
Franchino Baresi, een grote winnaar én een groots verliezer
Franchino noemden ze hem 66 jaar lang. Omdat het kleine broertje van Inter-verdediger Giuseppe Baresi (392 Serie A-duels voor de Nerazzurri) nooit groter groeide dan 1 meter 76. Maar vooral omdat de Italianen zo van hem hielden. Geen grotere centrale verdediger in hét land van centrale verdedigers dan Franco Baresi (532 Serie A-duels voor AC Milan, met zes landstitels en drie Cups met Grote Oren).
Bij AC Milan speelt niemand met het nummer 6 op de rug. Al sinds zijn officiële afscheid in 1997 niet meer. Het respect voor Piscinin, kleintje, overtreft zelfs dat voor legendarische types als Alessandro Nesta, Fabio Cannavaro, Gaetano Scirea, Giorgio Chiellini en zelfs Paolo Maldini (oorspronkelijk toch een linksback). Franz Beckenbauer kon er zeker ook wat van, en misschien dat Ruud Krol in zijn absolute prime in de buurt kwam, verder torent Baresi ver boven iedereen uit, zo is de algehele opinie.
Dit PRO-stuk is vanwege het overlijden van Franco Baresi voor iedereen gratis te lezen.
Hoe sterk de al vroeg kalende verdediger was, samen met zijn trouwe kompanen Mauro Tassotti, Alessandro Costacurta en Paolo Maldini in de hoogtijdagen van AC Milan? Ruud Gullit legde dat niet zo lang geleden nog eens uit in het programma The Overlap. ‘We speelden op de training weleens met de keeper en vier verdedigers tegen een heel elftal’, aldus de Amsterdammer die destijds met Frank Rijkaard en Marco van Basten De Grote Drie van Milaan vormde. ‘En toch kon je er niet doorheen komen. Het was gewoon onmogelijk. Wat ze zo goed deden, was de harmonische beweging. Elke keer als de bal terug wordt gespeeld, omdat je er bijvoorbeeld als buitenspeler niet langskwam, dan gingen zij onmiddellijk naar voren. Uiteindelijk was het net een machine.’
Door zijn ervaring en zijn stijl heb ik, samen met andere grote verdedigers, geleerd om tegen elke droomaanval in de wereld te spelen
Met Baresi als man aan de knoppen. Voor al zijn trainers en met name de a-typisch aanvallend denkende Arrigo Sacchi was hij namelijk de meest bepalende speler in het elftal. Op een, voor Italiaanse centrale verdedigers, a-typische manier. Ja, Baresi kon er ook vlijmscherpe tackles uitgooien als de situatie daarom vroeg, maar meestal hoefde dat helemaal niet, omdat hij allang had zien aankomen waar de bal zou belanden. De boerenzoon die op een ver afgelegen platteland in Noord-Italië opgroeide, werd in tegenstelling tot zijn grote broer Giuseppe afgewezen door Inter, de club die hij als kind verafgoodde. Maar bij Milan vocht hij zich ondanks zijn geringe gestalte knap terug. Vooral dankzij dat inzicht waarmee later bijvoorbeeld ook vader en zoon Blind werden geboren.
En net als de Blinds blonk Baresi eveneens aan de bal uit. In een carrière die ruim twee decennia besloeg, was het immer een genot om naar hem te kijken. Ondanks dat wat morsige uiterlijk – alsof hij zo uit bed was gestapt – was hij de stijlvolle uitzondering tussen de rechttoe-rechtaan-verdedigers in Italië die zich vooral bezighielden met het uitschakelen van hun directe tegenstander. Hij zag immer de beste oplossing en beschikte ook nog eens over de techniek om de bal op een perfecte manier daarheen te sturen.
Na heel wat tegenslagen – op zijn veertiende had hij al zijn beide ouders verloren en als jonge Milan-speler maakte hij een omkoopschandaal en twee degradaties mee – kwam de tweebenige zo vooral onder meester-tacticus Sacchi bovendrijven. Sterker: Baresi stelde een nieuwe standaard in de Serie A. ‘De erfenis van Baresi ligt opgesloten in de defensie van AC Milan’, heeft Maldini er eens over gezegd. ‘Door zijn ervaring en zijn stijl heb ik, samen met andere grote verdedigers, geleerd om tegen elke droomaanval in de wereld te spelen.’
© Pro ShotsBaresi, en met hem Milan en Italië, won zo alles wat er te winnen viel. Tegelijk oogstte hij minstens zoveel bewondering als verliezer. Weinig spelers die dat zo groots als hij konden.
