
Hoeveel Sevilla betekent voor Sergio Ramos
Het is wel een beetje in de mode: topvoetballers die een club kopen. Meestal is het vooral een verstandige financiële investering, of wil een speler de populaire computergame Football Manager naar de werkelijkheid brengen omdat hij toch ergens nog wat miljoenen heeft rondslingeren. De overname van Sevilla door Sergio Ramos gaat veel en véél verder dan dat. De wereldkampioen van 2010 grijpt zijn grote voetballiefde bij de hand en trekt haar uit de diepte.
Om onder woorden te brengen wat Sevilla voor de verdediger betekent, bieden we dit indrukwekkende verhaal uit oktober 2023 hierbij opnieuw aan.
Achttien jaar en twintig dagen zaten er tussen zijn 39ste en 40ste competitiewedstrijd voor Sevilla. Een eeuwigheid in het voetbal, een periode waarin generaties kwamen en ook weer gingen. Eén ding was níét veranderd bij zijn rentree in Andalusië: als Sergio Ramos naar rechts keek, keek hij steevast in de azuurblauwe ogen van zijn trouwe maatje Jesús Navas. Weinig spelers in het voetbal met zoveel charisma als Sergio Ramos. Die in tegenstelling tot zijn (nagenoeg) even legendarische ploeggenoten van weleer bij Real Madrid niet voor héél veel geld naar de woestijn verkaste (denk bijvoorbeeld aan Cristiano Ronaldo en Karim Benzema), maar besloot terug te keren in de armen van zijn eerste liefde. Die hem sinds De Breuk op 31 augustus 2005 toch herhaaldelijk tot het diepste van zijn ziel had gekwetst.
Wat bezielde hem?
© Pro ShotsPARA ABUELO
‘Ik was woedend. Door wat ze mijn familie hadden aangedaan.’ Met al die tattoo’s over zijn gehele lichaam lijkt het misschien dat Sergio Ramos een harnas onder zijn voetbaltenue draagt, de werkelijkheid is anders. Vanaf het moment dat hij als jeugdig talent voor veel geld aan Real Madrid werd verkocht op de laatste dag van augustus 2005, huilde zijn hart minstens twee keer per jaar.
Als je de foto’s van zijn eerste seizoen in Madrileense dienst terugziet, dan is de glimlach bijna niet van zijn gezicht af te slaan. De druk van duurste Spaanse speler aller tijden deed hem weinig, hij was grotendeels zijn passionele, heerlijk bruisende zelf. Hij hield zich ogenschijnlijk moeiteloos staande tussen Galácticos als Ronaldo, Zinedine Zidane, Raúl, Roberto Carlos, Guti, David Beckham en Iker Casillas. Hij proefde met smaak van de Champions League en haalde de halve finale van de Copa del Rey. Maar in de laatste wedstrijd van het seizoen stak een storm op die niet meer ging liggen.
En hem bij tijd en wijle hevig aan het wankelen kreeg.
Bij de eerste rentree in Estadio Ramón Sánchez Pizjuan was het vooral nog de verbazing die overheerste. Richtte de boosheid die snel daarop volgde zich op Sevilla-voorzitter José María del Nido. ‘Ik voel me verdrietig’, stamelde de net twintigjarige Andalusiër voor de camera’s van de Spaanse televisie. ‘Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik in Sevilla word beledigd. De stad van mijn vader en mijn moeder, mijn thuis. Ik denk dat dit de schuld is van señor Del Nido, die niet eerlijk is geweest over mijn transfer.’
En dan, na een korte overpeinzing: ‘Eerlijk gezegd heb ik niets meer te zeggen.’
'Alsof hij in het Coliseum stond en ze zojuist de leeuwen hadden losgelaten. Overal om hem heen verlangden mensen naar het bloed dat zou gaan vloeien, wensten mensen hem dood. En niet zomaar mensen, zíjn mensen'
Niet dat de traumatische ervaring Sergio Ramos van zijn glazen trap naar de sterrenhemel duwde. Integendeel. Waar Del Nido in 2013 hard van zijn troon viel en vanwege fraude zelfs in de gevangenis belandde, zou Ramos met Real Madrid vijf keer kampioen van Spanje worden, twee keer de Copa del Rey winnen en, dat vooral, tot vier keer toe ook de Champions League. Met de gelijkmaker in blessuretijd nam hij zijn ploeg in 2014 zelfs bij de hand in de finale tegen stadgenoot Atlético en leidde hij Real Madrid ein-de-lijk naar La Décima. De tiende Cup met Grote Oren. Tussendoor veroverde de kiezelharde international met Spanje de wereldtitel (2010) en twee Europese titels (2008, 2012). Nooit was een land zo lang toonaangevend in de geschiedenis van het voetbal en Sergio Ramos speelde alle driehonderd (90+120+90) finaleminuten van La Roja mee.
