
Kroniek van een zinloze vernedering
Laat invallen om slechts tijd te rekken of gewoon omdat het kan, weinig in het voetbal is zo pijnlijk. Waar eindigt de professionaliteit en waar begint de vernedering? Columnist Frank Heinen over de late wissel.
De reserve zit op de bank. Hij zucht.
‘We doen het met z’n allen,’ heeft de trainer gezegd. Met z’n 25en. En met de kok, en met de groundsmen en met de mevrouw die de warmplaat warm houdt die de broodjes warm houdt.
Lulkoek. Een reservelamp brandt ook niet. Als wissel doe je niet mee. Behalve als je invalt, en dan nóg. Je blijft wissel, ook in het veld, al voer je nog zo ijverig je taken uit. Voor de invaller zit er maar één ding op: de winnende maken in de laatste minuut.
Iedere reserve hoopt op calamiteiten. Geen 0-4 achterstand bij rust, of een gebroken been van een directe concurrent, maar stroperig spel of een spierverrekkinkje: graag. Dat is geen gebrek aan sportiviteit of teamgeest; eerder een bewijs van liefde voor het spel. De reserve wil méédoen, net als de jongen en het meisje langs het pleintje waarop zes oudere jongens verwikkeld zijn in een fanatiek partijtje.