
'Nog nooit zag ik een coach zo weinig plezier hebben tijdens wedstrijden'
Columnist Nico Dijkshoorn laat deze week zijn Amsterdamse hart spreken.
Deze column en het feit dat jij die nu leest is mijn opgestoken vinger naar iedereen die vindt dat ik mijn langste tijd als columnist heb gehad. Ik bedank hier mijn drie schrijfcoaches, mijn kinderen en mijn vriendin die altijd in mij geloven. Ik bedank de hoofdredactie voor het schitterende bloemstuk, juist toen ik dat zo nodig had. Mijn hond Snikkie, die zijn kop in mijn schoot legde wanneer ik geen onderwerp kon vinden.
Zo zou ik deze column zijn begonnen als ik een begeleidend team om me heen had zoals Mika Godts, de Ajacied die zaterdag na zijn eerste doelpunt iets deed dat leek op woedend juichen. Hij holde langs de tribunes en maakte van zijn hand een pratend mondje. Een bekend fenomeen binnen de voetbalwereld. Je gram halen op iedereen die het heeft gewaagd te twijfelen aan je Goddelijke capaciteiten.
In een interview met De Telegraaf zegt Godts er dit over: ‘Ik heb goede mensen om mij heen, waaronder een mental coach. Maar ik kan ook terecht bij mijn zaakwaarnemer, een goede vriend die zeer betrokken is en die ik elke dag spreek. Ik heb natuurlijk ook mijn ouders en mijn broer met wie ik kan praten. En mijn vrouw.’