
Historisch weinig goals: de directe vrije trap wordt een bedreigde kunstvorm
In de Eredivisie viel er afgelopen seizoen historisch weinig te juichen na een directe vrije trap. Ook in de grote Europese competities zet de dalende lijn zich al jaren voort. Het is een logisch gevolg van minder overtredingen, maar ook de recente spelregelwijzigingen lijken hun sporen na te laten.
Ze waren op twee handen te tellen. Het aantal doelpunten uit directe vrije trappen dit jaar in de Eredivisie. Slechts acht keer werd er uit zo’n situatie gescoord. Dat is historisch laag. Aan het begin van deze eeuw was het regelmatig meer dan veertig keer per seizoen raak, maar de afgelopen jaren komt het aantal niet eens boven de vijftien uit. En om de huidige opbrengst in perspectief te zetten: Pierre van Hooijdonk kwam in 2002/03 in zijn eentje tot acht doelpunten uit vrije trappen. Dit seizoen was er niemand met meer dan één treffer in de Eredivisie.
Dat er minder goals vallen uit directe vrije trappen, is niet heel vreemd. De belangrijkste reden is dat er simpelweg steeds minder vrije trappen te nemen zijn. Het aantal overtredingen is in de afgelopen jaren in rap tempo afgenomen. Waar scheidsrechters in 2010/11 nog gemiddeld 31 keer per wedstrijd floten voor een vergrijp, ligt dat nu al seizoenenlang rond de twintig.