Zeker, de opkomende rechtsback die uitgroeide tot een van de beste centrale verdedigers van dit millennium, kende eveneens tegenspoed. Weinig spelers die wereldwijd zo vaak zijn verguisd als hij. Zijn jarenlange kompaan Pepe en hij werden zelfs ‘de linker- en rechtervoet van de duivel’ gedoopt door Der Spiegel. Met de La Liga-records van meeste gele (171) en rode kaarten (20) in zijn bezit had Ramos het daar ook wel een beetje naar gemaakt. In Camp Nou, in Vicente Calderón, Metropolitano, of waar dan ook slaagde hij er meestentijds goed in te dealen met alle furie vanaf de tribunes. Maar in zijn eigen Estadio Ramón Sánchez Pizjuan brak hij op een ijzige januari-avond in 2017.
Alsof hij in het Coliseum stond en ze zojuist de leeuwen hadden losgelaten. Overal om hem heen verlangden mensen naar het bloed dat zou gaan vloeien, wensten mensen hem dood.
En niet zomaar mensen, zíjn mensen.
© Pro ShotsOok onder druk fe-no-me-naal.
Dat hun verloren zoon ze vlak daarvoor met een treffer in de 93ste minuut de Europese Super Cup door de neus had geboord, had de haat alleen maar verder aangewakkerd.
Hoewel Ramos inmiddels een door de wol geverfde dertiger was, trof ieder spreekkoor, iedere scheldkanonnade, iedere belediging hem recht in het hart. Zeker als zijn familie er weer eens bij werd gehaald. In februari 2014 was Juan Ramos, zijn geliefde abuelo, gestorven. Die lieve, oude heer met wie hij en zijn vader José María immer trouw naar het stadion van Sevilla waren getrokken om hun club te mogen aanschouwen. El Niño, zoals opa hem altijd had genoemd, kende geen twijfel toen vlak voor tijd het fluitje van de scheidsrechter snerpte en er een wijsvinger richting strafschopstip ging.
De fluitconcerten waren oorverdovend. Ramos nam een stevige hap zuurstof, en...
Passeerde David Soria met een panenka.
'Ramos ging helemaal los op de Sevillistas, zijn tirade duurde zeker een minuut. Hij was er zó klaar mee...'
Terwijl de Sevilla-doelman nog naar een van de hoeken dook, kwam de tijd even stil te staan. Viel het stadion stil. En was zo het ritselen van het net tot op de bovenste rijen van Estadio Ramón Sánchez Pizjuan kristalhelder te horen.
In eerste instantie zei Sergio Ramos niets. Keek hij om zich heen, nam hij alle ontzetting uitgebreid in zich op. En toen wezen ineens zijn beide duimen naar de naam boven rugnummer 4.
SERGIO RAMOS.
Zwelde het rumoer ogenblikkelijk weer aan. Zíjn mensen wilden hem het liefst eigenhandig bij de strot grijpen. Daarna verhuisden beide handen van Ramos naar zijn oren en deed hij theatraal alsof hij het publiek niet goed kon verstaan. Zelden schudde het stadion zo hard op zijn 65 jaar oude grondvesten. Ramos ging helemaal los op de Sevillistas, zijn tirade duurde zeker een minuut. Hij was er zó klaar mee...
Zes jaar en acht maanden later stuurde Sergio Ramos een Instagram-filmpje naar zijn 61 miljoen volgers. Dit Instagram-filmpje:
PARA PADRE
Paqui Ramos is inmiddels de zeventig gepasseerd, maar ziet er nog altijd tiptop uit. Blond geverfde lokken, gestifte lippen, leren laarzen tot over de knieën. Haar echtgenoot José María zit onderuitgezakt aan haar zijde en wrijft wat over zijn paar dagen oud baardje, door zijn halflange haar. De bovenste knopjes van zijn blousje staan open, op zijn neus leunt de Ray Ban-zonnebril die hij ook steevast binnen draagt. Als je het stel zo ziet zitten in hartje Sevilla, pal naast de immer sereen kabbelende Guadalquivir, zou ze meteen typeren als trouwe leden van de lokale rotary club. En José María Ramos heeft uiteindelijk ook een hoop geld verdiend in de bouw en het vastgoed. Maar in de jeugdjaren van jongste zoon Sergio bewoonden ze een bescheiden flatje in Camas, een dorpje aan de overkant van de iconische rivier.
