
Toen Davids en Collins John neerstreken in de kelder van het Engelse profvoetbal
In de rubriek VI-Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar de herfst van 2012, toen Edgar Davids zich verbond aan Barnet.
De toen 39-jarige middenvelder werd speler/manager bij de League Two-club uit Londen, waar Davids in die tijd al enkele jaren woonde. Enkele weken na het verrassende nieuws over de oud-international toog Michel van Egmond voor de rubriek Balverliefd naar het noordwesten van Londen voor onder meer een bijzondere persconferentie.
In het noorden van Londen, op drie kwartier rijden van Heathrow, ligt het stadion van Barnet, de club van speler/manager Edgar Davids. Het is een bescheiden onderkomen, deels opgetrokken uit golfplaat, en heeft stoeltjes voor precies 5.568 toeschouwers. Ze komen zelden allemaal tegelijk. Underhill Stadium ligt nog ouderwets verstopt in een middle class woonwijk vol treurige voortuintjes, zoals zo veel van dit soort stadionnetjes in Engeland. Het is er klein en klassiek en heeft eigenlijk maar één karakteristieke eigenschap. Het veld. Er zit twee meter hoogteverschil in. Wie in de eerste helft bij het ene doel een ten pence-stuk uit zijn handen laat vallen, kan het aan het einde van de tweede helft bij het andere doel weer oprapen, zo schuin loopt de grasmat af. Je hoeft dan ook maar even aan de bar van de Old Red Lion te gaan zitten, een al even klassieke pub in de schaduw van het stadionnetje, of een van de stamgasten maakt de standaardgrap dat tegenstanders die in Underhill de toss hebben gewonnen altijd mogen kiezen: eerst bergop of eerst bergaf spelen.
The Bees, zo wordt Barnet genoemd, maar die bijnaam klinkt gevaarlijker dan de werkelijkheid is. De club waar ooit de grote Ray Clemence nog een tijdje trainer was, weet niet beter dan dat het tussen de laagste van alle 92 Engelse profclubs bivakkeert. Het rechterrijtje van League Two, de vierde en allerlaagste profleague van Engeland. Hier heeft de tijd stil gestaan. Op de velden van Gillingham, Torquay FC of hoe al die obscure tegenstanders ook mogen heten, kun je nog het klassieke beeld van de tandeloze Britse spits aantreffen, en van middenvelders die een nekfractuur oplopen van alle ballen die op zaterdagmiddag over hun hoofd richting het vijandelijke doelmond of het parkeerterrein suizen.
Maar het stikt er inmiddels ook van de buitenlandse gelukszoekers. Een speler uit het Afrikaanse Benin bij Accrington Stanley FC, een onbekende Braziliaan bij Fleetwood Town, een hele verzameling Congolezen verspreid over de halve league en inmiddels dus ook een 74-voudig international uit Amsterdam uit Barnet. Het is nog maar vijf seizoenen geleden dat Edgar Davids in de grootste voetbalcompetitie ter wereld speelde, bij de sterrenformatie van Tottenham Hotspur, maar inmiddels is hij ver afgedwaald van de glitter and glamour van de Premier League. Hij volgt nu het spoor van de grote Jimmy Greaves en BBC-analist Mark Lawrenson, die hier ook ooit als voetballer afbouwden. In de nieuwe wereld van Edgar Davids spelen Amerikaanse investeerders en sjeiks met te veel oliedollars geen rol. Toen hem onlangs werd gevraagd wat hij eigenlijk verdiende bij Barnet zei hij dat hij af en toe een appelsap kreeg. Dat was waarschijnlijk niet eens een grap.