fallback image Voorpublicatie Weekendmiljonairs: 'We zijn allemaal hoeren'

Voorpublicatie Weekendmiljonairs: 'We zijn allemaal hoeren'

Praat mee!
Geschreven door

Een Picasso aan de muur is tegenwoordig goedkoper dan een Neymar op het veld. Spelershandel is de nieuwe goudmijn geworden. Waar anders verdien je dertig miljoen euro op een dag? In hun nieuwe boek Weekendmiljonairs nemen de VI-journalisten Iwan van Duren en Tom Knipping je mee naar een wildwestwereld waarin voormalige videotheekeigenaren en ex-kerstbomenverkopers de handel bepalen in een keihard door cash gedreven systeem. Lees mee hoe in de schaduwen van de schijnwerpers het echte spel wordt gespeeld.

We treffen de openhartige makelaar achter het pseudoniem De Facebook-held. Hij geeft ons een spoedcursus inclusief de vijf gouden regels om succesvol te zijn. We leren dat alleen verstandelijk gehandicapten in dit wereldje geen miljonair worden.

Door de striemende regen komt vanuit de verte een stipje dichterbij. Een man op een racefiets. Nu ja, het is weer eens wat anders dan een Ferrari. Vlak voor de ophaalbrug van Abcoude knijpt hij in de remmen. Hij parkeert tegen de gevel van café De Eendracht en loopt met uitgestoken hand op ons af. ‘Sorry’, zegt voetbalmakelaar André Gieling, wijzend naar zijn natte trainingspak. ‘Ik heb zo’n sportkarretje, maar dat staat bij mijn ouders.’

Binnen ploft de Amsterdammer neer in een houten stoel en bestelt ‘thee met van die blaadjes erin’. André Gieling behoort in zijn beroepsgroep tot een minderheid die niet is behangen met goud, zilver of diamanten. Hij draagt geen Breitling, rookt geen cubanen en zelfs zijn smartphone komt niet op tafel. Mogelijk dat een van zijn collega’s, die smaalde dat André Gieling op badslippers naar onderhandelingen komt, er niet helemaal naast zit. Toch heeft Gieling vele transfers gedaan. ‘Wel meer dan honderd, schat ik.’ Al sinds 1990 leeft hij van voetbaldeals. Een wereld die hij ‘schimmig en surrealistisch’ noemt, maar ook zo zijn voordelen heeft. ‘In die periode heb ik voldoende muntjes gepakt.’

Als een langbenige dame even later muntthee serveert voor de verkleumde makelaar, vuurt die al zijn eerste anekdotes af. Johan Derksen noemde André Gieling ooit een vermakelijk bluffertje. Veel vakgenoten denken daar anders over. Waar zij blaren op hun tong praten om het beeld van de inhalige profiteur bij te stellen, schetst Gieling een rauw beeld van een verrotte bedrijfstak waarbij graaiende bankiers verbleken. ‘Bij sommige transfers pak je een miljoen of meer.’