Het beeld van het WK 1994 staat nog op menig Italiaans netvlies gebrand. De man die 120 minuten lang zo had uitgeblonken in de finale tegen het Brazilië van Romário en Bebeto, de sokken zoals immer slordig op de enkels, de weinige krullen op het hoofd aan zijn schedel geplakt, die kenmerkende treurige blik op het doel van Cláudio Taffarel. Hij neemt de eerste Italiaanse strafschop in de reeks voor zijn rekening. Een, twee tellen later vliegt de bal hoog over de lat heen. De 34-jarige aanvoerder van de Azzurri zakt door de knieën, slaat de handen voor zijn ogen. Doordat ook Daniele Massaro en Roberto Baggio missen, is de wereldtitel verspeeld. Twaalf jaar na het wereldkampioenschap als stand-in voor Gaetano Scirea weet Baresi de hoofdrol niet te pakken. Iedereen, zijn opponenten incluis, zoekt hem na de nederlaag der nederlagen op om hem te troosten.
Het puntertje van Kluivert, ik herinner het me nog als de dag van gisteren
Amper een jaar later verloor Baresi opnieuw. Ditmaal als captain van het AC Milan dat moest buigen voor De Godenzonen van Ajax. En andermaal toonde hij zich een groots verliezer. Toen Vincent Okker namens VI contact met hem zocht voor een terugblik op de Champions League-finale van 1995, werkte Baresi, degene die net te laat kwam om het puntertje van Patrick Kluivert te blokken, met alle liefde uitgebreid mee.
‘Het puntertje van Kluivert, ik herinner het me nog als de dag van gisteren’, vertelde Baresi. ‘Met Alessandro Costacurta stond ik centraal achterin en tot dat moment hadden we nauwelijks iets weggegeven. Maar toen Frank Rijkaard de combinatie wilde aangaan met Kluivert, ging alles zó snel. De concentratie viel even weg, het werd heel onoverzichtelijk in de zestien. Niemand bij ons verwachtte dat Kluivert vanuit zijn positie kon scoren; de ruimtes waren heel klein en mogelijkheid om te schieten was er nauwelijks.’
Nadat dat Kluivert de bal op de rand zestien kreeg aangespeeld, probeerde Paolo Maldini hem met een tackle de bal te ontfutselen. Tevergeefs. Vervolgens zette Baresi een sliding in, om de bal voor Kluiverts linkervoet weg te nemen. Dat was opnieuw tevergeefs. De jonge spits passeerde keeper Sebastiano Rossi. ‘Of ik bij die goal méér had kunnen doen?’, vroeg Baresi zich hardop af. ‘Moeilijk te zeggen… Op het moment dat Kluivert de bal kreeg, moest ik in een fractie van een seconde beslissen. Mijn sliding kwam te laat. Zodra een topspits al in de zestien staat, weet je dat het heel moeilijk is hem af te stoppen. Ook dáárvoor, nog vóór Rijkaard de bal kon spelen, moesten we keuzes maken, positie kiezen. Een wedstrijd bestaat uit tal van dat soort momenten. Aan die goal was, denk ik, niemand schuldig, ik zou het vooral een geweldig moment van Kluivert noemen. Patrick was nog heel jong, maar toonde zich met die goal de fantastische spits die hij jarenlang zou blijven.’
© Pro ShotsHet grote Milan met de Europa Cup van 1989.
‘Iedereen weet hoe indrukwekkend Ajax dat seizoen had gepresteerd, wijzelf hadden al twee keer van ze verloren. Maar AC Milan had zich voorgenomen zich tijdens de Champions League-finale te revancheren, onze ervaring moest de doorslag geven. En in die finale deden we het ook beter dan in de groepsduels. Dan komt zo’n doelpunt in de slotfase héél hard aan. Nog vijf minuten plus wat blessuretijd om de 1-1 te maken, dacht ik nog. Pas als de scheidsrechter affluit, is het voorbij. Ook mijn ploeggenoten dachten er zo over. Maar ik merkte in die laatste minuten dat we er fysiek doorheen zaten, de benen voelden zwaar. Voor de meeste Milan-spelers was het een lang en uitputtend seizoen geweest. Ik kan ook nog zeggen dat de afwezigheid van Marco van Basten (geblesseerd, red.) en Ruud Gullit (tussentijds teruggekeerd bij Sampdoria, red.) impact op ons had. Zij waren twee enorm belangrijke spelers die niet een-op-een vervangbaar waren. Ook zonder hen hadden we de finale van de Champions League gehaald, maar het lijkt me duidelijk dat geen enkel team hun absentie kan opvangen.’
‘Marezza e delusione, bitterheid en teleurstelling, dat overheerste na afloop in de kleedkamer. Eén zege waren we verwijderd van een tweede Champions League-eindzege op rij, ons grote doel van dat seizoen. Maar ondanks het verlies en de emoties twijfelde ik geen moment en feliciteerde mijn ploeggenoten. Ik was trots op ze, omdat we als ploeg de finale hadden gehaald en als ploeg hadden gestreden. In een finale kan alles gebeuren, óók verlies hoort daarbij. Gelukkig heb ik in mijn carrière de nodige finales mogen spelen én winnen. Ditmaal ging de zege naar Ajax. En voor mij is de winnaar altijd de terechte winnaar.’