
VI
Mister FC Utrecht, een geliefde laatbloeier
Utrecht heeft tal van idolen gekend, maar geen van hen stond waarschijnlijk zo dicht bij het volk als Leo van Veen. Hij trad bij DOS in de voetsporen van de lokale vedette Tonny van der Linden en vestigde bij FC Utrecht ogenschijnlijk onbreekbare records. Woensdag overleed ‘Mister FC Utrecht’ op tachtigjarige leeftijd aan de gevolgen van dementie.
De oorzaak van zijn overlijden wordt haast vanzelfsprekend in verband gebracht met zijn kwaliteiten als midvoor. Leo van Veen was niet de snelste aanvaller van zijn generatie, maar hij koppelde een groot tactisch inzicht en een fijne techniek aan een neusje voor doelpunten, waarvan er vele voortkwamen uit de vele honderden luchtduels die hij aanging. Dat ging er bij het FC Utrecht van de jaren zeventig niet altijd zachtzinnig aan toe. Zeker niet als het publiek op de Bunnikside zich tijdens thuiswedstrijden met volle kracht achter de fusieclub schaarde. Voor hen was Van Veen een van de grote helden.
Leo van Veen was een laatbloeier, die tot zijn veertigste actief bleef als profvoetballer. Bij FC Utrecht duurt het zeven jaar voordat hij zijn debuut in de Eredivisie eindelijk een volwaardig vervolg kan geven. Van Veen is al 25 jaar als hij eindelijk een basisplaats verovert en zijn kwaliteiten als midvoor kan gaan omzetten in het maken van doelpunten. Daarvan produceert hij er uiteindelijk meer dan wie ook in De Galgenwaard. Van Veen is met 154 doelpunten in de Eredivisie nog altijd en mogelijk voor eeuwig de topscorer aller tijden van FC Utrecht. Na hem komen John van Loen en Dirk Kuijt met 51 competitietreffers - voorwaar een respectabele afstand.
Ook scoorde Van Veen eerder al twintig keer voor DOS, de club van zijn hart. De club ook van zijn familie, want vader Co speelde er al in de jaren vijftig. Het gezin Van Veen, bestaande uit vier kinderen, is van authentieke Utrechtse komaf; hun huis ligt even dicht bij Oudwijk als bij Sterrenwijk. Leo is pas negen jaar oud als zijn vader onverwachts overlijdt aan de gevolgen van een infectie. Hij vindt zijn troost bij de katholieke buurtvereniging De Pioniers en bij wedstrijden van DOS, dat hij als kind van twaalf in 1958 kampioen van Nederland ziet worden. Zijn grote held is natuurlijk Tonny van der Linden; topscorer, international en idool van het volk.
© VIZelf speelt Van Veen aanvankelijk bij Celeritudo (‘waar de koeien doordeweeks over het veld liepen’) en is hij actief als volleyballer. Zo ontwikkelt hij zijn sprongkracht die hem later zoveel doelpunten zal opleveren. Hij groeit op met Eddy Achterberg en het is voor de hele familie een groot cadeau als hij na zijn inschrijving voor de DOS-voetbaldag op 15-jarige leeftijd wordt aangenomen als jeugdlid. Het duurt nog ruim vier jaar voordat hij op 28 november 1965 thuis tegen FC Twente mag debuteren in de Eredivisie. De avond voor de wedstrijd is hij naar De Galgenwaard gefietst om het veld alvast te inspecteren. Een wijkagent ziet hoe hij over het hek klautert en spreekt hem daarop aan, maar kennelijk is het excuus van Van Veen - namelijk dat hij hier de volgende dag voor het eerst moet voetballen - geloofwaardig.
De 1.92 meter lange aanvaller komt in een uitgesproken Utrechts team terecht, met naast Van der Linden en Achterberg ook spelers als Ed van Stijn, Cees Loffeld en Henk Wery. De nieuweling heeft de pech dat hij een paar weken later al in militaire dienst moet. Vanwege zijn verplichtingen voor de Koninklijke Marechaussee komt Van Veen bijna twee jaar lang amper aan trainen en voetballen toe. Zijn echte doorbraak komt er in september 1967 als hij eenmaal scoort in de wedstrijd om de Jaarbeursstedenbeker tegen Real Zaragoza (3-2). Vanaf dat moment gaat het lopen. Van Veen maakt er vijf in zijn eerste vijf wedstrijden en heeft het voordeel dat Van der Linden, zijn leermeester en concurrent, nu met voetballen is gestopt.
