Joop Niezen gaf VI aanzien in voetbalwereld

Joop Niezen gaf VI aanzien in voetbalwereld

3Reacties

Voor Voetbal International was Joop Niezen een pionier die uitgroeide tot een gerespecteerd boegbeeld. De oud-hoofdredacteur overleed afgelopen week op 89-jarige leeftijd.

Ook op zijn 89ste had Joop Niezen nog de neiging om regelmatig de redactie van Voetbal International te bellen. Meestal met een kritische noot, soms met een waarderend woord en een enkele keer met een journalistieke tip. Tijdens het WK in Qatar deed hij de suggestie om een onderzoekreportage te maken over de manier waarop de tijdelijke stadions zouden worden gedemonteerd. ‘Jullie zouden een wereldprimeur kunnen scoren als je zou onthullen welke buitenlanders en op welke condities ze dat gaan doen. Onwaarschijnlijk is immers dat hun arbeidsomstandigheden na het WK ineens top zouden zijn’, zo appte hij al tijdens het toernooi.

Het was alsof Niezen ruim veertig jaar terug in de tijd stapte, toen hij voor VI maandenlang ageerde tegen de toewijzing van het WK voetbal aan het regime van de Argentijnse dictator Jorge Videla. De Haagse journalist reisde al in 1976 af naar Buenos Aires om de sfeer en de stemming te peilen en deed daarvan verslag in zijn Argentijns dagboek.

De topvoetballer krijgt een stem en die stem wordt gehoord. 'Wij brachten de essentie van topvoetbal in beeld op een manier die in Nederland tot dan toe onbekend was'

Hij is op dat moment al een flink aantal jaren hoofdredacteur van Voetbal International. Het blad was in 1965 opgericht vanuit Rotterdam en onderscheidt zich vanaf het prille begin door de eigen achterban een podium te geven. De kracht van VI in die tijd is het directe contact met de lezers. De afstandelijke, gezagsgetrouwe sportjournalistiek van de vroege jaren zestig had geen bestaansrecht meer. De voetbalsupporters willen, mede door de opkomst van de televisie, alles weten over de achtergronden van spelers, trainers en clubs.

Doordat VI in woord en beeld persoonlijke reportages brengt over Johan Cruijff, Piet Keizer, Willem van Hanegem, Jan van Beveren, Jan Mulder en zo veel andere (jonge) voetballers, ontstaat een imago van exclusieve toegang tot die wereld. Bij grote interviews lukt het vrijwel altijd om beeltenissen uit de privésfeer te publiceren. Piet van der Klooster en Robert Collette groeien uit tot fotograferende fenomenen. Dankzij VI blijken de voetballende idolen van de jeugd hele gewone mensen te zijn, met een huis, een gezin en hun persoonlijke sores en wensen. De topvoetballer krijgt een stem en die stem wordt gehoord. ‘Wij brachten de essentie van topvoetbal in beeld op een manier die in Nederland tot dan toe onbekend was’, zegt Niezen.

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

Met bondscoach George Kessler.

Gezag ondermijnen

Feitelijk sluit VI vooral aan bij de veranderende maatschappelijke mores, waarin oude hiërarchische verhoudingen wegvallen. Waar populaire muziekbands als The Beatles of The Rolling Stones het ouderlijk gezag ondermijnen, daar sloopt VI op zijn eigen wijze de macht van autoriteiten in de voetbalwereld. Die positie zal het blad tientallen jaren lang met verve bekleden.

Bij zijn benoeming tot hoofdredacteur in maart 1969 treft Niezen naar eigen zeggen ‘een rotzooitje’ aan. Hij noemt de sfeer ‘amateuristisch’ en vindt de gezelligheid ‘veel te groot’. Ook blijkt dat de gepresenteerde oplagecijfers totaal niet stroken met de werkelijkheid. Vele duizenden lezers hebben óf een kortlopend abonnement óf zijn volgens Niezen door colporteurs ‘frauduleus overgeschreven uit het telefoonboek’. De betaalde oplage is geen tachtig- of honderdduizend, maar slechts vijftienduizend.

De keuze voor Niezen komt vanuit de redactie zelf. Het blad hunkert naar een duidelijke journalistieke koers en stabiliteit. Niezen is nu al de vierde hoofdredacteur in ruim twee jaar tijd. Hij heeft tegenover werkgever Weekbladpers een krachtig pressiemiddel achter de hand, want Niezen – die bij VI pas twee jaar in dienst is – kan ook bij Sparta aan de slag als technisch manager.

