
'Quilindschy Hartman in Burnley, dat wordt één groot feest'
Columnist Nico Dijkshoorn is dolblij met de transfer van Quilindschy Hartman.
Tip voor de hoofdredactie: stuur een journalist naar Burnley. Minimaal een jaar. Als jullie niemand kunnen vinden, offer ik mij op. Iets met een tuin op het zuiden en een klein schrijfkamertje. Buren zonder kinderen graag en een beetje in de buurt van de woning van Quilindschy Hartman. Hartman een beetje kennende zal hij tussen de arbeiders willen wonen.
Ik schrijf dit op zondagmiddag. Morgen vliegt Hartman naar Burnley om zich medisch te laten keuren. De clubs schijnen er uit te zijn. Ik zeg vliegt maar het kan ook zijn dat hij en zijn delegatie nog veertig minuten met de trein moeten rijden vanuit Manchester. Ik denk dat dat goed is. Het zou verkeerd zijn om de medische test in Londen te doen of in Manchester. Laat Hartman gewoon meteen lekker snuffelen aan zijn isolement.
Ik hoop op televisiebeelden. Hartman in een oude leegstaande slagerij die ze mogen gebruiken om Hartman te testen. Vijf keer omhoog springen, een paar keer heel hard ‘Burnley’ roepen, het bekende broodje gekookte nier eten en hopla, goedgekeurd. Daarna op een houten kar door de stad. De dove voorzitter legt Hartman om de tweehonderd meter uit dat ze in Engeland links rijden.
Ik romantiseer het misschien een beetje, maar wat een godsgeschenk voor iedere columnist is deze transfer en op een of andere manier ook zo ongelofelijk logisch. Alle keren dat ik Quilindschy Hartman in interviews bedachtzaam zag formuleren en alle keren dat hij zijn hart voor de hardwerkende Rotterdammers liet kloppen, stond ik in vuur en vlam.