Toen de 180-voudig Spaans international werd geboren, ruim 37 jaar geleden alweer, ‘werd ik met hem opgescheept’. ‘Ik’ is de acht jaar oudere René, met wie Sergio Ramos een slaapkamer deelde tot zijn negentiende. ‘Tot ik naar Real Madrid ging’, aldus de verdediger. Met ook nog zus Miriam bouwden ze zo een band op die nog immer hecht is. René Ramos behartigt anno 2023 bijvoorbeeld de belangen van Sergio.
Als ze niet in de flat achter een bal aanjoegen – ‘Hij en zijn broer hebben heel wat asbakken gebroken in huis’ – deden ze dat op een veldje voor de flat. ‘Mijn vader stond altijd op het balkon te kijken hoe ik speelde’, vertelde Sergio Ramos daarover in zijn eigen documentairereeks. Immer die kritische blik van de voormalige speler van Sevilla B – ‘totdat ik een knieblessure opliep’, aldus José María – over zijn schouder. Maar die verlamde niet. Integendeel.
‘Op een dag vertelde mijn vader dat Sevilla voor me had gebeld. Uiteraard was ik opgewonden en dolblij. “Dat betekent niet dat je er mag blijven”, zei pa, “je moet je best doen en als het niets wordt blijven we lekker bij Camas”. Sevilla had geen haast. Mijn vader had altijd een blind vertrouwen in me. Ik word emotioneel als ik over hem praat, omdat hij zo veel voor me heeft gedaan. En nog steeds doet. Ik ben hem voor eeuwig dankbaar.’
Wie hij ook omstandig bedankte, was Joaquín Caparros. De trainer die Sergio Ramos al op zeventienjarige leeftijd voor de leeuwen besloot te werpen. Voorafgaand aan het uitduel met Deportivo La Coruña in Riazor legde de coach een hand op de schouder van het supertalent dat al jaren uitkwam voor de verschillende jeugdelftallen van Spanje. ‘Hij zei: “Ik ga je laten spelen zondag”. Het enige wat ik kon uitbrengen was: Enorm bedankt. Bedankt namens mezelf, mijn vader, mij moeder, mij grootouders.’
Broer René: ‘De herinneringen aan die tijd zijn geweldig. Het was onze droom, precies wat iedereen voor hem had gewenst.’
In Galicië waar El Chiquito tegenover routiniers als Juan Carlos Valerón, Mauro Silva en Diego Tristán kwam te staan, in Barcelona waar Frank Rijkaard toppers als Samuel Eto’o, Deco en Xavi het veld opstuurde, in Madrid dat de Braziliaanse Ronaldo zelfs nog op de bank kon houden – overal was Sergio Ramos zijn hartstochtelijke zelf. Overal maakte hij diepe, diepe indruk. Bondscoach Luis Aragonés kon al heel snel eenvoudigweg niet meer om hem heen. En in de thuiswedstrijd tegen Real lanceerde Sergio Ramos zichzelf met een fenomenale vrije trap naar Los Galácticos.
Ik vergeef ze nooit voor de pijn die mijn grootouders en ouders voelden. Ik kan het stadion van Sevilla nog steeds niet binnenlopen...
‘Sevilla is altijd een onderwerp geweest waarover ik niet wilde praten’, sprak hij vele jaren later, ‘omdat het zo gevoelig lag. Ik was ook jong. Ik had nog niet de ervaring om te goed onder woorden te kunnen brengen wat er was gebeurd. Maar nu is de tijd aangebroken om erover te spreken. Om mensen te vertellen wat er is gebeurd en hoe.’
Volgens Ramos deed Sevilla-voorzitter Del Nido destijds alsof de trots van de eigen opleiding expres de onderhandelingen met Sevilla had gefrustreerd om de afkoopclausule à 27 miljoen euro te handhaven in zijn contract. Een bedrag dat anno 2005 weliswaar enorm was, maar met de opbrengst van Michael Owens transfer naar Newcastle United simpel op te hoesten was voor Real Madrid.
Maar, zo beweerde Ramos: ‘De ontbindingsclausule is nooit betaald.’ De verhalen in de media klopten dus helemaal niet. Raakten kant noch wal. Waren een verzinsel van Del Nido, die gewoon een deal met Reals Florentino Pérez had gesloten, om de financiële malaise bij Sevilla te verhullen. Ramos: ‘Dit zorgde ervoor dat de supporters niet meer voor me voelden wat ik voor hen voelde en altijd zal blijven voelen.’
