
García gaat bij Jong Ajax op zoek naar de nieuwe Ekitiké en Upamecano
Na een veelbewogen week heeft Oscar García maandagavond zijn debuut gemaakt als trainer van Jong Ajax. Titelkandidaat SC Cambuur was uiteindelijk net te sterk: 1-2. In gesprek met de 52-jarige Spanjaard: over zijn eerste indrukken in Amsterdam, de winnaarsmentaliteit die hij wil brengen en hoe het eigenlijk zo gelopen is, dat een trainer met zijn cv aan de slag gaat in de Keuken Kampioen Divisie.
Het was Johan Cruijff zelf die hem ooit naar voren schoof als hoofdtrainer van Barcelona. Nu staat Oscar García met zijn handen in de zakken van zijn witte regenjas langs de lijn, op een gure maandagavond op Sportpark De Toekomst. De ogen van de Catalaan speuren over het veld, op zoek naar oplossingen om het Cambuur van Henk de Jong te verslaan. Ligt het spel ook maar even stil, dan roept hij een speler bij zich om nieuwe instructies over te brengen: van Avery Appiah tot Mohamed Abdalla en van Ryan van de Pavert tot doelman Joeri Heerkens.
García stort zich vol overgave op zijn nieuwe project. Dat hij de afgelopen vijftien jaar bij allerlei gerenommeerde clubs in het buitenland werkte als hoofdtrainer, weerhoudt hem daar niet van. 'Nee, nadat ik mijn trainerscarrière begon bij Barcelona B, heb ik nooit meer een tweede team gecoacht. Maar ik vind het leuk om met jonge spelers te werken', vertelt García, als de regen inmiddels uit de hemel komt kletteren.
© Pro Shots'Ik heb een hoop talentvolle spelers ontwikkeld bij mijn eerdere clubs, Hugo Ekitiké, Dayot Upamecano… Dat vind ik mooi', verwijst hij naar zijn periodes bij Stade Reims en Red Bull Salzburg. 'Dit is een club met die filosofie, mentaliteit, vergelijkbaar met Barcelona. Jordi (Cruijff, red.) belde me of ik hier wilde helpen met het ontwikkelen van de spelers, zodat wanneer ze bij het eerste team komen, ze er écht klaar voor zijn om te strijden voor een basisplaats. Niet om één wedstrijd te spelen, of tien minuten, en dan weer terug. Eigenlijk om de oude Ajax-filosofie weer terug te brengen.'