finale van een WK.

Je bent dit seizoen ambassadeur van Feyenoord, als opvolger van Lee Towers, Raemon Sluiter en Dennis van der Geest. Wat houdt dat ambassadeurschap eigenlijk in?

‘Weinig. Een paar columns op de website, en we zijn laatst naar het Unicef-gala geweest. Als tegenprestatie kan ik voor elke thuiswedstrijd een kaart krijgen, maar daar heb ik pas één keer gebruik van gemaakt. Toch vind ik het een eer.’

Klopt het dat bijna elke week wel iemand tegen je zegt: ‘We moeten gauw eens praten’?

‘Nou, dat is wat overdreven. Ik heb een keer kort met Michel Beukers (hoofd scouting, red.) gesproken en Wim Jansen heeft op Varkenoord weleens tegen me gezegd dat hij me zou bellen. Ach, ik heb ook de wijsheid niet in pacht. Wel heb ik een kleine tien jaar rondgelopen in een wereld die minstens zo professioneel is als die van Feyenoord. In de beste organisatie bovendien die er te bedenken valt en waar het meeste geld in omgaat (New York Yankees, red.). Kom je uit een andere sport, dan is het vaak makkelijker rationeel te kijken naar allerlei zaken, omdat je geen emotionele banden hebt met wie dan ook. Een club als AZ heeft niet voor niets mensen aangesteld van buiten de voetballerij, dat is heus niet toevallig gebeurd.’

Op supporterssites wordt Eenhoorn steeds vaker naar voren geschoven als een man die met zijn achtergrond in het professionele honkbal méér voor Feyenoord zou kunnen betekenen dan als ambassadeur, een louter ceremoniële functie immers. De geboren Rotterdammer maakt lachend een afwerend gebaar. ‘Ik ben niet de man die Feyenoord kan redden, zoals ik ergens heb gelezen. Sterker nog, ik zou nooit een functie ambiëren bij de club. Laat mij nou maar mijn ding doen in het honkbal. Die wereld ken ik, daar ben ik in opgegroeid, die kan ik overzien en – als het moet – dóórzien. In het honkbal zal ik altijd mogelijkheden krijgen mijn ambities na te streven.’

In het voetbal zie ik te veel mensen die zich comfortable voelen, op hun gemak. Die tevreden zijn met wat ze doen

— Robert Eenhoorn

Neemt niet weg dat hij wel zijn ideeën heeft over hoe het er bij een club als Feyenoord aan toe zou moeten gaan. ‘Je moet de mensen onder je heel simpel duidelijk maken wat ze moeten doen. Het begint allemaal met het stellen van de vraag: Kun je in één zin uitleggen waar de club voor staat, wat ze wil? Als bijvoorbeeld de jeugd belangrijk is, moet dat uit alles blijken en moeten situaties worden gecreëerd waarin het voor talenten makkelijker is om door te breken. Bij de Yankees is mij vanaf dag één ingepeperd dat niets zo belangrijk is als winnen. Bij alles wat je deed stond winnen voorop. Waarom? Om die winnaarsmentaliteit te kweken natuurlijk. Léren winnen, daar gaat het om.’

‘Alles wat spelertjes fout doen – in de wedstrijd, op de training maar ook daarbuiten – moet consequenties hebben. Weg met dat vrijblijvende, winnen is het enige dat telt. Varkenoord is leuk, maar De Kuip, dáár gebeurt het! Bij de Yankees gingen opleiders eruit als hun teams te vaak verloren. Of ze kregen een andere functie aangeboden. Alle coaches die ik heb meegemaakt in de Yankees-organisatie hadden als doel de Majors te bereiken. Dáár deden ze het voor. In het voetbal zie ik te veel mensen die zich comfortable voelen, op hun gemak. Die tevreden zijn met wat ze doen.’

ARMOE

Bij Feyenoord is de hoop nu gevestigd op het beleidsplan dat technisch directeur Peter Bosz begin deze maand presenteerde. Eenhoorn is benieuwd, maar verwacht niet dat het de oplossing is voor alles. ‘Iedereen kan een beleidsplan schrijven, maar het gaat erom wie het uitvoert. Sterker nog, met goeie mensen in de organisatie schrijft een beleidsplan zich vaak vanzelf.’