‘Ik weet hoe het voelt om supporter van Sevilla te zijn. Al van jongs af aan. De informatie was onjuist, de supporters werden voorgelogen en daardoor behandelden ze me zo gemeen en dachten ze zo slecht over me. Het was niet alleen voor mij pijnlijk, maar ook voor mijn familie. Ik vergeef ze nooit voor de pijn die mijn grootouders en ouders voelden. Ik kan het stadion van Sevilla nog steeds niet binnenlopen... Ik word emotioneel omdat ik al van jongsaf aan in dat stadion kom... Mensen denken er misschien anders over, maar mijn grootouders leven niet meer... Je kunt dat soort dingen niet veranderen, je kunt de tijd niet terugdraaien. Dat doet me nog het meest pijn. Misschien gedroeg ik me daarom zo als ik een doelpunt maakte in het stadion van Sevilla.’
‘Ik heb heel veel fouten gemaakt in mijn leven’, vertelde Ramos in zijn documentaireserie. ‘En de grootste fout die ik toen maakte, was dat ik nooit uitleg heb gegeven. Ik heb geen persconferentie gegeven om alles uit te leggen. Ik liet anderen mijn verhaal vertellen.’
PARA SEVILLA
‘Ik ben wie ik ben door de plek waar ik vandaan kom.’ Hoe erbarmelijk de relatie met zijn eigen mensen ook was, als het drukke speelschema het ook maar even toeliet, spoedde hij zich naar huis. ‘Sevilla is mijn grond. De geur van sinaasappelbomen, oranjebloesem. Eén dag daar en ik voel me weer sterk. Andalusiër zijn, zit binnen in je, in je hart. Cultuur, afkomst, tradities en herinneringen transformeren tot de passie bij alles wat ik doe.’
Hij is tot in elke vezel van zijn lichaam Sevilla. In de kathedraal trouwde hij er zijn Pilar, hij fokt er paarden, houdt er barbecues met zijn oude vrienden, als hij ook beroemde artiesten uitnodigt om samen flamencoliedjes te zingen. Zelf bespeelt hij dan vaak even de gitaar of geeft hij het ritme aan op de cajón. En, zoals zo veel jongens in zijn toenmalige omgeving, droomde hij ervan ooit in het Plaza de Toros de strijd met een stier aan te gaan als torero. ‘Ik denk wel dat ik oog in oog met zo’n machtig wezen durf te staan’, zei hij eens. ‘Als voetballer heb ik wel een beetje de kwaliteiten van een matador in mij zitten.’ Dan staat Sergio Ramos ook regelmatig recht tegenover een dodelijk beest en komt hij in 99 van de honderd gevallen als winnaar uit de strijd.
© VI / Pieter Stam de JongeNa de Champions League-winst in 2016 kruipt Sergio Ramos weer even in de huid van de matador.
Dat hebben ze geweten bij Sevilla. Liefst 33 keer stond Ramos tegenover de club van zijn jeugd. Vaker dan tegen Real Betis bijvoorbeeld. Twintig keer dwong hij ze vervolgens op de knieën. En de jongen die lang ervan droomde in de voetsporen te treden van Ronaldo, Claudio Caniggia en Hernán Valdanito Crespo – ‘Ik was snél!’ – maar een opvallend veel scorende verdediger werd – hij is de honderd officiële doelpunten allang gepasseerd – haalde zelf zevenmaal de trekker over.
Waarschijnlijk ook daarom dat zijn aankondiging om terug te keren op het oude nest lang niet bij iedereen in goede aarde viel. De fanatieke aanhang kwam in opstand. ‘Als groep ultra’s van bijna een halve eeuw oud keuren wij deze nieuwe aanwinst ten zeerste af. We worden daarbij niet gedreven door haat of rancune’, aldus de zogenoemde Biris Norte, ‘maar door trots en liefde voor de club, haar geschiedenis en de fans. We zijn van mening dat alleen al het idee van deze actie volledig in strijd is met alles wat ons zo groot maakt, met al onze symbolen en legendes die ons logo hebben gedragen. En de duizenden Sevillistas die hebben geleden onder de minachting van deze speler.’
Ze vertikten het zelfs zijn naam te noemen...
