
Nederland treft ambitieus Japan: 'Wereldkampioen worden is niet onmogelijk'
Japan leeft met veel vertrouwen toe naar het WK. Met een flinke afvaardiging uit de Eredivisie is het Aziatische land een van de tegenstanders van het Nederlands elftal in Groep F. Koki Ogawa (28) wil zijn WK-droom dan eindelijk waarmaken. De spits van NEC blikt vooruit.
Koki Ogawa weet nog precies wanneer zijn WK-droom begon. In 2006, tijdens de eindronde in Duitsland. De toen achtjarige Ogawa keek vanuit Japan naar het toernooi waarin zijn land Australië, Kroatië en Brazilië trof. ‘Die eerste goal tegen Australië’, begint de spits. ‘Ik weet het nog goed. Shunsuke Nakamura, toen speler van Celtic, gaf de bal voor vanaf de rechterkant. De keeper van Australië kwam uit, maar zat mis en kon niet bij de bal. Hij vloog erin. Dat moment van vreugde vergeet ik nooit meer. Toen wist ik: ik wil ooit op dat podium staan.’
Toen Ogawa wat ouder was en aan zijn voetbalcarrière begon, wist hij dat de weg naar een WK zwaar zou zijn. Toch ging het hem aanvankelijk voor de wind. Als talent van Jubilo Iwata en jeugdinternational van Japan timmerde de aanvaller aan de weg. Hij was de vaste spits in een elftal met Ritsu Doan, Ko Itakura, Yuta Nakayama en Takehiro Tomiyasu. De ploeg maakte zich op voor het WK Onder-20 in 2017, een toernooi waar traditiegetrouw veel scouts op afkomen. ‘Dit was een prachtige kans voor mij en de ploeg’, vertelt Ogawa. ‘Dat WK biedt serieuze kansen om naar Europa te gaan. Ik wist: als ik nu goed speel, kan het snel gaan.’
Droom in duigen
Het toernooi begon nog goed voor Ogawa met een doelpunt in de eerste wedstrijd tegen Zuid-Afrika. Drie dagen later ging het mis tegen Uruguay. De spits raakte geblesseerd en moest al na twintig minuten van het veld. Al snel bleek het helemaal mis: Ogawa had de kruisband van een van zijn knieën afgescheurd en zou bijna een jaar moeten toekijken. Zijn droom viel in duigen.
Als ik daar niet geblesseerd was geraakt, was ik toen misschien al naar Europa gekomen.
‘Als ik daar niet geblesseerd was geraakt, was ik toen misschien al naar Europa gekomen’, vertelt hij nu. ‘We zullen het nooit weten. Het was pittig om op dat moment geblesseerd te raken, een kantelpunt in mijn carrière. Ik had niet meteen door dat het zo erg was. Tijdens het toernooi voelde ik me goed en ik was topfit. Op die leeftijd had ik nog geen zware blessure gehad. Nu was het ineens foute boel. Het was moeilijk om dat te accepteren. Dat heeft echt wat tijd gekost. Doan werd ondertussen door Carlos Aalbers naar FC Groningen gehaald. Hij is een goede vriend, dus ik was blij voor hem, maar ik was ook een beetje jaloers. Ik wilde ook dolgraag naar Europa.’