Ook schrijft hij dat jaar over Jan van Beveren een boeiende biografie met de naam Rugnummer 1. Niezen groeit op die manier uit tot de eerste multimediale sportjournalist van Nederland

In tegenstelling tot zijn voorgangers is Niezen gepokt en gemazeld in de voetbalwereld. Op zestienjarige leeftijd debuteerde hij als doelman in het eerste elftal van de befaamde Haagse amateurclub Quick. Niezen werd geselecteerd voor het Nederlands jeugdteam (16-18 jaar), waarna hij gedurende tien jaar semiprof was bij achtereenvolgens AGOVV, ADO en DHC. In de wedstrijd Elinkwijk-DHC liep Niezen op 23 november 1963 een beenbreuk op, die een einde maakte aan zijn voetballoopbaan en aan zijn opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Den Haag. ‘Ik liep toen ongeveer zoals nu, op mijn 81ste’, vertelt hij later. ‘Ik was geen prominente voetballer, het hoogste wat ik heb bereikt was mijn uitverkiezing voor een afgekeurde wedstrijd van Jong Oranje en een oefenwedstrijd van het Militair Elftal, waarvoor ze vijf keepers hadden uitgenodigd en ik als linksback mocht meespelen.’

Voor zijn overgang naar VI deed Niezen journalistieke ervaring op bij het VARA-radioprogramma Dingen van de Dag en bij De Sportkroniek, waar Herman Kuiphof hem de kans gaf. ‘Ik heb Kuiphof een brief geschreven of ik misschien iets voor zijn blad kon betekenen. Hij stuurde een briefkaartje terug met de tekst: “Ik weet niet wat ik met je aan moet, schrijf maar eens wat”. Die stukken waren erg plechtig van stijl en kennelijk ook prikkelend.’

Voor NOS-radio levert Niezen bij Langs de Lijn tot 1976 het commentaar bij voetbalwedstrijden, met als hoogtepunt de finale van het WK in ’74. Daarnaast maakt hij voor de NCRV in 1970 de tv-film De Laatste Man, die gewijd is aan het leven van Jan van Beveren. Ook schrijft hij dat jaar over de doelman een boeiende biografie met de naam Rugnummer 1. Niezen groeit op die manier uit tot de eerste multimediale sportjournalist van Nederland.

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

AGOVV in de jaren vijftig, met Joop Niezen als doelman.

Linkse signatuur

Het gegeven dat VI onderdeel is van de Weekbladpers, impliceert volgens Niezen ‘een onuitgesproken wens dat je van linkse signatuur was. Ik was geen linkse rakker, maar stemde wel Partij van de Arbeid. Ik viel in het pulletje, zogezegd. In die tijd was arbeiderszelfbestuur een belangrijk item. Naar Joegoslavisch model. De Ondernemingsraad stelde echt wat voor. Belangrijke beslissingen van het bedrijf moesten met algemene stemmen worden aangenomen door het personeel.’

Als hoofdredacteur neemt hij ingrijpende beslissingen. Hij analyseert zelf: ‘De kleine redactie werkte hard en wilde de achtergronden van het topvoetbal laten zien, maar miste daarvoor de netwerken.’ Daarin brengt hij grote veranderingen aan. Niezen vervangt zowat de complete redactie. Met het aantrekken van Cees van Cuilenborg haalt Niezen een ‘regelaar’ binnen die het concept van het blad bewaakt en als contactpersoon met verslaggevers en freelancers fungeert. Ook neemt Van Cuilenborg de eindredactie voor zijn rekening. Later raken de twee gebrouilleerd, maar in de jaren zeventig zijn zij de mensen die VI groot maken.

Elke week spannend is de vraag 'Seks daags voor de wedstrijd, mag dat?', die aan een profvoetballer wordt voorgelegd

De aanpak van Niezen is volledig geënt op journalistieke kwaliteit, zowel in woord als in beeld. Daarmee groeit VI uit tot een ware voetbalautoriteit. ‘Ik denk wel dat ik de personificatie ben geworden van het VI in de jaren zeventig’, vertelt hij later. ‘Ik kwam uit het voetbal en was maatschappijkritisch.’

Voetbal International wordt het eerste sportblad dat zich qua aanzien en oplage een volwaardige concurrent kan noemen van de dagbladen. Het medium durft stelling te nemen en dat komt de waardering van zowel voetballers als lezers ten goede. Naast de VVCS krijgen ook invloedrijke spelersmakelaars een platform om het onrecht in de voetbalwereld aan de kaak te stellen. De VVCS wordt steeds machtiger en daaruit vloeit uiteindelijk een sterkere rechtspositie voor profvoetballers voort. Er komt een cao, spelers krijgen pensioenrechten en profiteren van andere sociale voorzieningen.

In oktober 1971 fuseert Voetbal International met het blad GOAL, waarna het nieuwe magazine in kleur verschijnt. ‘VI moest een gezicht krijgen, daarvan was in die eerste jaren geen sprake’, aldus Niezen. Het nieuwe VI/GOAL heeft nu ineens een bereik van 180 duizend lezers, een aantal waarop het blad tot pakweg 2012 kan rekenen. Het engagement krijgt steeds meer stijl en impact. De uitgaven die in de eerste helft van de jaren zeventig verschijnen, zijn werkelijk vernieuwend en haast revolutionair qua presentatie. Er verschijnen scherpzinnige rubrieken in het blad, die vrijwel allemaal door Niezen worden bedacht. Elke week spannend is de vraag ‘Seks daags voor de wedstrijd, mag dat?’, die aan een profvoetballer wordt voorgelegd.