VECHTEN TEGEN DEGRADATIE
De romantiek is echter ver te zoeken en het plezier soms ook. DOS vecht zowat elk seizoen tegen degradatie. Telkens met succes, al is het vaak nipt. In Utrecht gaat de grap rond ‘dat ze bij DOS helemaal niks kunnen, zelfs niet degraderen’. Van Veen speelt een hoofdrol in de overlevingsstrijd van 1970, als DOS in Groningen tegen concurrent GVAV een beslissingsduel moet spelen. Het valt zijn omgeving op, hoe ‘cool’ de aanvalsleider naar die wedstrijd toeleeft. De ploeg brengt de avond voor de wedstrijd door in het Drentse dorpje Norg, waar het dat weekend kermis is. De spelers van DOS maken van de nood een deugd en gaan gezellig de hort op. ‘De volgende dag waren we heel relaxed’, herinnert Van Veen zich later. ‘De spelers van GVAV waren juist heel gespannen. Ik dacht: nou, we staan alvast met 1-0 voor.’
Het zijn profetische woorden, want uitgerekend Van Veen brengt die uitslag op het bord. Met een verwoestende uithaal zorgt hij voor de redding van DOS en daarmee het Utrechtse profvoetbal. De gemeenteraad heeft eerder namelijk al in het diepste geheim aan een reddingsplan gewerkt, dat alleen zal worden uitgevoerd als de stad een club heeft die op het hoogste niveau uitkomt. Zo ontstaat FC Utrecht, na een feitelijk verplichte fusie tussen DOS, Velox en Elinkwijk.
De nieuwe club gaat gekleed in de rood-witte kleuren van de Domstad en vrijwel direct ontstaat er een nieuw elan. Dat is mede te danken aan het nieuwe trainerskoppel Bert Jacobs (net 29 jaar oud) en zijn assistent Fritz Korbach (25). Twee jonge mannen die verbaal sterk zijn en voor een goede teamgeest weten te zorgen.
© VIHet duurt even, maar als ook Van Veen in zijn tweede seizoen zijn draai vindt, komt de doelpuntenmachine flink op gang. Hij vormt aanvankelijk een stevig aanvalskoppel met Joop van Maurik, die erom bekendstaat dat hij geen duel uit de weg gaat. Op zijn 27ste beleeft Van Veen een persoonlijk hoogtepunt tijdens de uitwedstrijd tegen NAC, waarin hij bij een 2-4 overwinning alle vier de Utrechtse treffers maakt. Het voelt, ondanks zijn leeftijd, als een doorbraak. Die wedstrijd tekent zijn veelzijdigheid; Van Veen is veel meer dan een klassieke stormram in de zestien. In zeven opeenvolgende seizoenen mist Van Veen maar vijf wedstrijden en is hij goed voor 14, 14, 21, 9, 12, 17 en 13 doelpunten. Hij groeit daarmee uit tot een boegbeeld van de club en schopt het voor het WK van 1978 zelfs tot de voorselectie van het Nederlands elftal.
JOHAN CRUIJFF ACHTERNA
FC Utrecht bewijst zichzelf als de meest succesvolle fusieclub van Nederland, het is althans de enige van zijn soort die nooit uit de Eredivisie degradeert. Aan het begin van de jaren tachtig bereikt Utreg topnoteringen met een vijfde en zelfs derde plaats (in 1981). Van Veen staat in die tijd nooit op de elftalfoto’s, omdat hij een lucratieve deal heeft gesloten met zijn club. In de zomers van 1979 en 1980 staat FC Utrecht hem af aan de Los Angeles Aztecs, dat uitkomt in de North American Soccer League. Daar is Rinus Michels zijn trainer en Johan Cruijff een van zijn ploeggenoten. De bedoeling is dat het profvoetbal in de Verenigde Staten flink gepromoot wordt, maar uiteraard zijn vooral de verdiensten zeer aantrekkelijk. Zo beleeft Van Veen als dikke dertigplusser zijn beste jaren.
Een nieuw hoogtepunt is de transfer naar Ajax in de zomer van 1982. Cruijff heeft er een half jaar eerder zijn rentree gemaakt en dringt er bij het bestuur op aan om Van Veen als libero naar De Meer te halen. Hij is dan 36 jaar, een jaar ouder dan trainer Aad de Mos en Cruijff zelf. Van Veen neemt afscheid van het Utrechtse publiek tijdens een oefenwedstrijd tegen Southampton, dat is uitgenodigd om de opening van stadion Nieuw Galgenwaard te vieren.
De vooruitzichten in Amsterdam zijn geweldig voor hem. Hij tekent voor vier jaar, waarvan de laatste twee als jeugdtrainer. Maar het avontuur wordt geen succes. Hoewel Ajax aan de hand van Cruijff de dubbel wint, blijkt Van Veen als libero niet meer het loopvermogen te bezitten om in een ploeg te functioneren die voornamelijk op de helft van de tegenstander speelt. Van Veen keert op hangende pootjes terug naar FC Utrecht, waar hij in het veld een mentor is voor een hele generatie jonge talenten uit eigen stad. Jan Wouters, Mark Verkuyl, Gert Kruys, Frans Adelaar, Edwin Godee, Robbie de Wit en John van Loen breken door in een periode dat de club steunt op de ervaring van oude rotten als Dick Advocaat, Willem van Hanegem en dus Van Veen. De jonge garde is onder de indruk van de bescheiden, rustige en vriendelijke manier waarop Mister FC Utrecht met hen omgaat. Die eigenschappen maken hem zeer geliefd.
