Met Arnold Mühren en Frans Thijssen terug naar Portman Road
VI 60 Jaar

Met Arnold Mühren en Frans Thijssen terug naar Portman Road

3Reacties
Journalist VI

VI viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar oktober 2015, als VI's Geert-Jan Jakobs van zeer nabij getuige is van de terugkeer van The Dutch Masters op Portman Road. Arnold Mühren en Frans Thijssen leidden in hun hoogtijdagen het bescheiden Ipswich Town naar Europees succes en veranderden het aanzien van het Engelse voetbal voorgoed.

Er waren tijden dat Arnold Mühren en Frans Thijssen elkaar blindelings wisten te vinden, maar vandaag de dag kost dat wat meer moeite. ‘Frans, waar ben je?’, roept Mühren deze vrijdagochtend in zijn telefoon. ‘Bij balie 28 op Schiphol’, antwoordt Thijssen, ‘En jij dan?’ De twee oud-spelers draaien zich allebei om en ontdekken dat ze nog geen tien meter van elkaar stonden te bellen. Lachend vallen ze elkaar in de armen. Het illustere tweetal is herenigd.

Anoniem

Mühren (64) en Thijssen (63) reizen af naar Ipswich, het stadje in Oost-Engeland dat ze eind jaren zeventig betoverden met oogstrelend voetbal en waar hun namen nog altijd met weemoed worden uitgesproken. De afgelopen decennia keerden ze allebei nog weleens terug bij hun voormalige club Ipswich Town. In 2011 waren ze bij een reünie van het team dat dertig jaar eerder zorgde voor het grootste succes in de clubhistorie: winst van de UEFA Cup. Vorig jaar stapte Thijssen in het vliegtuig voor promotie-activiteiten rond het nieuwe uitshirt van Ipswich Town, niet toevallig oranje van kleur.

Maar nu zullen ze voor het eerst sinds hun vertrek als speler samen een thuisduel van The Tractor Boys bezoeken. Thijssen kwam jaren geleden al eens als toeschouwer terug op Portman Road, een wedstrijd waarvan hij zich niets meer herinnert, voor Mühren is het de allereerste keer. Op Schiphol staan ze anoniem in de rij voor de paspoortcontrole. Thijssen beweert dat hij dertig jaar geleden voor het laatst om een handtekening is gevraagd. Toevallig overkwam het Mühren gisteren nog. ‘Ik werd gebeld, er was iemand voor me bij FC Volendam’, zegt hij. ‘Een man van een jaar of 35, met een shirt van het EK ’88. Hij verzamelde de handtekeningen van alle Nederlandse internationals dat toernooi. Ben ik naar de club gegaan om te krabbelen en een praatje te maken. Dat was wel weer eens leuk. Gebeurt mij anders ook nooit meer.’ Over hun bezoek aan Ipswich maken ze zich geen illusies. ‘Het is alweer zo lang geleden dat wij daar hebben gespeeld’, zegt Thijssen, zijn koffertje voortrollend. ‘Die mensen zitten vast niet meer op ons te wachten en dat is ook prima. We gaan gewoon lekker een wedstrijdje kijken.’

Onder de fans gaan nog altijd stemmen op dat Frans en Arnold samen ook een standbeeld verdienen. Ik vind dat niet meer dan terecht. Zij hebben het Engels voetbal veranderd

— Ipswich Town-supporter Jason Smith

De berichten uit Engeland doen wat anders vermoeden. Het was niet de bedoeling de komst van de twee Nederlanders aan de grote klok te hangen, maar nadat het nieuws was uitgelekt werd VI overstelpt met ongelovige telefoontjes en mailtjes uit Ipswich. In allerijl werd daar een speciaal programma in elkaar getimmerd rondom de thuiswedstrijd tegen Bristol City. Thijssen heeft slechts opgevangen dat hij en Mühren zaterdag in de bestuurskamer worden verwacht. ‘Met spijkerbroek en sportschoenen kom je daar niet binnen. Ik weet hoe Arnold er altijd bijloopt, dus ik heb hem gisteravond nog gauw even gebeld om te waarschuwen’, zegt Thijssen, die zelf ook zijn netste jasje uit de mottenballen heeft gevist.

Modder

De twee zestigers konden het niet alleen in het shirt van FC Twente, Ipswich Town en Oranje goed met elkaar vinden, ook privé zochten ze elkaar graag op. Na hun loopbaan verwaterde de vriendschap, zoals dat met voetballers meestal gaat, maar nu pakken ze de draad moeiteloos weer op. In het vliegtuig gaan anekdotes over spelers, coaches en wedstrijden over en weer. Thijssen vertelt over de strafschop die hij ooit veroorzaakte tegen Liverpool. ‘Onterecht, vond ik. Terwijl die bal op de stip lag, begon ik met modder te gooien. Weet je nog Arnold? De scheidsrechter had niks in de gaten, maar ik bleef maar rommel naar die bal smijten.’ Mühren weet het nog goed, hij schiet in de lach. ‘Ja, daardoor miste die gozer. ’s Avonds bij Match of the Day lieten ze zien wat jij had uitgevreten.’ Hij vertelt over een wedstrijd bij Manchester United, waar de veldverwarming door ratten was aangevreten. ‘Eén kant van het veld was helemaal bevroren, de andere kant perfect groen. Heb ik één helft op mijn normale kicksen gespeeld en de andere op kunstgrasschoenen.’ Mühren veert op. ‘Trevor Whymark, ken je die nog? Die kon koppen!’

En zo zullen de twee de komende dagen blijven doorgaan, onvermoeibaar keuvelend over spelers, coaches en wedstrijden. Over Ipswich Town en Ajax, maar ook over Fortuna Sittard en de jeugd van FC Volendam. Mühren en Thijssen zijn nog altijd voetbalverslaafd. ‘Tegenwoordig draait het om geld, om ego’s’, verzucht Thijssen. ‘Maar wij waren gewoon gek van dat spelletje. En we vonden onszelf niet belangrijk. Wij waren gewoon voetballers. De spelers van nu zijn filmsterren.’ Dat hadden zij ook kunnen zijn. Mühren en Thijssen werden in de zomer van 1981 gevraagd voor een rol in Escape to Victory, naast Sylvester Stallone, Michael Caine en een reeks topvoetballers. De twee Nederlanders bedankten voor de eer. Ze gingen liever met hun gezinnen op vakantie. Op vrijdagmiddag rijden de twee Ipswich binnen. Vroeger woonden ze allebei in gehuchtjes buiten de stad – Thijssen in Playford, Mühren in Rushmere – maar in de grauwe brij achter de autoraampjes ontwaren ze al gauw bekende straten en gebouwen. Geknepen ogen, mijmerende geluiden. Mühren veert op. ‘Frans, kijk.’ Hij priemt een vinger over boomtoppen en schoorstenen. ‘De lichtmasten.’ ‘Verrek ja’, zegt Thijssen. Dromerig staart hij in de verte.

Rondjes