
Marokko's vorige prijs: radio's in de medina, een brandend vliegtuig en buiktyfus
Met ingehouden adem wacht de bevolking van Marokko op de finale van de Afrika Cup in eigen huis. Zondagavond speelt hun land in het nagelnieuwe Stade Prince Moulay Abdellah tegen Senegal. Inzet, voor beide landen: de tweede eindzege ooit. De Senegalezen wonnen het toernooi vrij recent, in 2021. Voor Marokko moeten we op de kop af vijftig jaar terug voor de enige hoofdprijs in de nationale voetbalhistorie. Dit is het bijzondere verhaal van de triomf in Ethiopië.
De betekenis van '1988' in Nederland is goed te vergelijken met die van '1976' in Marokko. Twee trotse voetbalnaties die allebei vinden dat hun bijdrage aan het voetbal toch wat magertjes uitgedrukt is in zilverwerk. Geen wonder dat het commentaar in de Marokkaanse ochtendkranten buitengewoon bombastisch van aard was, enkele uren na de zenuwenmarathon tegen Nigeria. 'Voetbal is een sociaal bindmiddel geworden. De Leeuwen staan in de finale. Een heel land loopt met hen mee, hun harten opgezwollen van de trots, klaar om nóg groter te dromen', opende Aujord'hui Le Maroc. En dat is geen vanzelfsprekendheid. Marokko speelde in de afgelopen vijftig jaar één finale, in 2004 was Tunesië nipt te sterk.