
Het superseizoen van Louis van Gaal
Door in 1995 met Ajax de Champions League te winnen, was ook Louis van Gaal klaar voor de internationale top. Yoeri van den Busken fungeerde jarenlang als ghostwriter van de coach, die zou uitgroeien tot een controversiële mediafiguur. Aan de hand van oude aantekeningen diept hij opmerkelijke passages op.
Mensen die hem sinds een jaar of twintig bezig zien in de top van de voetballerij, zullen zich niet kunnen voorstellen dat er ook een tijd is geweest waarin Louis van Gaal twijfelde over zijn presentatie in de media.
Dat zat zo: in 1991 was hij nog geen wereldburger die had gejubeld en gejodeld op pleinen in Barcelona en München. Zelfverzekerd was hij al, dat zeker. Als principiële gymleraar op een school in Amsterdam-Oost viel er nooit met hem te sollen. De tactisch sterke maar iets te trage profvoetballer manifesteerde zich bovendien jarenlang als een fanatieke vakbondsman. Maar toen hij eind september Leo Beenhakker opvolgde als hoofdtrainer van Ajax en ook als columnist van De Courant Nieuws van de Dag, vroeg Van Gaal zich hardop af wat er nu op hem af zou komen.
Hij kon en wilde niet in de voetsporen treden van zijn doorgewinterde voorganger. ‘Ik ben Leo niet.’ De minder plooibare en net veertigjarige ex-assistent had in de schaduw van Beenhakker een tijdje goed om zich heen gekeken. Hij ergerde zich aan de vergelijking die journalisten steeds trokken. Van Gaal vond dat ‘ongenuanceerd en zeer vervelend’. Hij hield er zijn eigen methode op na en probeerde daar de aandacht op te vestigen. Al in zijn eerste bijdrage aan de Amsterdamse krant, op zaterdag 12 oktober, repte hij over ‘teambuilding’. Het gedateerde spelershome, met gerafeld biljartlaken en donker eikenhout, werd per direct tot verboden gebied verklaard voor iedereen die ongevraagd aan de bar kwam zitten en bij tante Sien een bal gehakt bestelde. Gezien de volkse sfeer aan de Middenweg was dat een nogal revolutionaire maatregel. ‘Maar het heet niet voor niets spelershome’, stelde Van Gaal nuchter.
Zo bereed hij voor het eerst zijn stokpaardje en diverse generaties voetballers zouden hem er dankbaar voor zijn: het creëren van een veilige wereld. Daar begon volgens de nieuwe oefenmeester altijd zijn marsroute naar succes.