'Zestien jaar later stonden Ramos en Navas precies op die plek. Een toneelstukje op te voeren voor de clubmedia van Sevilla. Maar dat deed niets af aan de liefde die de twee musketiers daar voor elkaar voelden. Met de derde nog immer in hun hart'
De twijfel moet toch zijn teruggekeerd in zijn hoofd. Wat bezielde hem? Had hij hiervoor vijftien miljoen euro per jaar laten lopen, het contract dat het Saoedische Al-Ittihad van Karim Benzema hem had geboden? Maar de lach bleef op zijn gezicht gebeiteld. Sergio Ramos verontschuldigde zich voor zijn eigen gedrag, zonder hetzelfde van hen te verwachten. En liep niet veel later met opgeheven hoofd Estadio Ramón Sánchez Pizjuan in.
PARA ANTONIO (EN JESÚS)
Hij had een schuld in te lossen, had Sergio Ramos steeds herhaald in aanloop naar zijn terugkeer in Estadio Ramón Sánchez Pizjuan. ‘Aan mijn vader, aan mijn grootvader, aan Sevilla en aan Antonio Puerta.’
Voor het eerste weer in de kleedkamer van de thuisclub trof hij Jesús Navas aan. Die hem voor de draaiende camera welkom heette. Het zag er allemaal wat ongemakkelijk uit, wat met name aan de eveneens 37-jarige captain van Sevilla lag.
Waar Sergio Ramos een paar centimeter langer wordt als er schijnwerpers op hem worden gericht, houdt de 1 meter 70 kleine Navas zich het liefst op de achtergrond. Die karaktereigenschap heeft hem vooral in de beginfase van zijn carrière dwars gezeten. Het immense talent dat hij als voetballer bezat, smeekte namelijk om alle aandacht. Aan de bal was en is Navas een sieraad voor het oog. Als mens leed hij aan een ziekelijke vorm van heimwee. Het kwam een aantal keren voor dat hij moest worden opgehaald van trainingskampen. Hij kampte met paniekaanvallen en had verschillende angststoornissen. Maar de inmiddels tot rechter wingback omgeturnde rechtsbuiten heeft zich er heldhaftig doorheen geslagen. Mede met dank aan Sergio.
‘Hij was jonger dan ik, maar ik heb hem altijd als oudere broer beschouwd’, aldus Navas. In de opleiding van Sevilla waren ze al onafscheidelijk, die twee. Nog steeds. Maar eigenlijk waren ze met drie. De Drie Musketiers. Samen schopten ze het in vliegende vaart van de Sevilla-opleiding tot de nationale ploeg, en waren ze klaar om de wereld te veroveren.
© SevillaDe Drie Musketiers.
Toen Sergio Ramos half september zijn officiële rentree vierde bij Sevilla, thuis tegen Las Palmas, en vlak voordat het beginsignaal klonk naar rechts keek, keek hij steevast in de azuurblauwe ogen van zijn trouwe maatje Jesús. Toen hij naar links keek, stond linksback Adrià Pedrosa daar, een 25-jarige Catalaan die druk stond te trappelen om opgewarmd aan de partij te kunnen beginnen. En niet Antonio. Zijn andere trouwe maatje van weleer.
Antonio Puerta kwam nooit in de buurt van de 37 levensjaren van Ramos en Navas, stierf slechts 22 jaar jong. Op 28 augustus 2007 zakte hij op het veld van Estadio Ramón Sánchez Pizjuan in elkaar. Hij slaagde erin zelf nog van het veld te lopen, maar werd in de kleedkamer opnieuw overvallen door hartfalen.
Zestien jaar later stonden zijn vrienden Ramos en Navas precies op die plek. Een toneelstukje op te voeren voor de clubmedia van Sevilla. Maar dat deed niets af aan de liefde die de twee musketiers daar voor elkaar voelden. Met de derde nog immer in hun hart. Sergio en Jesús zijn Antonio nooit vergeten. Zullen hem nooit vergeten.
Ook daarom voelde Sergio Ramos zo veel geluk door zijn lichaam stromen toen zijn rentree in Sevilla-wit, amper zeven kilometer van de plek waar hij werd geboren, toch een groot succes werd. Las Palmas werd met 1-0 verslagen, na vier nederlagen pas de eerste overwinning van het seizoen, en de ruim veertigduizend op de tribunes scholden hem niet langer uit. Het overgrote merendeel drukte hem zelfs stevig tegen de borst.
‘Mijn huis, mijn fans... Het valt niet met woorden te beschrijven wat er door me heen gaat. De manier waarop ik ben ontvangen vandaag, neem ik mee in mijn graf. Ik kan in vrede sterven.’