
Marco Borsato was aan buitenbeentje René van Rijswijk niet besteed
Voetbal International viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer voeren we het ultieme buitenbeentje van de Nederlandse voetballerij weer eens op: René van Rijswijk. De bescheiden aanvaller die een stuk langer in de herinnering zal blijven voortleven dan andere bescheiden aanvallers. Alsof de gitarist van Soundgarden in zijn vrije tijd achter een bal aan holde.
In een tijd dat Louis van Gaal zijn Godenzonen er het liefst als koorknaapjes bij liet lopen en zich zelfs bemoeide met de lengte van het voetbalbroekje zodat de benen er beter in uit kwamen, had de laatbloeier van RKC haar tot bijna op zijn kont. Schoor hij zich liever niet, slofte hij rond op kistjes en had hij een houding dat het hem allemaal gestolen kon worden. En dat hele beeld werd nog eens versterkt door het eerste interview dat Van Rijswijk had met Voetbal International.
Zo zou hij vele jaren later zelf beamen in de voormalige VI-rubriek Hoe Gaat Het Met: ‘In het begin van mijn carrière vond ik het ook wel leuk anders te zijn, maar dat is daarna een beetje aangedikt. In mijn eerste interview in VI kwam ik nogal bijdehand over, doordat te veel de nadruk werd gelegd op randzaken, terwijl ik voetbal gewoon heel leuk vond en erg fanatiek was. Maar dat imago is altijd aan me blijven plakken. Dat vind ik niet erg, ik ben dik tevreden over mijn carrière.’
Profvoetballers lopen elkaar blindelings achterna. Ze rijden allemaal in dezelfde patserige auto's en wat me ook is opgevallen, is dat ze allemaal hetzelfde type vrouw of vriendin hebben
Misschien profiteerde hij er ook wel van, niemand die René van Rijswijk niet kende. De rechtsbuiten die gemiddeld één keer scoorde per tien wedstrijden – als een spits ook nu nog enige tijd droog staat valt weleens zijn naam – hield het tot zijn 35ste vol in het profvoetbal. Hierbij nogmaals zijn eerste veelbesproken vraaggesprek met VI. ‘Wat is dat, profvoetballer? Moet ik daar status aan ontlenen soms?’