
Hoe Simon Tahamata de Molukkers weer probeerde te verenigen
VI viert dit jaar zijn zestigjarig jubileum. Naar aanleiding daarvan herplaatsen we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar december 2010, als Simon Tahamata terugkeert op Ambon. VI volgde de levende Molukse legende, werd onverwacht geconfronteerd met een warme Oranje-liefde en zag hoe voetbal de mensen op een door oorlog verscheurd eiland weer dichter bij elkaar kan brengen.
Nerveuze blikken verkennen de hemel boven Ambon. Ze zoeken naar een verlossend stipje aan de lucht, naar vlucht JT 790, met aan boord een van de beroemdste en meest geliefde zonen van de Molukken. Het is zondagochtend half zeven en al een drukte van belang op vliegveld Pattimura, vernoemd naar de soldaat die ruim tweehonderd jaar geleden een bloedige guerrilla tegen de Nederlandse kolonisten leidde en later door diezelfde Nederlanders werd opgehangen.
Een tiental familieleden van Simon Tahamata wacht reikhalzend in de aankomsthal. Net als gisteren, maar ze bleken zich vergist te hebben in de aankomstdatum van de verloren zoon. Vandaag komt hij dan toch echt de vliegtuigtrap af.
Op weg naar de uitgang van het luchthaventje loopt hij een jonge vrouw voorbij. Ze roept hem na: ‘Simon!’
Tahamata draait zich om. Dan ziet hij het pas, ze is een van zijn nichtjes. Er volgt een innige omhelzing, waarvan er daarna nog talloze zullen volgen.
Ik woonde in Nederland, maar mijn hart lag ergens anders. Tijdens het Wilhelmus stond ik altijd maar een beetje naar het gras te staren
In 1988 was Simon Tahamata voor het laatst op Ambon, tijdens een voetbaltrip met een Moluks gelegenheidselftal. Nu wordt hij omringd door neven en nichten die destijds nog piepjong of niet eens geboren waren. De tranen staan in de ogen van Tahamata en in die van zijn familieleden. Buiten snuift hij samen met zijn vrouw Jomi, zelf ook van Molukse afkomst, de geur van kruidnagels op en hoort hij de voor hem zo nostalgische gitaarmuziek uit de speakers klinken.
Even later kijkt hij op van een spandoek op de gevel van zijn hotel. ‘Selamat Datang Mr. Simon Tahamata!’ Hartelijk welkom. De voetballer is nog maar net geland, maar nu al diep onder de indruk. Tahamata is thuis. ‘Ik kan dat gevoel nauwelijks beschrijven, het is zo heftig. Ik telde de dagen af voor deze reis, sliep al een tijdje slecht van de spanning. En nu sta ik hier dan weer.’
Voor de derde keer in zijn leven – in 1978 was hij hier op vakantie – is hij terug in het geboortegebied van zijn ouders. ‘Toen ik Ambon zag liggen vanuit het vliegtuig, kreeg ik kippenvel en koude rillingen. Ik heb het nergens anders. Dit is mijn land, dit is waar wij vandaan komen.’
KOGELS
Exclusieve content voor PRO abonnees
Dit artikel is exclusief voor PRO-leden. Profiteer van onbeperkte toegang tot alle PRO artikelen, achtergrondverhalen en analyses. Geen advertenties, geen beperkingen.
Al lid?Log in op je account