
Toen Arnold Bruggink afzwaaide: 'Met Robson hebben we ons kapot gelachen'
In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. Deze keer reizen we terug naar juni 2011, toen we met Arnold Bruggink terugblikten op zijn loopbaan.
De toen 33-jarige technicus was net afgezwaaid als prof, na een laatste seizoen bij FC Twente. Bij de Tukkers brak de middenvelder annex aanvaller halverwege de jaren negentig ook door. Daarna volgden periodes bij PSV, Real Mallorca, SC Heerenveen en Real Mallorca alvorens hij in 2010 terugkeerde in Enschede. 'Op mijn eigen manier heb ik een prachtige carrière kunnen realiseren', zei Bruggink in het afscheidsinterview.
1993-1997: FC Twente
Bruggink: 'Achteraf gezien is de begintijd de leukste periode van je profcarrière. Als jong broekie speelde je nog onbezorgd voetbal. Ik was een dribbelaar aan de linkerkant en dacht: Wat kan mij het schelen, ik ga lekker acties maken. In het begin verbaasde ik me ook. Jan van Halst kon je helemaal verrot schelden of gaf je op de training een verschrikkelijke schop. Nico-Jan Hoogma óók, dat waren wel bikkels. Ik was het grote talent, werd uitgetest. Uiteindelijk gaat het erom dat je je laat zien. Hoe of waar je binnenkomt, als jij kunt voetballen, word je heel snel geaccepteerd.'
'Rob Baan liet me debuteren in Het Diekman tegen Go Ahead Eagles. Ik weet nog dat Peter Rufai, de koningszoon uit Nigeria, in het doel stond. Daags ervoor was Baan bij me gekomen. "Prince Polley en Michael Mols zijn geblesseerd, jij speelt morgen in de spits", zei hij. Toen heb ik wel even staan shaken. Tijdens de wedstrijd miste ik twee aardige kansen. Het commentaar van Evert ten Napel 's avonds op tv zal ik nooit vergeten: Bruggink, groot talent, mist nog wel wat kracht.'
'In mijn laatste seizoen eindigden we in de Eredivisie als derde. We hadden een mooi elftal met onder meer John Bosman, Michel Boerebach, Sander Boschker, Juul Ellerman, Paul Bosvelt, Berthil ter Avest en Theo ten Caat. Ergens in het voorjaar stonden we zelfs tweede. Bij RKC is de boel toen in elkaar gedonderd. Als we die wedstrijd zouden winnen, konden we koploper worden. Met die druk konden we duidelijk niet omgaan. Na een halfuur stonden we met 3-0 achter.'
'Tijdens dat jaar kwam ik tot de conclusie dat ik me verder wilde ontwikkelen en naar PSV wilde vertrekken. Trainer Hans Meyer vond dat helemaal niets, hij vond dat ik zeker nog één jaar bij FC Twente moest blijven. Ik had dat seizoen alle wedstrijden gespeeld, maar uitgerekend in het laatste thuisduel met NAC zette Meyer me op de bank. Hij wilde zogenaamd met het elftal van volgend seizoen spelen, maar ik vond het knap kinderachtig. Een paar maanden later was Meyer zelf ook weg. Zo is de voetballerij óók.'