
NEC en het verdedigen in balbezit: 'Het gaat ook weleens mis'
Na weken vol euforie leverde FC Utrecht het bewijs dat het elftal van NEC ook maar uit stervelingen bestaat. De Nijmegenaren verloren woensdag de inhaalwedstrijd en lieten het zo na om de tweede plek in de Eredivisie te bemachtigen. Trainer Dick Schreuder zag zijn ploeg tactisch afgetroefd worden, maar maakt zich allesbehalve zorgen.
De klok slaat twaalf uur als de laatste bezoekers van het Goffertstadion huiswaarts keren. Voor het eerst sinds 2 november 2025 heeft NEC een wedstrijd verloren. De tegenstander toen? FC Utrecht. De tegenstander nu? FC Utrecht. Waar clubs als PEC Zwolle, FC Volendam en Heracles Almelo niet profiteerden van de gaten die NEC soms achterlaat, doet de ploeg van Ron Jans dat wel. De uitkomst is een 1-3 overwinning voor de bezoekers. Frans Hendriks, sponsor van de eeuw en een belangrijk figuur uit het verleden van NEC, zit bij de receptie van het stadion en vat de avond kort samen: ‘We staan weer met beide beentjes op de grond.’
Natuurlijk was de teleurstelling groot aan Nijmeegse zijde. De inhaalwedstrijd winnen en NEC stond pardoes op de tweede plek in de Eredivisie, voor Feyenoord en Ajax. Tegelijkertijd kan in het voetbal alles gebeuren. NEC dat al ruim drie maanden niet had verloren, speelde tegen een ploeg die bijna net zo lang op een overwinning wachtte. Uitgerekend woensdag kreeg Utrecht die zege. Het plan van Jans en zijn mannen klopte. Door in te zakken en te loeren op de counter sloeg Utrecht op de juiste momenten toe. NEC had er, afgezien van een afstandsknal van Darko Nejasmic, geen antwoord op. Zo keerden de Nijmegenaren na weken van euforie terug op aarde.
In balbezit verdedigen
Zoals Dick Schreuder rustig bleef na de overwinningen van de afgelopen weken, zo was hij net zo rustig na de nederlaag tegen Utrecht. ‘We waren goed aan de bal en drukten Utrecht naar achteren’, analyseerde de trainer. ‘Zij hadden het plan om in te zakken, maar niet zo ver. Waar het misging, is dat wij in balbezit beter moeten verdedigen. Daarin maakten we een of twee fouten. Met name aan de kant van Kaplan. De bal was op rechts en we speelden een risicovolle pass naar de binnenkant. Kaplan stond te ver aan de buitenkant, waardoor we de counter er niet meer uit konden halen met een blok of een sprint. Dat deden we niet goed.’