
Een wel zeer bijzondere Feyenoord-spits: 'Mijn hond beet zo die vinger eraf'
Clyde Best, József Kiprich, Mike Obiku, John Guidetti, Stefan Babovic, Lucas Pratto… Het Feyenoord-legioen heeft heel wat bijzondere spitsen voorbij zien trekken in De Kuip. De meest bijzondere van allemaal is waarschijnlijk Colin Kazim-Richards. Een type als Wouter Goes mag zich gelukkig prijzen dat de Engelse Turk geen voetballer meer is. Vanwege ons zestigjarig jubileum bieden we elke dag in het weekeinde een verhaal uit ons rijke VI-archief aan. Ditmaal een meer dan boeiend interview met Kazim-Richards uit januari 2015. ‘Mijn hond beet zo die vinger eraf.’
Wat zegt-ie nou? Zijn vinger eraf?! VI’s zeer benieuwde Martijn Krabbendam krijgt een uitgebreide uitleg van de spits die in 38 Eredivisie-duels twaalf keer zou scoren. ‘Ik ben met die beesten opgegroeid’, zegt hij. En met beesten bedoelt hij Engelse bulldogs, waarvan hij er zelf ook een aantal heeft. ‘Mijn vader had altijd waakhonden, je kon vroeger in onze buurt in Londen niet voorzichtig genoeg zijn, dus dat ik ze ook zou nemen, stond al vrij snel vast. Ik heb nog nooit zonder een hond in een huis gewoond.’
Waar ik vandaan kom… Als je daar tegen iemand zegt: Fuck je moeder, dan moet je voorzichtig zijn
Zijn honden houden inbrekers buiten de deur, vertelt hij. ‘Ze zijn echt voor niemand bang. Toen ik nog in Turkije voor Bursaspor speelde, was ik op een dag een van mijn honden kwijt. We woonden even buiten de stad, mijn honden liep altijd buiten, maar toen ik floot, kwam hij niet. Raar, want die beesten zijn ontzettend gehoorzaam. Ik ging zoeken en vond hem terug, vastgebonden, met een strop om zijn nek, om hem heen een stuk of zeven zigeuners. Dat is wat die types doen, ze zoeken straathonden en nemen die mee om er hun hond van te maken. Maar dat liet die van mij niet gebeuren…’
‘Een van die gasten had een lap om zijn hand, want mijn hond beet zo die vinger eraf. Ik stond daar, alleen tegen zeven zigeuners. Nú die hond terug, zei ik. Ze waren bang en lieten ’m vrij, waarop die gast zonder vinger zei terug te komen met een geweer. Kom maar, zei ik, dan laat ik ’m los en zien we wel. Ik heb ze nooit meer gezien. Mijn honden zijn getraind, die schrikken niet van een geweer.’
NOOIT VERWACHTE STATUS
‘Als ik me verveel, blader ik soms wat door de namenlijst in mijn mobiele telefoon. Dan zie ik Didier Drogba staan, of Roberto Carlos, of Wesley Sneijder, of Zico, of Guus Hiddink. Als ik zin heb, kan ik ze zo bellen. Voor iemand zoals ik, opgegroeid op straat, is dat nogal wat. Iedere keer als ik die namen voorbij zie komen, schiet ik in de lach en denk: Laat ze maar kritiek hebben op mij. Zó slecht heb ik het niet gedaan voor een jongen uit Oost-Londen.’
© Pro ShotsRUST IN ROTTERDAM
‘Feyenoord heeft mijn carrière nieuw leven ingeblazen, heeft ervoor gezorgd dat het voelt alsof ik weer leef. Ik heb rust aan m’n kop, lang niet gehad. Bursaspor, de club waar ik hiervoor speelde, was... Tja, een drama. Ze weigerden mijn salaris te betalen en toen ik verhaal kwam halen, veranderde alles. De situatie zorgde voor spanningen, problemen, vooral thuis. Ik had discussies met mijn vriendin, twijfelde of ik mijn zoontje wel naar school moest brengen. De president van Bursaspor dreigde mijn leven tot een hel te maken, wilde supporters naar m’n huis sturen. Ik werd zo paranoïde dat ik dacht dat ze misschien wat met mijn jongen van plan waren, heb serieus overwogen mijn kinderen terug naar Engeland te sturen. Zó gek word je dan.’
‘Ze hebben in Turkije tot de laatste seconde spelletjes met me gespeeld. Ik was rond met Feyenoord, alles klaar, ik zat al in Rotterdam, telefoon: Bursaspor wilde het weer anders. Ik had zes maanden geld van ze tegoed. Zeiden ze: “We betalen volgend jaar”. Ik kon dat niet accepteren. Uiteindelijk werd het vijftig procent nu, de rest het jaar erop. Oké, dacht ik, maar onderweg naar de keuring wilden ze wéér een andere constructie. Nu betalen ze dat bedrag in tien maanden, om gek van te worden. Zo doen ze zaken daar. Bankgaranties? Ja, tot de deur. Man, ik ben zo blij dat ik daar weg ben.’