
Toen Guus Hiddink met PSV bijna Europa veroverde
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag een verhaal uit ons rijke archief. In deze aflevering gaan we precies twintig jaar terug in de tijd, naar 4 mei 2005, als Guus Hiddink met PSV bíjna de Champions League-finale haalt.
Vlak na het kampioenschap en vlak voor de dubbele ontmoeting met AC Milan in de halve finale van het miljoenenbal zitten VI’s Tom Knipping en Peter Wekking uitgebreid met de 58-jarige trainer aan tafel. Hiddink weet dan nog niet dat zijn elftal zich in de return in het Philips Stadion zal revancheren voor de 2-0 nederlaag in San Siro. Dat AC Milan ondanks de aanwezigheid van wereldsterren als Kaká, Andrea Pirlo, Paolo Maldini, Cafú, Jaap Stam, Alessandro Nesta, Andriy Shevchenko, Dida, Clarence Seedorf (ja, het houdt gewoon niet op…) zelfs hevig aan het wankelen zal worden gebracht. Maar dat het wonder nét niet zal plaatsvinden door een treffer van Massimo Ambrosini in blessuretijd.
Hoe het ook zij: Hiddink glimt aan het einde van dat seizoen, dat PSV ook nog een KNVB-beker zal opleveren, van trots, zo vertelt hij. ‘Voor mij is dit een heel mooi succes. Omdat het is ontstaan vanuit het relatieve niets, zonder al te veel geluk. Daar ben ik trots op, het doet me veel.’
''Ik heb me eraan gestoord dat PSV zichzelf zag als goede opstap naar een club uit de top-25. Je moet zorgen dat je jezelf positioneert bij de eerste tien, twaalf clubs van Europa''