Ondersteunend beeld bij het artikel© VI

Drie VI-hoofdredacteuren gevangen in één teamfoto: Cees van Cuilenborg (linksboven), Johan Derksen (achteraan tweede van rechts) en Joop Niezen (vooraan met de bal).

Vernieuwend

Er verschijnen prachtige posters in VI, dat zelfs internationaal zijn gelijke niet kent. Vergeleken met dit gedurfde Nederlandse magazine komen World SoccerDer Kicker en France Football tamelijk klassiek en oubollig over.

Los van de presentatie versterkt VI zijn autoriteit door zijn sterk opiniërende karakter. De columns van Niezen zijn prikkelend en hebben zeggingskracht binnen de voetbalwereld. Zijn stokpaardje is en blijft de rechtsongelijkheid tussen – kortweg – spelers en officials. Maar ook politiek gevoelige onderwerpen gaat Niezen niet uit de weg. In 1972 besluit hij dat VI niet aanwezig zal zijn bij de wedstrijd Griekenland-Nederland. De hoofdredacteur vaardigt een boycot uit. Aanleiding is het feit dat Athene al vijf jaar een staat van beleg kent en het feitelijk sinds de Tweede Wereldoorlog gebukt gaat onder een regime van militairen. Volgens Niezen komt VI om die reden voor de keuze te staan of het wil meewerken aan een sportief evenement, dat door de autoriteiten zal worden gebruikt om propaganda te maken. ‘Een onfatsoenlijk regime wordt versterkt’, stelt Niezen in VI. ‘En wij hebben een poging gedaan een zekere bewustwording op gang te brengen, waarvan wij vermoeden dat ook andere sportsectoren daaraan binnenkort niet meer voorbij zullen gaan.’

Aan een scheiding tussen sport en politiek – zoals bijvoorbeeld de KNVB die uitdraagt – heeft Niezen geen boodschap. ‘Volgens ons hebben sport en politiek wel degelijk met elkaar te maken, al was het maar omdat de politiek zich steeds vaker met de sport bezighoudt.’

Om de redactie verder te versterken haalt Niezen begin 1977 de semiprof Johan Derksen (van MVV) binnen als redacteur. Met hem wordt VI nog veel spraakmakender en in zekere zin zelfs gevreesd

Intern is lang niet iedereen het met Niezen eens. Met name Van Cuilenborg vindt dat zijn hoofdredacteur VI misbruikt vanwege zijn eigen politieke opvattingen. ‘Ik heb me daar echt voor geschaamd en geprobeerd een boycot te voorkomen’, aldus Van Cuilenborg jaren later. ‘Wij hadden met een doelgroep te maken en dat was het voetbalpubliek. Je mag best kritisch zijn, maar zo’n interland moet je wel verslaan. Een journalist moet altijd ter plekke zijn en dáár rapporteren.’

Er is voor Niezen geen reden om de gekozen koers bij te stellen. In het voorjaar van 1973 krijgt de redactie uitbreiding met de benoeming van Bert Nederlof (eerder journalist van De Tijd en Trouw) en John Linse (Het Vaderland). Nederlof is een allrounder die vooral spelersverhalen maakt en goede contacten heeft in de voetbalwereld. Linse blinkt uit in onderzoeksjournalistiek en de scherpe interviews.

Om de redactie verder te versterken haalt Niezen begin 1977 de semiprof Johan Derksen (van MVV) binnen als redacteur. Met hem wordt VI nog veel spraakmakender en in zekere zin zelfs gevreesd. Derksen spreekt de taal van de straat, van de kleedkamer, van de voetballer, van de supporter. Zijn artikelen en opinies laten nooit iets aan duidelijkheid te wensen over. Omdat Derksen altijd uitstekend is geïnformeerd, wint VI verder aan geloofwaardigheid en autoriteit. Als ex-prof heeft Derksen bovendien het grote voordeel dat hij niet alleen het spel kan doorgronden, maar ook de voetbalwereld en zijn mores.

In die periode ontdekt VI nieuwe grenzen. In de late jaren zeventig produceert de redactie specials over de Bundesliga, het amateurvoetbal, voetbalstad Londen en de sportjournalistiek. Ook publiceert het blad jaarlijks een Fotojaarboek (vanaf 1976) en een Voetbaljaarboek (vanaf 1984). In 1981 zet Niezen zijn loopbaan voort bij het zusterblad Sport International. Hij is in conflict gekomen met zijn opvolger Van Cuilenborg en andere redacteuren. SI wordt geen groot commercieel succes en uiteindelijk neemt Niezen bij Weekbladpers afscheid door de achterdeur. Het ongewenste slot van zijn journalistieke leven laat onverlet dat iedereen die na hem in dienst trad bij VI schatplichtig is aan de bevlogen, markante, eigenzinnige en begaafde journalist Joop Niezen.

Joop Niezen gaf VI aanzien in voetbalwereld