
Ode aan de linkspoot
In Balverliefd aandacht voor de gang van zaken achter de schermen van het voetbal en opvallende gebeurtenissen aan de rand van het veld. Deze week over ex-prof Danny Hoekman, die een boek schreef over een uitstervend ras in het voetbal.
Dit verhaal is afkomstig uit het VI-weekblad.
Tijdens het EK van 1976 was Dragan Dzajic al in de nadagen van zijn carrière. De vedette van het Joegoslavisch elftal had furore gemaakt bij Rode Ster Belgrado en SC Bastia. Op het EK van 1968 veroverde hij de topscorerstitel, een plaats in het elftal van het toernooi en publieke lof van de grootste voetballer ooit. ‘Dzajic is een wonder van de Balkan, een ware tovenaar’, oordeelde Pelé over de linksbuiten, met wie hij maar wat graag had samengespeeld. ‘Het is jammer dat hij geen Braziliaan is, want ik heb nog nooit zo’n natuurlijke voetballer gezien.’
Acht jaar later staarde in het Nijmeegse Willemskwartier een jeugdige voetbalfanaat ademloos naar de tv. Danny Hoekman werd betoverd door Dragan Dzajic, die het Duitse elftal dronken speelde, en wist het toen al zeker: linkspoten zijn speciaal. In Nederland genoot hij van Piet Keizer en Rob Rensenbrink. Later, eenmaal zelf profvoetballer, zag Hoekman het in de selecties waarvan hij deel uitmaakte. Of het nou Anton Janssen was bij NEC, Martin van Geel bij Roda JC of Michael Hughes bij Manchester City: de linksbenige voetballers hadden iets extra. Gaven kleur aan het spel. Zagen oplossingen die voor de gemiddelde rechtspoot te hoog gegrepen waren.
Hoekman vertelt over de keer dat hij met teamgenoten van Manchester City een wedstrijdje ging kijken bij stadgenoot United. ‘Daar viel een jongen in, hij was zeventien jaar’, zegt Hoekman, terwijl zijn ogen een kleine 35 jaar later nog beginnen te glinsteren. ‘Ik denk: Mijn God, wat is dit? Wat een niveau, wat een wervelwind. Een waanzinnig talent.’