
Waarom Jan Mulder zo kon meevoelen met Marco van Basten
Ze hadden hem nog net niet in brons gegoten. Maar een diep respect genoot Jan Mulder al jaren bij onze zuiderburen, vooral in de regio Brussel, toen hij in 1972 ook in eigen land roem wilde gaan verwerven. En waar kon dat beter dan aan de zijde van Johan Cruijff, de beste voetballer van Europa, en bij Ajax, de beste club van Europa? Als hij deze maandag op zijn leven terugblikt, wat mensen nog weleens willen doen op hun 75ste verjaardag, zal hij dat echter met gemengde gevoelens doen op die periode in Amsterdam.
Dat heeft Jaap van Praag tot zijn dood in 1987 vast ook gedaan. De illustere Ajax-voorzitter telde die zomer een bedrag van tussen de 1,3 en 1,6 miljoen gulden neer voor de doelpuntenmachine van Anderlecht, die buiten vijf interlands voor Oranje (waarvan er vier verloren gingen) en misschien wat vriendschappelijke niemendalletjes tot dat moment nooit in de Nederlandse stadions te bewonderen was geweest. In 1965 had Paars-Wit hem als jeugdig talent zo overgenomen van de Winschoter Voetbal Vereniging. Maar ondanks die voor die tijd reusachtige investering viel in De Meer nauwelijks van de grote Jan Mulder te genieten. In die hoogtijdagen van Ajax trad hij bijvoorbeeld maar aan in zeven Europa Cup-duels.
''De Knie van Mulder is onderhand niet minder befaamd dan de Lach van Mona Lisa, de Hoed van Napoleon of de Neus van Cyrano de Bergerac''
De Groninger, en meer in het bijzonder zijn rechterknie, was een voorname reden om een transfer, zeker als je daarvoor een flink financieel offer moet brengen, voortaan pas af te ronden als de speler door een medische keuring geraakt. En om clubartsen aan te stellen met kennis van zaken.