
Voetballerij is vrijstaat voor racisme en discriminatie
Even terug naar mijn jeugd en waarschijnlijk ook uw voetbaljeugd, tenzij u lid bent of was van de supportersverenigingen Crazy Judes Forza Forever Amsterdamse Razzia of Den Haag Storm en Bloed Met Een Mat In Je Nek Forever. Ik had geen mat in mijn nek en herinner mij heel goed de eerste keer dat ik bij een club ging voetballen.
Het was NFC in Amstelveen. Een club met een stenen kantine en een trap. Ik zat met heel veel jongetjes tegelijk in een houten kleedkamer die, las ik op een in de wand geschroefd bordje, gebouwd was met hout van Groothandel Mensink. Ik herinner mij geen donderspeech. Mijn eerste coach was de vader van Hans. Hij stelde mij voor aan de rest van de groep. ‘Dit is Nico. Hij is niet linksbenig, dus Maarten, jij hebt mazzel, je mag gewoon doormodderen op links. Nico heeft ontzettend veel zin om te voetballen en hij heeft beloofd dat hij er dit jaar 34 in schiet. Ik hoop niet in eigen doel. Applaus voor Nico.’
Toen had het voetbal mij. Ik denk dat het anders zou zijn gelopen als ik naar de volgende speech had moeten luisteren. ‘Jongens, dit is Nico en hij is een superjood, want hij is geboren in Amsterdam en dat is de plek waar… precies, alle superjoden wonen. Nico vertrapt, net als wij, heel graag kakkerlakken. Nico is, al zou je dat niet zo zeggen als je hem zo ziet zitten, een echte warrior. Een Spartaanse jood met een leeuwenhart, altijd bereid voor ons, zijn volk en zijn familie te strijden, op welk veld dan ook. Vandaag spelen we tegen RKAVIC en ik hoef jullie niet te zeggen wat voor club dat is. Zeg jij het maar, Peter, wat voor club dat is. Precies!!! Een club zonder joden. Jongens, veel plezier!!’