
Een kleurrijk leven in zwart-wit: René Kolmschot treedt voor even uit de schaduw
In Balverliefd aandacht voor de gang van zaken achter de schermen van het voetbal en opvallende gebeurtenissen aan de rand van het veld. Deze week over René Kolmschot (57), de zeldzaam loyale clubman van Heracles Almelo.
Dit verhaal is afkomstig uit het VI-weekblad.
Voor een voetballiefhebber gaat er weinig boven een WK. Maar er zit een limiet aan wat een mens kan verdragen aan Donald Trump, Gianni Infantino, commercials en complottheorieën. Soms snakt een voetballiefhebber naar zuurstof. Eenvoud. De kleine voetbalwereld. En dan is daar opeens een kantlijnberichtje over René Kolmschot. Man met de minst sexy loopbaan in het Nederlandse profvoetbal: veertig jaar Heracles Almelo. Gediend als speler, jeugdtrainer, assistent-trainer, scout en sinds kort teammanager. Clubman zonder opsmuk. Met frisse tegenzin gehuldigd. Op naar Almelo. Laat Lionel Messi dribbelen, laat Harry Kane scoren, laat Pedri passen. Maar de schoonheid van het voetbal is óók te vinden bij René Kolmschot.
Veertig aaneengesloten contractjaren bij één en dezelfde profclub. Kolmschot kent zelf niemand die langer in dienst is in het Nederlandse betaald voetbal. ‘Toen ik 25 jaar bij Heracles was, liep Jan Vreman nog redelijk gelijk op. Maar hij is nu volgens mij weg bij De Graafschap.’ Klopt. De Achterhoeker, die tal van rollen bij de Superboeren combineerde met een bijbaan als eierteller, was afgelopen seizoen trainer van Cape Town City. Zuid-Afrika dus.
Kolmschot is niet jaloers. Hij is tevreden in Saasveld, zijn geboortedorp dat hij altijd trouw is gebleven. Waar zijn moeder en twee zussen binnen een straal van 150 meter wonen. En hij is verknocht aan zijn tweede thuis, veertien kilometer verderop. Het stadion van Heracles Almelo, waarvan hij alle hoeken en kieren kent. En waar hij nu in de trainerskamer de koffie op tafel zet. De felicitaties met zijn jubileum neemt hij schoorvoetend in ontvangst. ‘Och’, zegt hij schouderophalend. ‘Er zijn genoeg vrijwilligers en supporters die al langer naar hun club gaan, hoor, ook hier.’
'Ik ben nou niet een type dat zit te wachten op speeches of publiciteit. Ik ga ook liever niet op de foto. Word ik een beetje ongemakkelijk van'
Dat mag zo zijn, maar zij speelden niet eerst 378 wedstrijden in het eerste elftal. En bleven de club vervolgens niet, nu al 23 jaar, trouw in andere functies. Met zijn staat van dienst is Kolmschot een uniek geval. Helemaal in het hedendaagse voetbal, waarin loyaliteit doorgaans evenveel betekent als de videorecorder en de trekschuit: iets aandoenlijks van vroeger. Maar Heracles koestert Kolmschot en verraste hem met een gouden clubspeld. ‘Het jubileum was mooi georganiseerd door de club’, zegt de ex-prof, zijn eigen aandeel gauw wegcijferend. ‘Maar ik ben nou niet een type dat zit te wachten op speeches of publiciteit. Ik ga ook liever niet op de foto. Word ik een beetje ongemakkelijk van. Maar het was leuk. En uiteindelijk maakt het je ook wel trots, natuurlijk.’
Kortstondig, dat wel. ‘En dan gaat het leven gewoon weer door.’ Bij hem thuis is er niets wat aan zijn voetballeven refereert. ‘Ik heb niet één Heracles-shirt. Wat ik had, gaf ik aan mensen die er meer interesse in hadden.’ Ingelijste foto’s van hemzelf: ‘Welnee.’ Ergens moet nog wel een plakboek liggen. ‘Daar is mijn moeder ooit aan begonnen, mijn vrouw is er later mee doorgegaan. Ik zou niet weten waar dat ding ligt. Naar mezelf kijken, dat hoeft voor mij niet.’ Genoeg nuchterheid en relativering. Tijd om een beter beeld te krijgen bij het immer presente gezicht op de Almelose elftalfoto, de naam die al decennialang onopvallend in de seizoengids staat. Kolmschot kucht eens en begint te vertellen.