Maar daar zit ‘m nu juist de kneep. ‘Feyenoord heeft na Mark Wotte met Peter Bosz weer een technisch manager in huis gehaald die het vak nog moet leren. Dat is een keuze die je maakt. Aan de aankopen die Wotte afgelopen bij RKC heeft gedaan, kun je zien dat hij wel degelijk iets heeft opgestoken van zijn verblijf in De Kuip. Een kwestie van geld? Niet alles is een kwestie van geld. Dat wordt zo gauw geroepen, maar daar moet je mee oppassen. Als je te vaak roept dat er geen geld is, maak je mensen lui. In het honkbal hebben we ook geen geld, toch behalen we aardige resultaten. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat wij de tegenstanders beter kennen dan zij ons. En zo zijn er nog veel meer dingen waarmee je je voordeel kunt doen. Ze zeggen niet voor niets dat in tijden van armoe vaak de beste ideeën naar boven komen.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© Robert Eenhoorn en Foppe de Haan delen in 2007 de onderscheiding Coach van het Jaar.

Ook trainer Erwin Koeman beriep zich onlangs in Voetbal International op Feyenoords weinig florissante financiële situatie. ‘Je kunt nóg zulke mooie plannen maken, alles draait toch om geld’, liet hij optekenen. Hoewel Eenhoorn dat dus ‘te makkelijk’ vindt, wil hij geen kwaad woord horen over de coach. ‘Ik vind Erwin Koeman een heel sociale kerel, iemand die je het succes gunt. “Hij maakt geen spelers beter”, wordt nu wel van hem gezegd. Ik doe daar niet aan mee, omdat ik het niet kan beoordelen. Dan moet je trainingen bekijken, de hele week erbovenop zitten, weten wat er speelt.’

‘Ik weet wél dat het voor Feyenoord belangrijk is een trainer te hebben die spelers beter maakt. Ik wil automatismen zien en als ik eerlijk ben, is dat lang niet altijd het geval. Een jonge voetballer als Serginho Greene bijvoorbeeld speelt telkens op een andere positie. Gebeurt dat uit pure noodzaak of vanuit een bepaalde visie? Ik heb geen idee. En de trainer moet ook over spelers beschikken die beter te maken zíjn. Er breekt nu wel een fase aan waarin de hand van Koeman zichtbaar moet worden. Hier en daar klinkt al wat gemor, de tijd dat hij buiten schot bleef lijkt voorbij. Dat is op zich niet verwonderlijk, bij een club als Feyenoord komt uiteindelijk iederéén aan de beurt.’

Wim Jansen zal zich er prima bij voelen, maar ikzelf zou zo’n rol niet willen. Als ik de baas ben bij Feyenoord, mag iedereen dat weten

— Robert Eenhoorn

Onbegrip heeft Eenhoorn over de huidige samenstelling van de directie. ‘Die bestaat uit slechts twee man, een commerciële en een financiële directeur. Ik zou het verstandig vinden als er een voetbalman bij zou komen. Is Wim Jansen dat? Officieel niet in elk geval, officieel is hij adviseur. Wim zal zich er prima bij voelen, maar ikzelf zou zo’n rol niet willen. Als ik de baas ben bij Feyenoord, mag iedereen dat weten. Dat praat ook gemakkelijker naar alle mensen toe die onder je werken. Ook voor Peter Bosz zou het makkelijker zijn als Wim een duidelijkere functie zou hebben. Nu hoor en lees ik steeds vaker dat hij als de sprekende pop van Jansen wordt gezien. Ik vind dat Bosz een eerlijke kans verdient, net als anderen die nu bij Feyenoord werken. Het vervelende met voetbal is alleen dat je week in week uit wordt beoordeeld. Wie vandaag nog applaus krijgt, kan morgen worden afgebrand. Het is niet anders. Supporters zijn zaterdag al zenuwachtig en reageren emotioneel als dingen niet gaan zoals ze willen dat ze gaan. Natuurlijk, daar zijn het supporters voor.’

‘Vorige week sprak ik Joop Alberda en die zei dat het misschien verstandig was met de selectie elders te gaan trainen, dus niet meer naast het stadion. Dan ben je verlost van die shit die je na elke nederlaag over je heen krijgt als je naar het trainingsveld loopt. Maar ja, Feyenoord is van het volk, ik denk dat dat ook de reden is dat ze dáár trainen. Maar kijk om je heen, alle grote clubs in Europa – met uitzondering misschien van Barcelona – trainen ergens anders, buiten de stad, ver weg van het stadion in elk geval. AC Milan, Chelsea, Arsenal, Real Madrid, noem maar op. Zelfs PSV, waar nooit wat gebeurt, traint ergens in de bossen, op De Herdgang. Het lijkt vergezocht, maar dat is het niet. Het is oh zo belangrijk dat je in alle rust je vak kunt uitoefenen. Misschien is het geen toeval dat het juist Alberda is die op die gedachte komt. Joop komt uit een andere sport, die kijkt heel rationeel naar dit soort dingen.’

