
Hoe het schatrijke Chelsea langzaam verarmt als gevangene van Stamford Bridge
Een paar pints op Leicester Square, en dan de underground in. Met de Northern Line tot Embankment, daar overstappen op de District Line tot Fulham Broadway, uitstappen en tada: zo staan ruim tweeduizend Ajax-supporters woensdagavond ineens oog in oog met Stamford Bridge voor een ouderwetse Champions League-avond. En dat is eigenlijk best gek. Waar bijna alle grote Engelse clubs hun stadion recent hebben vernieuwd of vervangen, is er bij Chelsea al 25 jaar niks gebeurd. Hoe zit dat?
Het is belangrijk om te begrijpen dat voetbal een tijd in het verdomhoekje heeft gezeten op het eiland. In het bijzonder Chelsea kampt in de jaren tachtig met een imagoprobleem. De toeschouwersaantallen liepen terug. Gemiddeld zitten er rond 1990 zo'n 15.000 kijkers, van wie veel raddraaiers. Voorzitter Ken Bates heeft, om veldbestormingen te voorkomen, zelfs een hek geplaatst dat onder stroom gezet kon worden. De lokale autoriteiten vinden dat toch te ver gaan, dus het foefje wordt nooit gebruikt. Na de rampen op de Valley Parade (1985, brand, 56 doden) en Hillsborough (1989, verdrukking, 97 doden) moeten clubs daarentegen juist zorgen voor veiligere, meer publieksvriendelijke stadions. In 1992 begint de Premier League, de competitie waarvoor Sky Sports fortuinen betaalt om hem te mogen uitzenden.