
'Hoe Marcel zich door het leven zal worstelen, daar durf ik niet aan te denken'
Columnist Nico Dijkshoorn maakt zich zorgen om Marcel van Roosmalen en de andere Vitesse-supporters.
Zaterdagochtend werd ik wakker en schreeuwde ik heel hard het woord ‘Vitesse’. Ik schrok daar van. Ik sta niet bekend als een groot voorstander van clubliefde. Het levert altijd dezelfde dood-saaie verhalen op. ‘Ik liep het hele jaar twee keer per week met mijn vader hand in hand naar het stadion. Ik heb mijn eerste kind Vak C genoemd. Mijn vrouw en ik hebben naast ons bed een levende adelaar op een stok zitten. Ons tweede kind heet Adelaar. Toen ze de beker wonnen ben ik naar het graf van mijn vader gelopen en ben ik op zijn geel-zwarte steen gaan liggen. Ik ben ooit twee dagen op vakantie geweest. Toen hield ik het niet meer. Ik ben teruggereden en met mijn camper naast het stadion gaan staan. Topvakantie! Als ik moet kiezen tussen mijn kinderen en de club. Hoe duur is een weeshuis? Haha.’