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI / Pim Ras

Als directeur van AZ speciaal voor VI in gesprek met zijn collega's van Ajax (Edwin van der Sar), PSV (Toon Gerbrands) en Feyenoord (Mark Koevermans).

Eenhoorn komt nog even terug op het stuk waarin technisch manager Bosz zijn bevindingen van tal van gesprekken met mensen binnen de club op schrift heeft gesteld en verwerkt in een visie voor de toekomst. ‘Een beleidsplan is belangrijk voor mensen die eventueel geld in de club willen steken. Die willen weten waarin ze investeren. Ik heb nooit meer iets gehoord over die vijf zakenmensen die bereid zouden zijn de man vijf miljoen euro in Feyenoord te steken. Jansen zou die mensen hebben benaderd, maar hij heeft dat altijd ontkend.’

‘Oké, 25 miljoen is een aardig bedrag, maar als je geld hebt, moet je het wel goed uitgeven. Geld maakt dingen makkelijker, maar is geen garantie voor succes. Het is ook veel te makkelijk om het succes van AZ alleen toe te schrijven aan de miljoenen van Dirk Scheringa. Dat het in Alkmaar zo goed gaat, heeft vooral met visie te maken. Visie en kwaliteit van mensen als Co Adriaanse en Martin van Geel in het verleden, en nu Louis van Gaal, Toon Gerbrands en Marcel Brands. Weten wat je wil en dat duidelijk maken naar iedereen toe. Natuurlijk helpt het dan wel dat er een Scheringa is om de middelen te verstrekken.’

RANCUNE

Zoonlief Ralph is ontwaakt uit zijn middagdutje en geeft vanuit zijn bed luidkeels blijk van zijn aanwezigheid. Papa Eenhoorn verontschuldigt zich, verdwijnt naar boven en komt een paar minuten later terug met op een arm de blonde nazaat, nog in pyjama. Helemaal wakker is de kleine nog niet. Hij nestelt zich, met een duim in zijn mond, tegen zijn vaders borst en die maakt van de gelegenheid gebruik zijn verhaal af te maken.

‘Wat ik me afvraag is: wie is nu eigenlijk de baas bij Feyenoord? Toen Jorien van den Herik er nog zat was het duidelijk: hij was de baas. Maar nu durf ik niet te zeggen wie het is. Feyenoord heeft wel behoefte aan een vent die op de barricade gaat staan en zich laat gelden. Iemand die er helemaal voor gaat, met passie en ambitie, en bereid is er veel tijd in te steken. Of ze Van den Herik nog gaan missen in De Kuip? Ik denk niet dat hij het nog kan opbrengen na alles wat er is gebeurd. Daarvoor zit er te veel rancune bij hem. Ik vind het jammer dat het is gegaan zoals het is gegaan. Jorien heeft absoluut fouten gemaakt, maar ook veel goeds voor de club gedaan. Ik vind het ook jammer dat hij zo reageert. Maar verrassend? Nee. Van den Herik is rancuneus, dat wisten we, daar hebben we als Feyenoorders jarenlang om gegniffeld en van geprofiteerd. Dan moeten we daar nu niet ach en wee over klagen.’

Sport moet ook niet té democratisch worden

— Robert Eenhoorn

‘Wie dan die sterke man moet worden? We zullen snel genoeg weten of die meneer Van der Well (beoogd voorzitter Dick van Well, red.) het in zich heeft. Wim Jansen? Niet op deze manier. Voorzitter of voor mijn part technisch directeur is een officiële functie waarin je verantwoordelijkheid draagt en op z’n tijd verantwoording moet afleggen, en het is de vraag of hij dat wil. Ik zie de laatste tijd Willem van Hanegem weer wat vaker in De Kuip, maar of dat iets te betekenen heeft…? Ik heb het hem nog niet gevraagd. Willem is wel een man die de supporters tot bedaren kan brengen en dat is ook wat Feyenoord nodig heeft. Rust in de tent, zodat iedereen – spelers, trainers en directie – zijn werk kan doen.’

De ambassadeur heeft zijn twijfels of de nieuwe structuur van Feyenoord wel zo helder en transparant is als de commissie-Kerkum het deed voorkomen. Eenhoorn vindt de organisatie wel érg groot. ‘En hoe groter de organisatie, des te groter de kans dat je compromissen moet sluiten. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. In Van den Heriks tijd bestond dat gevaar niet, nee. Jorien besliste alles zelf. In het Amerikaanse profhonkbal gebeurt niet anders. Daar maken de eigenaren de dienst uit. En misschien is dat niet eens zo gek, het voorkomt in elk geval een hoop gezeur. Sport moet ook niet té democratisch worden.’

TEKST: LOET VAN SCHELLEBEEK