Hoog in de lucht juicht Ampie Kamperveen mee met Suriname
VI-Tijdmachine

Hoog in de lucht juicht Ampie Kamperveen mee met Suriname

1Reacties
Journalist VI

‘Alsof het mijn missie is.’ Wanneer je Stanley Menzo hoort spreken, hoor je, als je heel goed luistert, ook de stem van André Kamperveen. Van Ampie, de oervader van het Surinaamse voetbal, die al vlak na de oorlog aan De Missie begon. Ooit moest de nationale voetbaltrots écht serieus worden genomen, een mondiaal toernooi bereiken. Destijds was dat nog volstrekt onvoorstelbaar, werd Kamperveen erom uitgelachen, nu kunnen de Surinamers het grote doel bijna aanraken.

Bondscoach Stanley Menzo dient zijn elftal komende week alleen nog in Paramaribo voorbij Guatemala te gidsen en stand te houden in en tegen Panama, en ze kunnen bij de Surinaamse Voetbal Bond (SVB) al voorzichtig een planning gaan maken voor een heuse WK-voorbereiding. Dat opwindende feit is natuurlijk voor een aanzienlijk deel te danken aan het sportpaspoort. Sinds november 2019 hoeven spelers van Surinaamse afkomst daardoor hun Nederlandse nationaliteitniet meer op te geven om uit te kunnenkomen voor Suriname. In navolging van pionier Nigel Hasselbaink hebben steeds meer zogeheten diaspora-spelers zich aan-gesloten bij de Natio en heeft het Suri-naamse elftal zo een flinke kwaliteits-injectie gekregen.

Ampie Kamperveen had een schotwond aan de rechterslaap. Verder was zijn gezicht nog helemaal gaaf

— Anonieme ooggetuige René

Wat ook meehelpt: de uitbreiding van de WK-eindronde en het feit dat de drie organiserende landen Mexico, Canada en de VS al zijn geplaatst. In 1974 en 1978 was er nog slechts één CONCACAF-land van de partij en nu zijn zelfs acht deelnemers uit Noord- en Midden-Amerika mogelijk. ‘Dit is voor ons dé kans op een WK’, beaamde Menzo in VI. Tegelijk hebben tal van Surinamers zich de voorbije decennia ingezet om, vaak onder moeilijke omstandigheden, de Natio naar die kans te manoeuvreren. Hoewel al in 1921 de eerste interland werd gespeeld tegen Brits-Guyana, begon het eigenlijk allemaal met André Kamperveen, die voor het nationaal belang voetbal ging studeren in Europa. Voor deze aflevering van de VI-Tijdmachine volgen we zijn spoor. Over een puissant rijk leven en een bittere dood.

Schimmen in de nacht

‘Meneer Kamperveen! Meneer Kamper-veen!’ Het is half drie in de ochtend van 8 december 1982 als Ampie en zijn vrouw Lea wakkerschrikken. ‘Onze hond ging tekeer op het erf’, herinnert ze zich later nog in Vrij Nederland. ‘Ampie stond op, trok zijn shorts aan. Hij zei nog: “Mijn God, er is zeker iets met Johnny gebeurd”, voordat hij naar de poort liep.’ Mevrouw Kamperveen maakt zich meteen grote zorgen en niet alleen om haar stiefzoon Johnny. Het zijn bijzonder onrustige dagen in Paramaribo en ze ziet schimmen wegschieten als ze een blik door het raam werpt. ‘Ik riep hem nog achterna: Pas op, er staan mensen verscholenachter de poort!’ Maar Ampie hoort haar niet. ‘Bij de poort werd hij door die mensen in burger vastgegrepen, terwijl ze riepen: “U moet nu mee”. De hond sprong tegen ze op, er werd op hem geschoten. In die consternatie rende Ampie naar binnen. Toen begonnen ze op het huis te schieten. Ik was in paniek. André greep me vast, drukte me op de vloer. Hij zei nog tegen me: “Schatje, schatje, stil, lig op de grond”.’

Maar Lea gilt het uit als haar echtgenoot snel een hemd pakt en weer naar buiten loopt. ‘Alles ging toen snel’, vertelt ze verder. ‘Hij werd weggevoerd. Militairen trokken alle telefoontoestellen kapot, vier van hen bleven tot zes uur in de ochtend in ons huis. Ik was nerveus, huilde. Kort nadat ze André hadden weggebracht, hoorde ik schoten en een knal. Op mijn vraag wat dat was, zei een van de militairen dat er een tegencoup aan de gang was. Maar het was Ampie’s radiostation ABC dat werd opgeblazen. Ik bleef huilen, riep steeds: Laten jullie die man met rust, hij heeft niets gedaan!’

Rusteloze duizendpoot