© VIRKC ALS TWEEDE LIEFDE
Het salaris van de oudjes drukt evenwel zwaar op de begroting en Van Veen kiest ervoor om in de eerste divisie bij de nieuwbakken profclub RKC te gaan spelen. Het is een vereniging die binnen enkele jaren bekendheid verwerft vanwege tomeloze ambities én een omvangrijk zwartgeldcircuit. Voor Van Veen wordt RKC een nieuwe liefde, een tweede thuis. Hij speelt er nog twee seizoenen om op zijn veertigste een punt te zetten achter zijn actieve carrière, waarin hij op verschillende niveaus tot 607 profwedstrijden kwam.
In de tien jaar die volgen bouwt Van Veen een hechte relatie op met RKC. Hij begint er in 1986 aan zijn trainersloopbaan. Zonder enige ervaring maar met dik twintig jaar profvoetbal in zijn bagage leidt hij de voormalige amateurclub binnen twee jaar naar de Eredivisie. Van Veen beschikt over dragende spelers als Stanley Brard, Peter Bosz, Marcel Brands, Cees Schapendonk en Ad van der Wiel. In het kampioensseizoen 1987/88 wint RKC al zijn thuiswedstrijden, waarvan vele met groot verschil. Maar het hoogtepunt is toch wel de uitwedstrijd tegen de nieuwe rivaal NAC die eindigt in 2-7 voor de Waalwijkers. Mede daardoor komt RKC dat seizoen tot een doelsaldo van 104-30.
Van Veen vestigt direct zijn naam als trainer. Hij geldt als de praktijkjongen pur sang, een voetballer van de straat die een herkenbare taal spreekt en altijd precies de juiste woorden vindt om zijn spelers te raken. Toch kiest Van Veen ervoor om na de promotie uit Brabant te vertrekken. Hij tekent een contract bij het ambitieuze VVV, dat twee keer op rij vijfde is geworden in de Eredivisie. Hier blijkt die klik met zijn omgeving moeilijker dan ooit. In februari 1989 wordt Van Veen ontslagen, waarna VVV er niet in slaagt om degradatie te ontlopen.
© VIOmdat RKC onder zijn nieuwe trainer Ger Blok ook een moeizaam seizoen kende, wordt Van Veen een jaar na zijn afscheid alweer met open armen ontvangen in Waalwijk. Tussen 1989 en 1993 groeit de club uit tot een stabiele middenmoter, die soms kan flirten met de subtop. Het is een hectische tijd, waarin RKC het 50-jarig bestaan gevolgd ziet worden door een inval van de FIOD, dit wegens een zwartgeldcircuit. De club raakt niet in paniek en Van Veen evenmin; hij is tevreden dat hij na twee jaar zijn contract kan verlengen. Een bizar hoogtepunt in dat tweede seizoen is een 6-6 gelijkspel tegen FC Twente, na een 0-3 achterstand bij rust en een 5-3 voorsprong twintig minuten voor tijd.
Het publiek omarmt de sympathieke en tactisch sterke trainer Van Veen, die nooit de pers haalt met spectaculaire uitspraken maar de club een comfortabel bestaan in de Eredivisie weet te garanderen. Vier jaar lang is er geen moment waarop RKC moet vrezen voor degradatie. In zijn laatste seizoen weet de ploeg zelfs met 0-3 te winnen bij landskampioen PSV. Een jaar na zijn vertrek kan RKC zich maar ternauwernood (via de nacompetitie) handhaven.
Na zijn tweede afscheid uit Waalwijk zit Van Veen niet lang zonder werk. In september 1993 haalt FC Utrecht hem weer naar huis, omdat de samenwerking met trainer Ab Fafié al heel vroegtijdig is gestrand. Van Veen moet in zijn tweede seizoen zelf ook zijn biezen pakken, dus wat doet hij? Terug naar Waalwijk! Hier maakt hij het einde van ‘de fietsenstalling’ mee. De thuiswedstrijd tegen Fortuna Sittard, in het oude versleten stadionnetje, is op 5 juni 1996 tevens de laatste van Van Veen als trainer van RKC. Een dag later viert de coach zijn vijftigste verjaardag en kan RKC beginnen aan de nieuwbouw van het complex.
Hierna bloedt zijn trainersloopbaan langzaam een beetje dood. Er zijn kortdurende contracten bij Go Ahead Eagles en HFC Haarlem, plus een avontuur bij Ajax Cape Town, waarna Van Veen zich steeds meer gaat richten op de scouting. Ook werkt hij kort voor Al Sadd in Qatar en is hij enkele jaren technisch manager bij AC Trencín in Slowakije. De voorbije periode openbaarde zich bij de voormalige topspits steeds nadrukkelijker de ziekte van Alzheimer, waaraan Mister FC Utrecht dus woensdag overleed.